Hulpmiddelen
Rolstoelen, duwwagens en orthopedische driewielers
Waar aanvragen ?
Bij uw ziekenfonds
Hebt u een rolstoel, duwwagen of orthopedische driewieler nodig of wenst u informatie over de aanvraag daarvan, dan wendt u zich best eerst tot uw ziekenfonds. Dat is uw eerste aanspreekpunt. Tegemoetkomingen voor dat soort hulpmiddelen behoren immers op de eerste plaats tot de bevoegdheid van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV).
Om de procedure te vereenvoudigen, maakte het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) afspraken met het RIZIV en de ziekenfondsen. Oordeelt het ziekenfonds dat u in aanmerking kunt komen voor een (bijkomende) tegemoetkoming vanwege het VAPH voor een rolstoel of duwwagen, of voor de onderhouds- en herstellingskosten van een rolstoel, duwwagen of orthopedische driewieler, dan stuurt uw ziekenfonds automatisch uw vraag door naar het VAPH.
Bij het VAPH
Slaat uw aanvraag op de hernieuwing van een tweede, door het VAPH gesubsidieerde rolstoel, na het verstrijken van de hernieuwingstermijn, dan kunt u uw aanvraag rechtstreeks bij het VAPH indienen.
Regelgeving: wie betaalt wat?
Onderstaande tekst is de officiële tekst van bijlage 2 bij het (gewijzigde) Besluit voor individuele materiële bijstand van 13 juli 2001.
De bedragen zijn onderhevig aan de index. De bedragen in deze tekst zijn die van 1 januari 2012.
Artikel 1.
Het agentschap kan de kosten voor de aankoop van een rolstoel en van een elektronische scooter en de kosten voor de aanpassingen aan de rolstoel ten laste nemen na aftrek van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit. De weigering van de verzekeringstegemoetkoming mag niet te wijten zijn aan de aanvrager zelf.
Als de aanvraag betrekking heeft op een rolstoel, een elektronische scooter of op aanpassingen aan de rolstoel die niet vermeld zijn in de lijst van de producten die door het RIZIV aangenomen zijn, kan het agentschap alleen een tegemoetkoming verlenen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° in de lijst van de producten die aangenomen zijn door het RIZIV is er geen product dat een evenwaardige oplossing biedt voor de specifieke functiestoornissen van de aanvrager;
2° de gevraagde rolstoel of aanpassing aan de rolstoel biedt dezelfde garanties inzake veiligheid en doelmatigheid als de producten die wel in de lijst zijn vermeld.
Het agentschap verleent geen tegemoetkoming in de kosten voor de aankoop van of voor de aanpassingen aan een orthopedische driewielfiets en een duwwandelwagen voor kinderen, met uitzondering van een duwwandelwagen, type buggy groot formaat.
Artikel 2.
In afwijking van artikel 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap kan de tenlasteneming van de kosten voor de aankoop van rolstoelen op zijn vroegst uitwerking hebben vanaf de eerste dag van de maand waarin een aanvraag van een tegemoetkoming van de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit is ingediend.
Het dossier, vermeld in artikel 28, §8, I, 3.1. van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, dat door de adviserend geneesheer wordt doorgestuurd naar het agentschap, vervangt het adviesrapport, vermeld in artikel 9, §3, 6°, van het voormelde besluit van de Vlaamse regering.
Artikel 3.
Behoudens de afwijkingen vermeld in artikel 4, 5, 7 en 8 zijn de bedragen van de tenlasteneming, de hernieuwingstermijn en de cumulatieregeling dezelfde als de bedragen van de tenlasteneming, de hernieuwingstermijn en de cumulatieregeling die in de ZIV-nomenclatuur zijn vastgesteld.
Voor rolstoelen en aanpassingen die niet vermeld zijn in de lijst van de producten die aangenomen zijn door het RIZIV, is het bedrag van de tenlasteneming gelijk aan de nomenclatuurwaarde van de best vergelijkbare verstrekking die opgenomen is in de ZIV-nomenclatuur.
Artikel 4.
§1. Het agentschap kan in de volgende gevallen een tegemoetkoming verlenen van maximaal 815,59 euro, btw inbegrepen, in de kosten voor de aankoop van een tweede rolstoel die wordt aangevraagd voor de hernieuwingstermijn verstreken is van een rolstoel waarvoor het RIZIV, het ziekenfonds of het agentschap een tegemoetkoming heeft verleend:
1° De persoon met een handicap verblijft in een semi-residentiële of residentiële voorziening. De eerste rolstoel kan niet vervoerd worden en de persoon heeft ook thuis een rolstoel nodig.
2° De persoon met een handicap moet in de woonomgeving een verdieping overbruggen en beschikt daarvoor alleen over een traplift of een rolstoelontoegankelijke lift.
