Participatie
VN-Conventie en burgerschapsmodel
De VN-Conventie
Principe
De VN-Conventie inzake de rechten van personen met een handicap vertrekt vanuit het principe dat personen met een handicap volwaardige mensen met gelijke rechten zijn. De conventie wil ervoor zorgen dat personen met een handicap een volledig en gelijk genot hebben van alle mensenrechten. Zij creëert geen nieuwe rechten, vermits de rechten van personen met een handicap al vastgelegd zijn in andere, algemene mensenrechtenverdragen. De conventie preciseert wel een aantal rechten en het verbod op discriminatie in een aantal domeinen. Zij stelt ook een code op voor de toepassing van die rechten.
Maatregelen
De VN-Conventie voorziet maatregelen op de volgende gebieden: de toegankelijkheid van gebouwen en diensten, de bescherming van kinderen met een handicap, het recht op gezondheidszorg en revalidatie, de discriminatie op de werkvloer, het recht op eigendom en de toegang tot financiële diensten, het recht op een aangepaste levensstandaard, de sociale bescherming, het recht op privacy en de toegang tot medische gegevens, en het recht op een evenwaardige deelname aan het cultureel leven.
U kunt hierna de tekst van de VN-Conventie raadplegen.
VN-Conventie inzake de rechten van personen met een handicap
Het engagement van de staten
De verdragsluitende staten engageren zich om hun beleid en hun wetten en administratieve maatregelen af te stemmen op de bescherming van die rechten en om alle vormen van discriminatie uit te sluiten. Zij engageren zich om te strijden tegen vooroordelen en de bewustwording rond de mogelijkheden van personen met een handicap te stimuleren.
De verdragsluitende staten verzekeren dus dat personen met een handicap hun leven kunnen leiden, net zoals personen zonder handicap, en besteden daarbij een speciale aandacht aan vrouwen en kinderen met een handicap.
België ratificeerde de tekst van de Conventie en het bijhorend protocol op 2 juli 2009. De Europese Unie ratificeerde de Conventie op 26 november 2009.
Organisatie
De verdragsluitende staten duiden organen aan voor de toepassing van de conventie en zorgen voor de coördinatie van de acties in de verschillende sectoren. Zij moeten ook rapporteren aan het Comité betreffende de rechten van personen met een handicap.
Bij de conventie hoort een facultatief protocol voor de behandeling van klachten door het Comité betreffende de rechten van personen met een handicap.
De basis: het burgerschapsmodel
De basis voor de VN-Conventie
De VN-Conventie wil ervoor zorgen 'dat personen met een handicap het volledig en gelijk genot hebben van alle mensenrechten. Het verdrag heeft als basisgedachte dat personen met een handicap volwaardige mensen met gelijke rechten zijn.' De basis voor dit streven is terug te vinden in het 'burgerschapsmodel'. Daarin staat de 'kwaliteit van het leven' centraal.
Klemtonen
Het burgerschapsmodel is een inclusief sociaal model, dat de klemtoon legt op de mogelijkheden, de individuele vaardigheden, de persoonlijke autonomie en de sociale solidariteit. Bij de vertaling van deze sleutelelementen naar de voorwaarden voor een maximale realisatie van de kwaliteit van het leven dringen zich een aantal vaststellingen op.
Voorwaarden voor een goede levenskwaliteit
De opvoeding, in het bijzonder het onderwijs, een volwaardige tewerkstelling, een aangepaste behuizing, de deelname aan het sociaal-cultureel leven en het inkomen vormen samen de basisvoorwaarden om de persoon met een handicap toe te laten zijn eigen mogelijkheden te ontdekken, zich te ontplooien en zijn individuele vaardigheden aan te scherpen.
De integrale toegankelijkheid op alle terreinen van het maatschappelijk leven (mobiliteit, algemene dienstverlening, sociaal-culturele sector, sport,...), de zelfsturing (vraagverduidelijking, persoonlijke levensplanning,...) en een vraaggestuurde ondersteuning versterken de persoonlijke autonomie van de persoon met een handicap.
De mogelijkheid om gebruik te maken van alle beschikbare dienstverlening, zowel op het vlak van de (geestelijke) gezondheidszorg als op het vlak van andere publieke en welzijnsdiensten (thuiszorg, ouderenzorg, handicapspecifieke ondersteuning,...) vormt een concrete uitdrukking van de sociale solidariteit. Zo ook de bevordering van de netwerkondersteuning (sociaal netwerk, mantelzorg) in de directe omgeving van de persoon met een handicap.
Het burgerschapsmodel maakt duidelijk dat de opdrachten van de overheid ten aanzien van de persoon met een handicap verspreid zijn over alle staatsniveaus, alle beleidsdomeinen en alle sectoren van het welzijnsbeleid.