Opstarten en uitbreiden
Inclusieve ondersteuning
Wat is inclusieve ondersteuning?
Met het pilootproject rond diensten inclusieve ondersteuning (DIO) streeft het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) naar nog meer ‘gewone’, in de samenleving geïntegreerde huisvesting voor personen met een handicap, naast de residentiële voorzieningen. Een DIO biedt ambulante ondersteuning. De cliënt woont in een individuele woning of een kleine groepswoning. Hij staat zelf in voor zijn woon- en leefkosten. De ondersteuning is gratis. Indien nodig zorgt de DIO voor een aangepaste dagbesteding.
Er is sprake van inclusiviteit als de zorg voor de persoon met een handicap een verantwoordelijkheid is van de hele samenleving en niet alleen van gespecialiseerde diensten of voorzieningen. Alle mogelijke vormen van ondersteuning vanuit de centrale overheid en de lokale besturen, onder meer de thuiszorg, thuisverpleging, gezinshulp, maaltijddiensten en vervoersdiensten, moeten maximaal aangewend worden voor de zorg. Daarnaast zijn er ook nog de naasten van de persoon met een handicap, of met andere woorden de mantelzorgers. De dienst inclusieve ondersteuning moet dus eigenlijk het vangnet zijn voor de lacunes in de ‘reguliere’ zorg.
Deze nieuwe aanpak, met een ruime responsabilisering, differentiëring en verregaande samenwerking, komt de integratie van de persoon met een handicap in de maatschappij ten goede.
Het is ook de opdracht van de diensten inclusieve ondersteuning om te zorgen voor een efficiënte samenwerking tussen de reguliere diensten, de mantelzorg en het natuurlijke netwerk van de persoon met een handicap. Maar het is uiteindelijk de persoon met een handicap die, op basis van het ondersteuningsplan en mits de nodige begeleiding, zelf zijn leven organiseert en zijn eigen keuzes maakt. Het credo is dus ook hier ‘zorg op maat’, ook voor de zwaar zorgbehoevende personen met een handicap.
Voorts zorgt de nieuwe aanpak ervoor dat de middelen van het VAPH bij voorkeur gaan naar handicapspecifieke ondersteuning.
Hoe gebeurt de toewijzing van de plaatsen?
Voor de toewijzing van de plaatsen in de diensten inclusieve ondersteuning is een fase van vraagverduidelijking voorzien. Daarbij worden het levensproject, de wensen en verwachtingen, de mogelijkheden, de beperkingen en de ondersteuningsnoden van de persoon met een handicap in kaart gebracht. De inschatting van de ondersteuningsnoden gebeurt onder meer op basis van een ‘zorgzwaarte-instrument’. Aan de hand van dat instrument worden door het multidisciplinair team die noden geobjectiveerd. Zo wordt, bij middel van scores op meerdere schalen en een vragenlijst, de nood aan begeleiding, permanentie en nachtpermanentie gemeten.
De diensten inclusieve ondersteuning zijn een samenvoeging van de ondersteuningsvormen beschermd wonen en geïntegreerd wonen. De populatie van de nieuwe diensten is dus heel gedifferentieerd. Die bestaat uit personen met een handicap gaande van de huidige cliënten beschermd wonen, met een ondersteuningsnood die net iets hoger ligt dan bij begeleid wonen, tot cliënten die nu opvang krijgen in een tehuis. Voor de eerste groep cliënten kan het volstaan dat een begeleider eens per week langskomt. Voor de tweede groep moet, in het uiterste geval, een begeleider 24 u op 24 snel fysiek bij de cliënt aanwezig kunnen zijn voor ondersteuning.
De personeelsomkadering van de diensten inclusieve ondersteuning is niet forfaitair geregeld, maar vloeit voort uit de inschaling van de individuele ondersteuningsnood van de cliënten. Op basis van die noden kan de omkadering gesimuleerd worden. De slotsom moet zijn dat de beschikbare middelen op die manier handicapspecifieker en doeltreffender gebruikt worden.