3° De persoon met een handicap heeft van het ziekenfonds, het RIZIV of het agentschap een tegemoetkoming verkregen in de kosten voor de aankoop van een elektronische rolstoel.
§2. Het agentschap kan een tegemoetkoming verlenen zoals vermeld in paragraaf 1, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1° Het RIZIV of het ziekenfonds verleent geen tegemoetkoming voor de tweede rolstoel.
2° De aanvraag heeft betrekking op een manuele rolstoel, met uitzondering van een duwwandelwagen voor kinderen van het type buggy, groot formaat.
3° Er wordt een factuur of een offerte voor de aankoop van een tweede rolstoel voorgelegd.
§3. De toepassing van dit artikel mag er niet toe leiden dat het agentschap een derde rolstoel ten laste neemt.
Als de factuurprijs van de tweede rolstoel lager is dan het bedrag van de tegemoetkoming vermeld in paragraaf 1, wordt de factuurprijs ten laste genomen.
Artikel 5.
In geval van een tegemoetkoming voor een tweede rolstoel zoals vermeld in artikel 4, bedraagt de hernieuwingstermijn anderhalve keer de hernieuwingstermijn die vastgesteld is in de ZIV-nomenclatuur, als de persoon met een handicap ouder is dan achttien jaar.
Artikel 6.
In afwijking van artikel 1, eerste lid, kan de persoon met een handicap, nadat de hernieuwingstermijn verstreken is voor de tweede rolstoel waarvoor het agentschap een tegemoetkoming heeft verleend, een aanvraag voor een hernieuwing voor de tweede rolstoel indienen bij het agentschap zonder een voorafgaande weigering van het ziekenfonds of het RIZIV.
Artikel 7.
Als de kosten voor de aankoop van de elektronische rolstoel, met inbegrip van de kosten voor de aanpassingen, tot en met 13.993,70 euro bedragen, worden die kosten ten laste genomen voor het bedrag van de factuurprijs met een maximum van 8.396,66 euro, btw inbegrepen, als blijkt uit de goedkeuring door een arts van het agentschap dat die aankoop noodzakelijk is met het oog op de sociale integratie van personen met een handicap. Dat maximum van 8.396,66 euro wordt verhoogd tot 13.993,70 euro, btw inbegrepen, voor de personen met een handicap die onmogelijk of zeer moeilijk kunnen gebruik maken van de bovenste ledematen of die uitgesproken houdingsafwijkingen vertonen.
Als de kosten voor de aankoop van de elektronische rolstoel, met inbegrip van de kosten voor de aanpassingen, meer dan 13.993,70 euro bedragen, wordt het bedrag van de tenlasteneming vastgesteld door de bijzondere bijstandscommissie vermeld in artikel 31 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2001 tot vaststelling van de criteria, voorwaarden en refertebedragen van tussenkomsten in de individuele materiële bijstand voor de sociale integratie van personen met een handicap.
De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op elektronische scooters.
Artikel 8
Het agentschap kan een tegemoetkoming verlenen in de kosten voor de aankoop van een duwwandelwagen voor kinderen van het type buggy groot formaat voor kinderen van vijf jaar of ouder die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
1° Het kind heeft een vertraagde psychomotorische ontwikkeling waardoor de stapfunctie nog niet voldoende verworven is, de verplaatsingen buitenshuis over lange afstand zijn onmogelijk zonder de duwwandelwagen, de verplaatsingsfunctie binnenshuis is licht gestoord.
2° De verplaatsingsfunctie van het kind is binnenshuis niet of licht gestoord; wegens gedragsproblemen is het gebruik van een duwwandelwagen voor verplaatsingen buitenshuis noodzakelijk uit veiligheidsoverwegingen.
Bij de aanvraag van een tegemoetkoming voor een duwwandelwagen zoals vermeld in het eerste lid, moet een offerte of een factuur worden gevoegd die de volledige naam van het product en van de producent vermeldt.
Het agentschap verleent een tegemoetkoming voor het bedrag van 80% van de factuurprijs met een maximum van 457,17 euro, btw inbegrepen.
Artikel 9.
Voor rolstoelen, duwwandelwagens voor kinderen, elektronische scooters en orthopedische driewielfietsen komt het agentschap tegemoet in de gefactureerde kosten van herstelling, aanpassing na de aflevering, onderhoud en opladen van batterijen voor een maximumbedrag dat gelijk is aan 40% van de ZIV-nomenclatuurwaarde, voor de totale gebruiksduur van de rolstoel, de duwwandelwagen voor kinderen, de elektronische scooter of de orthopedische driewielfiets.
Als de aanvraag betrekking heeft op een duwwandelwagen voor kinderen, type buggy groot formaat, is het maximumbedrag, in afwijking van het eerste lid, gelijk aan 40% van de tegemoetkoming die door het agentschap wordt verleend.