Nieuwe zorgprojecten
Diensten inclusieve ondersteuning
De kijk op personen met een handicap is grondig veranderd, zowel in de internationale context als in onze eigen maatschappij. De ‘verzorgende’ maatschappij focuste in het verleden meer op de handicap zelf dan op de persoon. Die handicap moest verzorgd worden en de hinder ervan zoveel mogelijk beperkt. Die verzorging werd enkel in gespecialiseerde instellingen aangeboden. Zo belandde de persoon met een handicap ongewild buiten de samenleving.
Binnen de VN-conventie inzake de rechten van personen met een handicap van 13 december 2006 wordt er resoluut uitgegaan van het burgerschapsmodel. Dat model gaat er van uit dat de persoon met een handicap eigen keuzes maakt en de regie over zijn eigen leven in handen neemt. Dat betekent dat de persoon met een handicap zelf de kwaliteit van zijn leven wil bepalen en dit zoveel als mogelijk in ‘gewone’ omstandigheden. De regelgeving laat dat vandaag echter onvoldoende toe.
Binnen de zorgvernieuwing krijgt het burgerschapsmodel meer ingang. Met de uitbouw van diensten voor inclusieve ondersteuning (DIO) wordt een volwaardig alternatief geboden voor de opvang in een voorziening. Diensten voor inclusieve ondersteuning zullen soepel op de diversiteit aan zorgvragen kunnen inspelen. Ze zullen voor de realisatie van de ondersteuning ook maximaal inclusief werken, met name door samen te werken met de reguliere welzijnsdiensten en met het natuurlijk netwerk van de persoon met een handicap. Reguliere diensten zijn die diensten die ter beschikking staan van elke burger, zoals thuiszorg, thuisverpleging, gezinshulp, maaltijddiensten en vervoersdiensten.
Het nieuwe regelkader
Net zoals binnen beschermd en geïntegreerd wonen verblijven de personen met een handicap in individuele woningen of kleine groepswoningen. Zij staan zelf in voor de woon- en leefkosten. De ondersteuning is gratis. Indien nodig wordt voorzien in een aangepaste dagbesteding.
De DIO’s worden gesubsidieerd op basis van personeelspunten, a rato van het aantal opgenomen personen met een handicap en van hun zorgzwaarte. De diensten worden gestimuleerd om, zoveel als mogelijk en wenselijk, reguliere diensten en mantelzorgers in te schakelen.
Van beschermd wonen en geïntegreerd wonen naar inclusieve ondersteuning
In 2008 zagen de geïntegreerde woonprojecten het licht. Vanaf dat ogenblik al was het uitgangspunt voor een volgende fase van de zorgvernieuwing dat de diensten voor beschermd wonen en de geïntegreerde woonprojecten tot één zorgvorm zouden omgevormd worden. De nieuwe doelgroep zou dan bestaan uit cliënten die mits de nodige ondersteuning op psychosociaal en administratief vlak in meer geïntegreerde of inclusieve woonvormen zouden kunnen leven. De ondersteuning zou kunnen variëren van een paar uur tot een meer intensieve begeleiding. Door de samenvoeging van de diensten voor beschermd wonen en de geïntegreerde woonprojecten zou dus een zorgvorm ontstaan met een heel gedifferentieerde cliëntenpopulatie. Om die samenvoeging op een beheerste wijze te lanceren en de impact ervan te evalueren, startte het VAPH, in samenwerking met de betrokken actoren, het pilootproject Diensten Inclusieve Ondersteuning (DIO) op.
Het VAPH voorziet op dit ogenblik dat de diensten voor beschermd wonen en de diensten geïntegreerd wonen op 1 januari 2013 zullen ophouden te bestaan. Op die datum zullen die 2 verschillende woonvormen dus vervangen worden door 1 enkele, met name de diensten inclusieve ondersteuning.
Pilootproject
Het pilootproject DIO houdt een inschaling in van de cliënten voor de DIO-uitbreidingsplaatsen, maar ook van de cliënten beschermd wonen en geïntegreerd wonen. Het instrument daartoe, met name het zorgzwaarte-instrument, beoogt een objectieve inschatting van de nood aan ondersteuning van een persoon met een handicap. Het instrument zit nog in een fase van verfijning. Dat instrument is belangrijk, aangezien de zorgzwaarte van de opgenomen personen een van de bepalende factoren is voor de subsidiëring.
Meer informatie omtrent het zorgzwaarte-instrument vindt u in de brochure 'Inschaling van de zorgzwaarte: wat en hoe?'
Een evaluatie van het nieuwe regelkader is voorzien. Die zal gebaseerd zijn op een tevredenheidsonderzoek bij de cliënten en op de ervaringen van de betrokken diensten. Ook de koppeling tussen de zorgzwaarte en de toegekende middelen zal expliciet geëvalueerd worden.
Wat wijzigt er in de begeleiding?
Voor de persoon met een handicap blijft de begeleiding/ondersteuning binnen beschermd en geïntegreerd wonen ongewijzigd. De betrokken diensten streven er echter naar om meer gebruik te maken van reguliere diensten (poetsdiensten, maaltijddiensten, enz.).
Vooraleer een persoon met een handicap ondersteuning kan krijgen van een DIO, moet zijn ondersteuningsnood goed in kaart gebracht worden. Bij de aanvang van de begeleiding wordt daarom een proces van vraagverduidelijking doorlopen. Daarbij worden het levensproject, de wensen en verwachtingen, de mogelijkheden, de beperkingen en de ondersteuningsnoden van de persoon met een handicap onderzocht. De vraagverduidelijking moet uiteindelijk een heus ondersteuningsplan opleveren. De persoon met een handicap kan dus, door een combinatie van hulp van reguliere diensten, van mantelzorg, van het sociale netwerk en van handicapspecifieke ondersteuning, een eigen bestaan uitbouwen in zijn eigen leefomgeving. De DIO heeft daarbij de opdracht de ontbrekende schakels in de reguliere en andere ondersteuningsvormen in te vullen en te zorgen voor de coördinatie van alle ondersteuning.
De DIO’s kunnen ook op een soepele manier het meest geschikte personeel met de meest gepaste kwalificaties in dienst nemen.