Handblad
Zorgregie: De basics
Waar gaat het over en wat verandert er?
Zorg is meer dan alleen een zaak van veel extra plaatsen. Een goede afstemming tussen vraag en aanbod is even noodzakelijk. Ideaal is dat elke cliënt precies die zorg krijgt die hij nodig heeft, op het moment dat hij die nodig heeft. Om die afstemming te stroomlijnen, heeft de Vlaamse Regering in 2006 een Besluit Zorgregie goedgekeurd. Dat besluit wordt nu stapsgewijs in werking gezet.
De bedoeling van het Besluit Zorgregie is vooral om een coherent en transparant systeem op te zetten, zegt Janick Appelmans, projectcoördinator zorgregie bij het VAPH . ‘Zorgregie heeft als doel om voorrang te geven aan de dringende zorg- of ondersteuningsnoden. Daarbij moeten mensen zoveel mogelijk aangepaste opvang of ondersteuning krijgen. Die regie van de zorg moet transparant en in heel Vlaanderen hetzelfde zijn.’
Zorgregie is niet de grote revolutie. ‘De provinciale werkingen van de Centrale Registratie van Zorgvragen (CR Z) leveren nu al goed werk. Wat nu gebeurt, is een reeks bijsturingen om het systeem uniformer te maken. Ook wordt een aantal hulpmiddelen gecreëerd om de mensen in het werkveld te ondersteunen.’
‘Dat alles is zeker niet het werk van het VAPH alleen. We hebben met alle betrokkenen
samengezeten: voorzieningen en diensten, gebruikersverenigingen, de verwijzende instanties, de provinciale coördinatiepunten handicap, enzovoort. Samen zijn we, op basis van wat al bestond, gekomen tot criteria en procedures die voor heel Vlaanderen gelijk zijn.’
Databank
Zorgregie is in de eerste plaats een zaak van correcte registratie. ‘De Centrale Registratie van Zorgvragen loopt goed en wordt hier en daar nog verbeterd. Er komt binnenkort ook een integratie van de PA B-aanvraagdossiers, om een volledig zicht te krijgen op de vraag. We werken daartoe onder meer aan een databank die voor heel Vlaanderen alle zorgvragen en openstaande plaatsen registreert.
Zo kunnen bijvoorbeeld mensen die op de grens van twee provincies wonen, gemakkelijker worden geholpen. Ook nu al kijken de provinciale werkingen over het muurtje, maar de databank wordt een handig hulpmiddel om dat nog beter te doen.’
De databank wordt in 2008 stelselmatig verder uitgebouwd. Ze is overigens niet alleen nuttig om de bemiddelaars tussen vraag en aanbod een goed overzicht te geven. ‘Voor het VAPH vergemakkelijkt ook de planning. Via de databank kunnen we zien aan welke plaatsen en diensten op langere termijn veel nood is, aan welke minder, en ons beleid daaraan aanpassen.’
Gecombineerde urgentiecodes
Correct registreren betekent ook de urgentie van een zorgvraag correct inschatten. Daarvoor bestaan urgentiecodes, met een schaal van 1 tot 5. Codes 1 en 2 betekenen dat de zorgvraag (heel) dringend is.
Die codes worden nu verfijnd. ‘Het komt erop neer dat er voortaan twee urgentiecodes zijn die altijd samen worden bekeken’, zegt Janick Appelmans. ‘De eerste code wordt voortaan door het multidisciplinair team toegekend. Dat gebeurt op basis van criteria die voor heel Vlaanderen dezelfde zijn. Dat is nieuw: tot nu toe waren er geen centraal opgelegde criteria en werden de teams maar in beperkte mate ingeschakeld voor de toekenning van de urgentiecode. Tweede nieuwigheid: er is nu ook een subjectieve urgentiecode. Daarin geeft de persoon met een handicap zelf aan hoe dringend hij de vraag ervaart.’
De bedoeling van de gecombineerde code is om een beter beeld te krijgen van de dringendheid van de zorgvraag. ‘De eerste code geeft aan hoe neutrale specialisten er, op basis van objectieve criteria, over denken. Zij kunnen bijvoorbeeld code 1 toekennen, wat betekent: zeer dringend. Maar het is goed mogelijk dat de persoon met een handicap liever nog een tijdje thuisblijft, en voor zichzelf een code 3 toekent.
