Handblad
Sleutelen aan de basis. Diagnosestelling in hele welzijnssector onder de loep.
Goede hulpverlening begint bij een goede diagnose: daar is iedereen het mee eens. Momenteel onderzoekt de hele welzijnssector hoe die diagnose kan worden verbeterd. Aangezien onder meer personen met een handicap rechtstreeks betrokken zijn, wordt ook uw mening op prijs gesteld.
Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Inge Vervotte heeft van een goede diagnosestelling een van haar prioriteiten gemaakt. Tegen eind 2006 zou ten minste een begin moeten zijn gemaakt met een betere diagnose (informatie verzamelen over de cliënt en zijn behoeften) en indicatiestelling (vaststellen welke hulpverlening de cliënt nodig heeft).
Dat een en ander beter kan, is duidelijk: de doorlooptijd van het hele diagnoseproces is vaak erg lang. Meermaals moet iemand dezelfde onderzoeken ondergaan bij verschillende diensten, die elk hun eigen dossier opstellen. En ook de transparantie en de duidelijkheid van het hele proces kunnen beter. Cliënten hebben soms het gevoel dat ze van het kastje naar de muur worden gestuurd.
Welk organisatiemodel?
De problemen zijn dus grotendeels bekend. Maar wat wordt de oplossing? Daarover is elke sector zich momenteel aan het buigen. ’Binnen de integrale jeugdzorg is men momenteel op zoek naar een unieke toegangspoort’, zegt Kristel Gevaert, adjunct administrateur-generaal van het Vlaams Fonds. ’Kernpunt is de sectoroverschrijdende intake: eerst gebeurt een diagnose, en pas daarna wordt beslist of de cliënt bij Kind & Gezin moet aankloppen, of bij het Vlaams Fonds, bij een ander onderdeel van de jeugdzorg - of bij een combinatie van dat alles. Het voordeel is dat je zo veel beter kunt uitgaan van de noden van de cliënt, en dat je minder vertrekt vanuit het beschikbare zorgaanbod.’
Een dergelijk organisatiemodel zou in principe in de hele welzijnssector kunnen worden ingevoerd. Want, zeggen sommigen op de website www.vlafo.be/diagnostiek/ (zie kaderstukje): de multidisciplinaire teams worden nu te vaak gereduceerd tot een toeleidingsorganisatie naar het Vlaams Fonds.
Maar er zijn ook andere modellen mogelijk. ’Je kunt ervoor opteren om het huidige systeem te behouden, maar de kwaliteit te verbeteren. De multidisciplinaire teams blijven dan instaan voor de diagnose en indicatiestelling, maar er komt meer kwaliteitsbewaking en meer ondersteuning. En daartussenin heb je bij wijze van spreken honderden mogelijke werkwijzen die allemaal hun voor- en nadelen hebben, en allemaal hun voor- en tegenstanders. Welk organisatiemodel willen we, wordt het een geheel nieuw model of een aanpassing van wat al bestaat: dat wordt waarschijnlijk het punt dat de meeste discussies zal losweken.’
’Het uiteindelijke doel van die hele oefening moet zijn dat de Vlaamse overheid de beperkte middelen beter en efficiënter gaat besteden, zodat de juiste hulp bij de juiste mensen terechtkomt, en het liefst zonder al te veel vertraging. Kortom: dat de welzijnssector in het algemeen en de gehandicaptenzorg in het bijzonder de kwaliteit van zijn hulpverlening kan opdrijven.’
Laat van u horen
Het Vlaams Fonds wil zoveel mogelijk belanghebbenden betrekken bij de uitwerking van een betere diagnose en indicatiestelling, dus ook (en vooral) personen met een handicap. Er is al een studiedag geweest waarop alle betrokken partijen werden uitgenodigd. Er is nu ook een website waarop iedereen zijn meningen en suggesties kwijtkan.
Wilt u lezen wat anderen over dit onderwerp denken, wat de visie van de minister is, welke teksten het Vlaams Fonds al heeft uitgewerkt, of wilt u zelf een bijdrage leveren? Surf dan naar: www.vlafo.be/diagnostiek/. Het Vlaams Fonds geeft uw reacties door aan de stuurgroep die een definitieve visietekst en actieplan zal ontwikkelen.
Uw ideeën en voorstellen kunnen bepalend zijn voor het actieplan dat de diagnose en indicatiestelling zal vernieuwen. Zodra het actieplan is uitgewerkt, zal het ook op de website gepubliceerd worden.