Leren en werken
Buitengewoon onderwijs
Kunnen kinderen en jongeren zich niet optimaal ontplooien in het gewone onderwijs, dan kunnen ze les volgen in het buitengewoon onderwijs. Naast onderwijs bieden de scholen voor buitengewoon onderwijs ook opvoeding, verzorging en therapie. Het doel is de totale persoonlijkheidsontwikkeling te stimuleren. Kinderen en jongeren worden voorbereid op het maatschappelijke leven en de uitoefening van een beroep. Dat laatste kan al dan niet binnen het gewone arbeidscircuit zijn.
Buitengewoon kleuter- en lager onderwijs
Het buitengewoon kleuteronderwijs laat kleuters van 2,5 tot 6 jaar toe. Kinderen tussen 6 en 13 (uitzonderlijk 14) jaar kunnen terecht in het buitengewoon lager onderwijs.
Zowel buitengewoon kleuter- als lager onderwijs zijn opgedeeld in types:
- Type 1:
voor kinderen met een licht verstandelijke handicap
- Type 2:
voor kinderen met een matig of ernstig verstandelijke handicap
- Type 3:
voor kinderen met gedragsstoornissen, ernstige emotionele en/of gedragsproblemen
- Type 4:
voor kinderen met een fysieke handicap
- Type 5:
voor kinderen die opgenomen zijn in een ziekenhuis of in een preventorium
- Type 6:
voor kinderen met een visuele handicap
- Type 7:
voor kinderen met een auditieve handicap
- Type 8:
voor kinderen met ernstige leerstoornissen.
Type 1 en type 8 komen niet voor in het buitengewoon kleuteronderwijs.
Buitengewoon secundair onderwijs
In het Buitengewoon Secundair Onderwijs (BuSO) kunnen jongeren van 13 tot 21 jaar terecht. De Commissie van Advies voor het Buitengewoon Onderwijs kan die leeftijdsgrens verhogen tot maximum 25 jaar.
In het BuSO bestaan dezelfde types als in het buitengewoon kleuter- en lager onderwijs, behalve type 8.
Binnen de verschillende types spreekt men over opleidingsvormen. Die hebben telkens andere doelstellingen in functie van de toekomst van de jongere:
- Opleidingsvorm 1
Het doel van onderwijs tot sociale aanpassing is de jongere een sociale vorming te geven zodat hij in een beschermde leefomgeving kan wonen.
Opleidingsvorm 1 bestaat binnen type 2, 3, 4, 6 en 7.
- Opleidingsvorm 2
De tweede opleidingsvorm traint de jongere in algemene en sociale vorming én in arbeidsvaardigheden. De bedoeling is dat hij of zij in een beschermde leef- en werkomgeving kan wonen en werken.
Opleidingsvorm 2 bestaat binnen type 2, 3, 4, 6 en 7.
- Opleidingsvorm 3
Deze opleidingsvorm geeft de jongere een algemene, sociale en beroepsvorming. De bedoeling is dat de jongere zich later integreert in een gewone leef- en arbeidsomgeving.
Deze opleidingsvorm bestaat binnen type 1, 3, 4, 6 en 7.
- Opleidingsvorm 4
Deze opleidingsvorm omvat algemeen, technisch, kunst- en beroepsonderwijs (doorstromingsafdeling of kwalificatieafdeling). Hier gelden dezelfde doelstellingen als in het gewoon secundair onderwijs.
Deze opleidingsvorm bestaat niet voor jongeren met een verstandelijke handicap.