Handblad
Continuïteit is het belangrijkste
Minister Heeren nieuwe Welzijnsminister
Sinds januari is Veerle Heeren Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Ze volgt Steven Vanackere op, die naar het federale niveau verhuisde.
Het is niet de gemakkelijkste opdracht om een paar maanden voor de verkiezingen minister te worden. Veerle Heeren heeft dus geen moment te verliezen. ‘Het is een korte maar bijzonder wervelende en belangrijke periode’, zegt ze. ‘Er ligt immers nog heel wat wetgevend werk op de planken. Ik ga het beleid echter niet omgooien. We hebben nog altijd hetzelfde partijprogramma en hetzelfde regeerakkoord.’
‘Het is vooral belangrijk om de continuïteit van het beleid niet in gevaar te brengen. Maar ik heb niet het gevoel dat ik de zaken heb vertraagd. Ik had mijn eedaflegging nog maar achter de rug of we hebben het Woonzorgdecreet al gestemd. Het helpt ook dat ik het kabinet van Steven Vanackere grotendeels heb overgenomen.’
Wonen
Het Woonzorgdecreet is niet alleen het eerste decreet dat Veerle Heeren ter stemming voorlegde, wonen is ook haar persoonlijke dada. ‘Ik heb altijd gevonden dat de link tussen wonen en welzijn beter kon. Het is belangrijk dat er continuïteit zit in de zorg als je bijvoorbeeld van thuiszorg overgaat naar een residentiële instelling. Zodat de verpleegster die je al jaren hebt, niet per se moet wegvallen. Het Woonzorgdecreet regelt dat voor ouderen, maar ook in de gehandicaptensector zou die regeling nuttig zijn. Het best werken we aan één systeem voor alle sectoren amen, en het Woonzorgdecreet is een eerste stap.’
‘Voorts zou het nuttig zijn dat ook de departementen Welzijn en Wonen meer met elkaar gaan samenwerken. Op die manier kunnen we de budgetten een stuk efficiënter gebruiken. Voor veel welzijnsvoorzieningen is het niet evident om te bouwen, want ze doen dat niet alle jaren. Bij de sociale huisvestingsmaatschappijen is die knowhow er wel, dus is het logisch om daar gebruik van te maken.’
‘Natuurlijk moeten voor die samenwerking eerst veel tussenschotten worden weggenomen, ook in de hoofden van de mensen. Soms is er nog koudwatervrees en wordt de samenwerking gezien als een bedreiging. Maar het is volgens mij echt de toekomst om meer samenwerking te krijgen tussen de departementen onderling.’
Wachtlijsten
De minister was nog niet aan haar eerste dag begonnen, of ze kreeg al mensen van de vereniging Opvang Tekort over de vloer, om de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg aan te klagen. We moeten toegeven dat de uitdagingen nog altijd groot zijn, zegt Heeren.
‘Anderzijds is het wel zo dat we het meerjarenplan 2003 – 2007 effectief helemaal hebben uitgevoerd. Daarmee is het structurele tekort aan plaatsen dat we kenden in 2004, helemaal weggewerkt. Daar is 128 miljoen euro voor uitgetrokken en ingezet door de Vlaamse Regering. In de periode 2004 – 2008 konden ongeveer 16.600 vragen die bekend waren op de Centrale Registratie van Zorgvragen, afgesloten worden.
In 2008 is het aantal opgeloste zorgvragen met 158 % gestegen ten opzichte van 2003. Maar intussen zijn er nieuwe zorgvragen bijgekomen. En de mensen van wie de zorgvraag is ingevuld, worden ook steeds ouder, waardoor er minder plaatsen vrijkomen.’
‘Dat betekent dat de wachtlijsten nog zeker tien jaar een spijtige realiteit zullen blijven. In de volgende legislatuur willen we opnieuw extra middelen voor meer plaatsen vrijmaken. Maar als je realistisch bent, weet je dat er pas over tien jaar een knik zal komen in de curve.’
Innovatie
In het algemeen vindt Veerle Heeren de gehandicaptensector trouwens een dynamische, innovatieve sector waar heel wat verandering is ingezet, met veel nieuwe projecten. ‘Er zijn het experiment PG B, het PA B, de zorggradatie: allemaal stappen naar meer zorg op maat. Anderzijds moet het personeel van de instellingen en voorzieningen ook kunnen volgen. In sommige instellingen zit het personeel echt aan zijn limiet omdat de personeelsomkadering niet meer aangepast is aan de realiteit van de ondersteuningsnoden.Ook daar moeten we iets aan doen.’
‘Onder meer daarom komen we nu met een meerjarenplan voor de gehandicaptensector. Daar is veel studiewerk in gestopt. We willen nu onze beleidslijnen uitzetten en keuzes maken – want zoals iedereen weet is de budgettaire context in deze crisistijden niet florissant.’