Handblad
Minister Vanackere over het gehandicaptenbeleid
'In een hogere versnelling'
Sinds de vakantie heeft de gehandicaptensector een nieuwe minister gekregen: Steven Vanackere. Zijn plannen? ‘In de eerste plaats zorgen voor continuïteit. Alleen gaan we het gaspedaal wat dieper induwen.’
De nieuwe minister is niet gepokt en gemazeld in de welzijnssector. ‘Helemaal onbeslagen kom ik natuurlijk niet op het ijs: ik zit toch al een aantal jaren in de arlementaire commissie Welzijn. Maar ik geef toe, ik had helemaal niet het idee dat ik het daar als minister ooit zelf zou mogen uitleggen.’
Toch is die relatieve maagdelijkheid niet noodzakelijk een nadeel, vindt de minister. ‘Zoals alle sectoren heeft ook de welzijnssector een heleboel eigen afkortingen, een eigen logica en een eigen geschiedenis. Af en toe is het eens goed dat er iemand ‘van buiten’ komt om een en ander in vraag te stellen en de mensen te dwingen om eens over het muurtje te kijken. Vaak blijkt dat elk voor zich met dezelfde problemen
bezig is, en dat we veel van elkaar kunnen leren.’
Budgetverhoging
Een van die problemen is ongetwijfeld het aantal wachtenden in de zorg. ‘Ik wil niet rond de pot draaien: de wachtlijsten zijn niet gedaald, integendeel. Als ik zeg dat ik het gaspedaal wil indrukken, is het onder meer op dat gebied.’ Voor volgend jaar heeft de minister alvast een extra budgetverhoging van 10 miljoen euro uit de wacht gesleept, boven op de 22,5 miljoen euro jaarlijkse, cumulatieve stijging die zijn voorgangster heeft ingevoerd. ’De uitbreiding die er al was, wordt dus nog versneld. Maar anderzijds beseffen we ook wel dat het niet voldoende is om meer van hetzelfde te doen. We hebben ook een andere aanpak nodig, die overigens al door Inge Vervotte in de steigers is gezet.’
Snelprocedure
Eén aspect van die andere aanpak is een snelprocedure voor echte noodgevallen. ‘Het klassieke voorbeeld is iemand die perfect wordt opgevangen door zijn ouders. Maar als die ouders op een dag de zorg niet meer aankunnen, is er dringend een oplossing nodig. Daarvoor dient die snelprocedure. Uiteraard gaan we ervoor zorgen dat de extra miljoenen in de begroting in de eerste plaats naar de opvang vloeien voor dergelijke gevallen’.
Een tweede maatregel dient om een beter zicht te krijgen op de realiteit achter de cijfers van de wachtlijsten. ‘Heel wat mensen die urgentiecode 1 hebben meegekregen, wat betekent dat ze binnen drie maanden moeten worden geholpen, weigeren een plaats als die vrijkomt. Ik wil die mensen zeker niet met de vinger wijzen: ze hebben die urgentiecode niet voor niks gekregen, en vaak staan ze op die lijst om de zekerheid te hebben dat de overheid er zal zijn als het nodig is.’
‘Voor dergelijke gevallen hebben we nu de urgentiecode 1bis in het leven geroepen. De urgentiecode 1 blijft behouden. We willen die mensen niet wegmoffelen of uit de statistieken krijgen. Maar met de ‘bis’ kunnen we een nuance leggen die we tot nu toe niet konden leggen, en krijgen we dus een beter zicht op de realiteit.’
PGB
Een andere maatregel wordt het eerste proefproject voor het persoonsgebonden budget (PG B). Dat betekent dat de cliënt een budget krijgt, bijvoorbeeld in de vorm van een voucher, om zelf zorg in te kopen bij een instelling naar keuze. ‘Dat levert waarschijnlijk een beter resultaat op dan een meer aanbodgestuurde zorg en het is niet eens duurder, integendeel. Maar we willen het PG B ook niet halsoverkop invoeren.’
Een van de zaken die het proefproject duidelijk moet maken, is voor wie het PG B een geschikt middel is, en voor wie niet – want een dergelijk systeem vraagt een zekere zelfstandigheid, en niet alle mensen met een handicap kunnen of willen dat opbrengen. ‘We moeten ook opletten dat het leefbaar blijft voor het personeel van de instellingen. Het laatste wat ik wil, is een evolutie naar afroepcontracten zoals met caissières in warenhuizen, waarbij de medewerkers ’s middags worden opgebeld omdat er meer volk komt opdagen dan verwacht.’
Cijfers
Vernieuwingen als het PG B zijn de toekomst van de gehandicaptenzorg. Maar uiteindelijk zal de minister vooral worden afgerekend op de wachtlijsten, beseft hij. ‘Maar toch: er zijn ook andere cijfers. Sinds we de zorgvragen begonnen te registreren, zijn er intussen al 16.000 beantwoord. Met een boutade zou je kunnen zeggen dat de wachtlijsten al drie keer zijn weggewerkt – alleen zijn er telkens weer wachtenden bijgekomen.’
‘Bovendien daalt de gemiddelde zorgzwaarte van de overblijvende zorgvragen. Dat betekent dat we het onszelf niet gemakkelijk hebben gemaakt: het geld is in de eerste plaats gegaan naar de zwaarste zorgvragen, waarvoor de oplossing vaak ook het duurst is.
Het was gemakkelijker geweest om eerst de minder zware zorgvragen aan te pakken, want zo kun je sneller meer mensen uit de statistieken doen verdwijnen. Maar dan waren de mensen met de zwaarste en dringendste zorgvragen wel in de kou blijven staan.’
‘Ik wil dus gerust mee afgerekend worden op de wachtlijsten. Maar ik wil ook afgerekend worden op het zorgaanbod. Als dat aanbod tijdens mijn beleidsperiode substantieel gestegen is, dan vind ik niet dat ik beschaamd moet rondlopen.’
Steven Vanackere (CD&V) volgde eind juni Inge Vervotte op als Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. In het verleden was hij onder meer adviseur van toenmalig partijvoorzitter Herman Van Rompuy, kabinetschef bij Brussels minister Jos Chabert en adjunct-directeur-generaal van de Brusselse Vervoersmaatschappij MIVB.
Bij de regionale verkiezingen van 2004 werd Vanackere verkozen als Vlaams Parlementslid. Sinds 1 december 2006 is hij Brussels schepen voor Economie, Handel, Haven, Aankoopcentrale en Vlaamse aangelegenheden.