Handblad
De aandacht groeit
Er zitten verschillende initiatieven in de pijplijn om politici en ambtenaren meer rekening te doen houden met de noden en wensen van personen met een handicap, én om de maatschappelijke positie van mensen met een handicap te verbeteren. Een kort overzicht.
Ria. De bevallige naam Ria staat bij de Vlaamse overheid voor het véél drogere ‘ReguleringsImpactAnalyse’. Daarmee gaat de Vlaamse overheid systematisch na welke rechtstreekse en onrechtstreekse effecten haar decreten of besluiten zullen hebben, en of er geen (betere) alternatieven zijn. Het is dus een beleidsinstrument om de regels eenvoudiger te maken of minstens niet nog ingewikkelder dan ze al zijn.
Dit najaar wordt Ria tegen het licht gehouden en herbekeken. Bij die gelegenheid worden ook de mogelijkheden onderzocht om Ria uit te breiden met een Inclusie- EffectenAnalyse. Dat is een gelijkaardig systeem om na te gaan welke effecten een regel heeft voor (de inclusie van) personen met een handicap. De InclusieEffectenAnalyse is ontwikkeld door de tau-Groep, een samenwerkingsverband van tien voorzieningen voor personen met een handicap, en het gebruikersplatform Grip (Gelijke Rechten voor Iedere Persoon). De tau-groep ontving hiervoor een bijzondere subsidie van het Vlaams Fonds. Rudi Kennes van het Vlaams Fonds vindt het systeem alvast bijzonder nuttig. ‘Als die methode in Ria wordt opgenomen, zal het beleid veel meer rekening gaan houden met mensen met een andicap. De beleidsmakers worden immers gedwongen om na te denken over de effecten van hun maatregel op die specifieke doelgroep. Dat gebeurt nu nog veel te weinig – niet noodzakelijk uit slechte wil, maar omdat veel politici en ambtenaren nog te weinig
in contact komen met de problematiek van personen met een handicap.’
Voor alle duidelijkheid: honderd procent zekerheid dat de InclusieEffectenAnalyse in Ria wordt opgenomen, is er nog niet. En de overheid is ook niet verplicht om rekening te houden met de conclusies van de Ria. ‘Maar het signaal is in elk geval positief.’
Inclusiespiegel. Nog een initiatief van Grip is de Inclusiespiegel: een soort barometer van de maatschappelijke positie van personen met een handicap of met langdurige gezondheidsproblemen in Vlaanderen. Door de deelname van burgers met een beperking aan onder meer werk, scholing of vrijetijdsbesteding te vergelijken met de deelname van de doorsnee burger, geeft de Inclusiespiegel een beeld van de graad van inclusie in Vlaanderen.
De cijfers die in de Inclusiespiegel worden gebruikt, zijn grotendeels afkomstig van de Vlaams Fonds-onderzoekers Jan Verbelen en Erik Samoy. ‘Veel van die cijfers werden samengebracht in een voorstel van monitoringinstrument’, zegt Jan Verbelen. ‘Als overheid kunnen we zo’n instrument gebruiken om na te gaan hoe het met de sociale positie van personen met een beperking staat. We kunnen daar na verloop van tijd ook uit opmaken of de maatschappelijke deelname verbetert of verslechtert. De spiegel kan dus worden gebruikt om mee het beleid te flankeren, maar het is geen instrument om de effecten van concrete beleidsinitiatieven rechtlijnig mee te evalueren. De meerwaarde is duidelijk de bredere maatschappelijke invalshoek.’ Er wordt onderzocht hoe zo’n barometer kan worden ingepast in het overheidsbeleid.