Handblad
'Eein eigen sleutel'
Geïntegreerd wonen: de praktijk
Gerlinde Retoré woont samen met drie andere cliënten van vzw Zonnestraal in een ruim huis in Kester, in de buurt van Ternat. Alles is er gloednieuw, en geen wonder: pas sinds januari is het geïntegreerd wonen, waarvan dit een voorbeeld is, van proefproject naar een wettelijk gereglementeerde woonvorm overgegaan. ‘Ik heb hier meer vrijheid’, zegt ze, en dat bevalt haar duidelijk goed.
Geïntegreerd wonen (zie p. 5) staat nog min of meer in de kinderschoenen. Toch heeft het een grote toekomst. ‘Het is een stap in het groeipad naar meer zelfstandigheid’, zegt afdelingscoördinator Nadine Goeminne. ‘Geïntegreerd wonen is een extra stap tussen het tehuis en beschermd wonen in, en dat maakt een soepeler overgang mogelijk.’
Zelf is Gerlinde bijzonder positief. ‘Ik heb hier mijn vrijheid. Ik kan al eens meer op café gaan. En mijn sigaretten worden minder gerantsoeneerd.’ Iedereen in het huis heeft, naast de gemeenschappelijke ruimtes, een eigen studio, met tv. ‘Ik ben zelf de meubels gaan kiezen. En ik heb ook een eigen sleutel.’
Buurtcontact
Ook het contact met de buurt komt intussen langzaam op gang. De huiseigenaars zijn mensen uit de buurt die geregeld eens langskomen. Ookde buren Roger en Marie-Josée slaan geregeld een praatje. ‘Anderen
kijken de kat wat meer uit de boom. Maar geregeld geven we kleine feestjes of barbecues voor familie en vrienden. De buren worden altijd uitgenodigd.’
Dat is ook de bedoeling: geïntegreerd wonen veronderstelt contact met de buurt, een zo ‘normaal’ mogelijksociaal leven. De bewoners moeten de kans krijgen om naar buiten te komen en in de buurt te worden opgenomen, in plaats van een wereldje op zichzelf te vormen, zoals het in een tehuis vaak het geval is. ‘Jammer dat het huis bij de steenweg ligt’, zegt Nadine. ‘Op die manier verloopt het contact altijd iets moeilijker dan in een dorpsstraat. Maar Gerlinde en de anderen hebben hier grote studio’s, en het huis is pas gerenoveerd. Dat is ook veel waard.’
Vrolijke lach
In het begin was het aanpassen. Gerlinde woonde hiervoor in een gededentraliseerd huis: een dépendance van het tehuis, los van het hoofdgebouw, maar voor de rest met dezelfde regels. En vooral: in het vorige
huis woonde ze samen met meer dan 15 mensen, nu zijn ze nog met vier. ‘Ik kende de andere bewoners niet, ze komen van buiten Zonnestraal. Bovendien zijn het vrij stille mensen, terwijl ikzelf nogal een babbelaarster ben. Daaraan gewoon raken, was in het begin niet gemakkelijk.’
Maar nu heeft Gerlinde haar draai gevonden. ‘Ikheb intussen werk, in een rustoord. Bejaarden verzorgen, linnen plooien.’ Is dat leuk? ‘Heel leuk.’ En ook het rustoord is tevreden, zegt Nadine: ‘Ze houden daar van haar positieve ingesteldheid. En van haar vrolijke lach!’