Handblad
Zo goed als alles zelfstandig
Wonen met Ondersteuning van een Particulier (WOP) in de praktijk
De zussen Mariëtte en Jeanette hebben een hechte band. ‘Toen onze ouders stierven, heb ik beloofd dat ik voor Mariëtte zou zorgen’, zegt Jeanette. Dat is ook gelukt, maar het heeft nog een tijdje geduurd voor ze de ideale balans hadden gevonden.
In het begin woonde Mariëtte bij haar zus in, in een aparte studio. ‘Het was kangoeroewonen avant la lettre. Het ging op zichzelf wel goed, maar ja: ik had onregelmatige werkuren en puberende kinderen. En toen Mariëtte een verkeersongeval kreeg en niet meer kon gaan werken, kwam ze veel minder buiten en voelde ze zich wat vereenzaamd. Het is op haar vraag dat ze eerst naar een kortopvanghuis gegaan is en daarna naar een bezigheidstehuis.
Een eigen huis
Maar eigenlijk is Mariëtte geen groepsmens, weet Jeanette. ‘Ze zegt gemakkelijk waar het op staat, en dat botst wel eens. We zagen dat het daar de verkeerde kant uitging. Mariëtte sloot zich meer en meer in haar eigen kamer op, en at ook te weinig.’
‘Daarom hebben we hier in Dudzele een huis gezocht zodat Mariëtte apart zou kunnen wonen, niet te ver van mij. Eerst was dat op de privéhuurmarkt, later heeft het OCMW ervoor gezorgd dat we een bejaardenhuisje konden krijgen.’
Vangnet
‘In het begin was het toch een grote sprong in het duister’, geeft Jeanette toe. ‘Mariëtte had nog nooit echt alleen gewoond. Overdag zou het wel gaan, dat wisten we maar ’s nachts, zo alleen? Dat was een vraagteken. Maar het ging allemaal heel goed.’
‘Pas als we al goed op weg waren, hebben we van WOP -diensten gehoord (zie p. 6, nvdr). Die bestonden toen nog niet zo lang. In feite hebben we dus eerst alles zelf uitgevist, maar we zijn nu toch blij dat we ondersteuning krijgen van een dienst voor pleegzorg. Onze begeleider helpt ons bijvoorbeeld bij de administratie. En als er wrijvingen of problemen zouden zijn, helpt het om terug te kunnen vallen op een objectief iemand. Het is geruststellend dat er een vangnet is.’
Datzelfde geldt overigens ook voor Mariëtte. ‘Ik doe zo goed als alles zelfstandig. Ik kook mijn eigen potje, ga zelf in het dorp om boodschappen. Alleen als ik voor de boodschappen een auto nodig heb, ga ik samen met mijn zus. En ik ga ook regelmatig bij haar op bezoek, bijvoorbeeld als er familie op bezoek komt. We lopen elkaars deur zeker niet plat. Maar ik weet dat ik op Jeanette kan rekenen als ik in nood zit.’
En juist door die zekerheid kan ze veel zelfstandigheid aan.