Handblad
Vrijetijdszorg krijgt andere invulling
Sinds 1998 subsidieert het VAPH op tijdelijke en niet-gereglementeerde basis een waaier aan organisaties die mensen met een handicap begeleiden bij hun vrijetijdsbesteding. Dat ‘proefproject’ wordt nu definitief opgenomen in het ambulante zorgaanbod, onder de nieuwe naam vrijetijdszorg (VTZ).
De ‘vrijetijdszorgorganisaties’, zoals ze vanaf 1 januari 2008 worden genoemd, ontplooien verschillende activiteiten. Een deel daarvan is alleen bestemd voor mensen met een handicap: groepsvakanties voor personen met een handicap aan zee, bijvoorbeeld. Een deel heeft ook tot doel om mensen met een handicap mee te laten doen aan activiteiten die ook voor mensen zonder handicap bestemd zijn, zoals een deelname aan de Gordel of het lidmaatschap van een gewone scoutsgroep.
In dat geval zorgt de organisatie ervoor dat de inpassing in die activiteiten zo vlot mogelijk verloopt. Ook hier geldt de regel: ‘gewoon waar het kan, speciaal als het moet’.
De nieuwe naam vrijetijdszorg houdt onder meer in dat de binnen het beleidsdomein Welzijn gesubsidieerde vrijetijdsorganisaties meer de klemtoon zullen leggen op de noodzakelijke en gewenste nood aan ondersteuning bij het uitbouwen van hun vrijetijdsaanbod.
Ondersteunen en toeleiden
De organisaties voor vrijetijdszorg moeten zich in de eerste plaats inspannen om personen met een handicap te ondersteunen en hen toe te leiden naar de ‘reguliere’ vrijetijdscircuits, bijvoorbeeld door de scoutsleiders van een groep zo op te leiden dat die ook kunnen omgaan met personen met een handicap. Dat was vroeger een optie in hun werking, nu een doelstelling. De nieuwe regelgeving legt hen ook meer netwerking op binnen de provincie en een goede afstemming met het ‘reguliere’
vrijetijdscircuit.
Betekent dat alles dat de organisaties voor vrijetijdszorg hun activiteiten moeten afbouwen die zuiver gericht zijn op mensen met een handicap? Zeker niet: als die activiteiten aantoonbaar hun nut hebben (en dus een meerwaarde geven die in het reguliere circuit in de omgeving niet te vinden is), kunnen ze gerust blijven. Heel wat mensen met een handicap kiezen er immers bewust voor om samen met andere mensen met een beperking hun vrije tijd te beleven, of kunnen gewoon niet deelnemen aan gewone vrijetijdsactiviteiten, zelfs niet met sterke ondersteuning. Maar het streven naar inclusie blijft wel voorop staan als doelstelling.
Meer zekerheid
Positief is alvast dat de organisaties voortaan voor 6 jaar worden gesubsidieerd: zolang het officieel om proefprojecten ging, moest de subsidie jaarlijks of tweejaarlijks worden aangevraagd. Mensen met een handicap krijgen zo meer zekerheid dat ze bij hun vertrouwde organisatie blijven terechtkunnen.
De lijst met de nieuw erkende organisaties is weldra te vinden op www.vaph.be, onder de rubriek ‘vrije tijd’.