Het is dan duidelijk dat hij niet onmiddellijk in een aangeboden plaats zal stappen.’
‘Het is de bedoeling dat de codes goed worden opgevolgd, en dat ze aan veranderingen worden aangepast. Als een multidisciplinair team urgentiecode 3 toekent en de toestand van de cliënt verslechtert, moet die code snel kunnen worden
aangepast naar 1 of 2.’
Contactpersonen
De registratie van de zorgvraag wordt dus een stuk genuanceerder dan vroeger. Maar uiteraard is dat maar één deel van het verhaal: het is de bedoeling dat die zorgvraag ook een adequaat antwoord krijgt. Daarvoor krijgt elke cliënt een contactpersoon toegewezen. Dat kan iemand zijn van een voorziening, zoals nu vaak het geval is, maar bijvoorbeeld ook gebruikersverenigingen en verwijzende instanties mogen
dergelijke contactpersonen afvaardigen.
‘De contactpersonen bekijken de precieze zorgvraag en ondernemen actie om daar het passende aanbod aan te koppelen. In de praktijk komt iemand bijvoorbeeld bij de sociale dienst van een voorziening terecht, die misschien onmiddellijk een oplossing voor de zorgvraag kan bieden – of niet. In dat laatste geval kan de contactpersoon via de frequent gemelde beschikbare plaatsen in de databank zoeken of elders wél geschikte opvang is. Bij elke plaats, waarbij er doorgaans toch een tiental kandidaten
zijn, zal hij de belangen van zijn cliënt behartigen. Regelmatig komen alle contactpersonen en andere belanghebbenden in een regio bij elkaar om knelpunten te bespreken en een oplossing te zoeken voor dringende gevallen.’
Voor die bemiddelingsopdracht zijn een aantal regels en leidraden opgesteld. ‘Ook hier hebben we het warme water niet uitgevonden, maar hebben we de bestaande beste praktijken gebundeld. Zo is bijvoorbeeld voorzien in een opleiding voor de contactpersonen en zijn er controles ingebouwd opdat ze werkelijk actief op zoek gaan naar een goede oplossing voor hun cliënten. En de cliënten hebben zelf natuurlijk inspraak in hun dossier.’
Mensenwerk
De manier van bemiddelen wordt dus gestroomlijnd, maar met de bemiddeling zelf wil het VAPH zich zo weinig mogelijk bemoeien, benadrukt Janick Appelmans. ‘Bemiddelen is mensenwerk: of iemand past in een voorziening, hangt van
heel veel verschillende factoren af. Je zet, om maar iets te noemen, meestal geen jonge cliënt in een leefgroep vol oudere mensen. Maar er zijn wel regels. Bijvoorbeeld: wie iemand weigert met urgentiecode 1 (en een passend profiel) en iemand opneemt met urgentiecode 3, zal dat moeten motiveren. Want normaal moet de dringendste zorg voorrang krijgen.’
Dit artikel geeft een eerste, beknopt overzicht van de krachtlijnen rond Zorgregie. Niet
alle details worden hier uitgediept. In de volgende nummers van Handblad zullen geregeld nog andere aspecten van Zorgregie aan bod komen.
De uitvoering van het Besluit Zorgregie is belangrijk, maar het wordt geen grootse omwenteling die op één dag doorgevoerd moet worden. ‘Alles wordt geleidelijk ingevoerd’, zegt Janick Appelmans. ‘De gecombineerde urgentiecode wordt in het begin alleen uitgevoerd voor nieuwe aanvragen waarvoor een nieuw multidisciplinair verslag moet worden opgesteld. Voor wie al in het systeem zit, verandert voorlopig niets. Naarmate er meer nieuwe zorgvragen binnenkomen, de bestaande zorgvragen worden ingevuld en de oude urgentiecodes aan evaluatie toe zijn, zullen er steeds meer gecombineerde urgentiecodes bijkomen.’