Nieuwe zorgprojecten
Persoonsgebonden budget
Het PGB-experiment is een ander spoor van zorgvernieuwing. Ook hier wordt geëxperimenteerd met de drie hefbomen van zorgvernieuwing:
- de ondersteuning van de persoon met een handicap in functie van de vraagverduidelijking en de realisatie van zijn ondersteuningsplan;
- een persoonsgebonden financiering als basis voor de financiering van de zorg voor personen met een handicap;
- een deregulerend kader voor de zorgaanbieders.
De opzet
De zelfsturing van de persoon met een handicap staat centraal in het experiment: hij moet een grote keuzevrijheid hebben en zelf kunnen beslissen welke ondersteuning hij waar en wanneer inkoopt. Er kan geëxperimenteerd worden met een combinatie van inkoop van ondersteuning door een of meerdere persoonlijke assisenten, of door reguliere (welzijns)diensten, en van begeleiding of opvang in zorgvoorzieningen. Het experiment zal geëvalueerd worden met het oog op de toekomstige uitvoeringsbesluiten voor het decreet voor het persoonsgebonden budget.
De start van het experiment
In het voorjaar van 2008 besliste de Vlaamse regering met het PGB-experiment te starten. Hiervoor werd een voldoende hoog budget vrij gemaakt om ook beleidsconclusies te kunnen trekken. Tot de prioritaire doelgroep behoorden volgende categorieën van personen: de langer dan drie jaar op de wachtlijst staande zorgvragers, de PAB-aanvragers van voor 2005 die nog geen budget toegekend kregen en personen die al in een residentiële voorziening verbleven. Het aantal deelnemers werd beperkt tot maximum 200.
De voorstudie
Voor de feitelijke start van het experiment in september 2008 werd een voorstudie uitbesteed. De bedoeling was een referentiekader voor het PGB-experiment uit te tekenen. Daarbij werd de toepassing van het PGB in het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Duitsland verkend. De wetenschappelijke onderzoekers moesten voorstellen formuleren voor een doelmatige toepassing van het PGB in Vlaanderen. Hierbij moesten ze rekening houden met de Belgische staatsstructuur en de bevoegdheidsverdeling over de verschillende beleidsdomeinen. De voorstudie moest een antwoord bieden op de volgende vragen:
- Welke soorten ondersteuning zullen op welke manier kunnen ingekocht worden door de persoon met een handicap ?
- Welke meerwaarden worden beoogd in vergelijking met de andere zorgsystemen en hoe kunnen die geëvalueerd worden ?
- Wat betekent een PGB-budget in termen van inclusief beleid ?
- Welke zijn de individuele bestedingsmarges van een PGB-budget (wat kan er met met een PGB en wat niet) ?
Het wetenschappelijk onderzoek
De voorstudie moest helpen om de juiste onderzoeksvragen te formuleren voor het wetenschappelijk onderzoek dat aan het feitelijke PGB-experiment gekoppeld is. Dat onderzoek loopt van september 2008 tot september 2010.
Aan de hand van de onderzoeksvragen wordt het individueel traject van een representatief staal van PGB-ers gedurende die twee jaren systematisch opgevolgd. Ook het hele experiment wordt wetenschappelijk begeleid. De ontwikkelingen en de beleidsbeslissingen op het vlak van het PGB in het buitenland worden hierbij in het oog gehouden.
Het doel van het wetenschappelijk onderzoek is tweevoudig. Enerzijds wil het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) een antwoord krijgen op volgende vragen:
- Hoe springen de personen met een handicap om met hun PGB?
- Hoe wordt de zorg georganiseerd: wat is het aandeel van de PGB-er zelf, welk aandeel hebben de mantelzorg en de professionele zorg?
- Wat zijn de effecten en de knelpunten voor de zorgaanbieders?
- Hoe tevreden zijn de zorgvragers en de zorgaanbieders?
Anderzijds moet het onderzoek toelaten de juiste beleidsaanbevelingen te formuleren.