Handblad
Handicap is een gezinskwestie
Gezinnen met kinderen met een handicap hebben het moeilijker dan gemiddeld om de eindjes aan mekaar te knopen. De ouders hebben ook vaker gezondheidsproblemen of functiebeperkingen dan in andere gezinnen. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Balanceren op een slappe koord’ van Caroline Van Landeghem en Jef Breda van de Universiteit Antwerpen. Andere opmerkelijke conclusie: de keuze voor bijzonder onderwijs of een collectieve voorziening wordt niet alleen veroorzaakt door de draag‘last’ van een gezin, maar (vooral) ook door de draag‘kracht’.
Voor het onderzoek werden bijna drieduizend gezinnen met kinderen jonger dan 15 bevraagd. In die groep zaten ook 458 kinderen met een handicap en hun 522 broers en zussen. We focussen hier op de conclusies over die laatste gezinnen, hoewel het volledige onderzoek uiteraard breder was dan dat.
Hogere draaglast
In het algemeen ligt de draaglast van gezinnen met een gehandicapt kind een stuk hoger dan die van de andere gezinnen. Niet alleen heeft het kind met een handicap bijzondere behoeften, maar ook de ‘brussen’ hebben gemiddeld meer moeilijkheden met concentratie, gedrag en emoties dan andere kinderen. De draagkracht van de gezinnen ligt dan weer veel lager. Ouders van kinderen met een handicap zijn vaker alleenstaand, leven vaker van een vervangingsinkomen, hebben (uiteraard) meer medische kosten en hebben zelf ook vaker gezondheidsproblemen.
‘De mensen en de overheid hebben de neiging om kinderen met een handicap apart van hun omgeving te bekijken’, zegt Jan Verbelen (VAPHstudiecel). ‘Dit onderzoek wijst duidelijk uit dat dat niet de adequate zienswijze is. Het lijkt er toch op dat het gezin van kinderen met een handicap als één geheel kan bekeken worden. Zeker voor het bieden van ondersteuning. De draaglast is groter dan bij andere gezinnen – zelfs los van de handicap – en de draagkracht is beduidend kleiner. Dat is een inzicht. dat ons dwingt het individugerichte te overstijgen.’
Draagkracht beslist
Tweede opmerkelijke conclusie: een grotere draaglast én een kleinere draagkracht bij de gezinnen, leiden vaker tot het gebruik van buitengewoon onderwijs en ollectieve voorzieningen, zoals (semi-) internaten.
‘Het is dus niet zo dat de zwaarte van de handicap bepaalt of een kind in een voorziening terechtkomt of thuis blijft met bijvoorbeeld ambulante ondersteuning. Draaglast speelt een rol, maar de draagkracht van het gezin is doorslaggevender. Gezinnen met een grote draaglast én een grotere draagkracht (bijvoorbeeld omdat de ouders hoger opgeleid zijn of meer verdienen) gebruiken vaker ambulante bijstand. Bij een zwakkere draagkracht zullen ouders vaker voor een collectieve zorgvorm opteren of zullen professionele hulpverleners de ouders in die richting sturen. Je kunt je dus de vraag stellen of de
ouders in die gevallen wel echt de vrije keuze hebben tussen voorziening of thuiszorg.’