Handblad
Inge Vervotte over haar beleidsplannen en de kritiek daarop
Zekerheid scheppen
We treffen Inge Vervotte niet op het beste moment. Verschillende gehandicaptenverenigingen hebben scherpe kritiek geleverd op haar beleidsnota en de minister voelt zich duidelijk wat miskend. ’Ik wil er de nadruk op leggen dat ik er, in een periode van besparingen, toch in geslaagd ben om 73 miljoen euro los te krijgen voor de gehandicaptensector.’
Eerst de cijfers. Het budget voor mensen met een handicap is inderdaad gestegen met 73 miljoen euro: 7 % hoger dan de vorige begroting, die op haar beurt al een stuk hoger lag dan die dààrvoor. Dat geld dient in de eerste plaats om de wachtlijsten weg te werken. Daar is voor 2005 15 miljoen euro voor uitgetrokken. Ten tweede gaat een groot deel naar de instellingen, die van de Vlaamse overheid nog geld tegoed hadden. In 2004 is daar bijkomend 25,9 miljoen voor ingeschreven en in 2005 11 miljoen daarbovenop. Tot slot neemt ook de Individuele Materiële Bijstand (IMB) een fl inke hap uit het budget. In 2004 gaat daar 11,7 miljoen euro extra naartoe, in 2005 nog eens 7,3 miljoen euro daarbij.
Maar, zeggen de critici, dat is allemaal geld voor het verleden: dingen die de Vlaamse overheid beloofd heeft, maar waarvoor pas nu de factuur wordt betaald. Voor nieuwe initiatieven is er blijkbaar geen plaats meer en met de 15 miljoen die de minister in 2005 voorziet, kunnen de wachtlijsten niet helemaal worden weggewerkt.
Zekerheid geven
Dat de wachtlijsten met de bijkomende 15 miljoen euro in 2005 niet volledig verdwijnen, geeft de minister grif toe. ’Maar wat voor zin heeft het om een budget vast te leggen, als er nu al een kloof gaapt tussen wat de regering heeft beloofd en wat er op het terrein is gerealiseerd? Wat ik wil zien, zijn concrete realisaties: plaatsen in instellingen die er zijn bijgekomen, zodat de wachtlijsten effectief korter worden. De huidige budgetverhoging is goed voor 1000 extra plaatsen. Als ik bij het volgende begrotingsoverleg met transparante, klare cijfers kan tonen dat die plaatsen ook zijn gerealiseerd, zullen mijn collega’s gemakkelijker te overtuigen zijn dat de resterende 7,5 miljoen euro nog de laatste kleine opstap is om het probleem verder aan te pakken.’
En dat de budgetten voor de instellingen en IMB geld zijn voor het verleden? Ook dat klopt, zegt de minister. ’Maar dat is precies de kern van mijn beleid: de mensen zekerheid geven. Telkens weer lagen de door de Vlaamse overheid uitgekeerde jaarsubsidies lager dan de werkelijke kosten van de instellingen. Hoe kun je nu van de instellingen verwachten dat ze enthousiast meestappen in een project om de wachtlijsten weg te werken, als je hun huidige kosten niet tijdig betaalt? Hetzelfde geldt voor IMB: de overheid heeft daar engagementen aangegaan. Je kunt niet eerst iets beloven en dan zeggen: sorry, er zijn geen centen.’
Luxeprobleem?
Tot slot is er nog de kritiek dat Inge Vervotte een halt toeroept aan de voorzichtige evolutie naar een meer individugerichte zorg: het zijn de instellingen die het geld krijgen, en zaken als het Persoonlijke-AssistentieBudget (PAB) en het Persoonsgebonden Budget (PGB) worden op een laag pitje gezet. Pure desinformatie, vindt ze. ’Ik draai het PAB niet terug. Er is exact evenveel geld voor uitgetrokken als bij de vorige begroting en het blijft dus op hetzelfde ritme groeien, zoals in de meerjarenplanning was vooropgesteld. Ik heb alleen gezegd dat het PAB moet worden geëvalueerd op zijn merites en zwaktes, net als alles wat nieuw is. Dat is niet meer dan normaal. En het PGB wordt eerst grondig voorbereid vooraleer het in werking zal treden. Het zal dan op basis daarvan kunnen worden opgestart.’
Wel vindt de minister dat de zwaar zorgbehoevenden niet mogen worden vergeten. ’Elk jaar gaat er een miljard naar de gehandicaptensector. Het is niet normaal dat we er met dat budget niet in slagen om alle niet-zelfredzame zwaar zorgbehoevenden de steun te geven die ze nodig hebben. Ze mogen verwijten naar mijn hoofd slingeren zoveel ze willen, maar ik wil niet dat die mensen uit de boot vallen. Voor hen moeten er structurele oplossingen komen.’
Dus wie een PAB vraagt, heeft eigenlijk een luxeprobleem? ’Ik vind het vooral een valse voorstelling dat we óf voor het PAB, óf voor instellingen moeten kiezen. Het is niet de taak van de overheid om keuzes te maken voor de mensen. Ze moet ervoor zorgen dat iedereen de zorg krijgt waar hij of zij zich goed bij voelt. Voor de ene is dat een instelling, voor de andere een PAB en voor nog een andere een PGB. Als je sommigen bezig hoort, lijkt een instelling wel het ergste wat je kan overkomen. Komaan zeg.’
Van de eerste keer goed
Maar we waren eigenlijk gekomen om over de toekomstplannen van de minister te spreken. Die zijn bijzonder ambitieus, zo blijkt. ’Ik ben ervan overtuigd dat er een administratieve vereenvoudiging moet komen. Nu heb je als gehandicapte bijna een jurist nodig om sommige dossiers in te vullen, of je moet telkens weer bewijzen dat je een handicap hebt terwijl de overheid die gegevens allang heeft. We moeten ook af van al die verschillende soorten inschalingen naar gelang van de dienst. Sommige daarvan zijn gewoon verouderd en stroken niet met de realiteit.’
’Ik wil vooral ook een inclusief beleid voeren binnen de eigen sector. Er staan nog veel te veel muurtjes binnen welzijn en gezondheid. In de jeugdzorg wordt al over die muren heen gekeken en dat moet op andere vlakken ook gebeuren.’
Erg concreet wil de minister over al die plannen niet zijn. ’Ik ben nog maar vier maand minister, en het is duidelijk dat al die dingen niet tegen het eind van het jaar gerealiseerd zullen zijn. En ja, ik besef ook wel dat het veel ineens is om tegelijk de wachtlijsten weg te werken, een administratieve vereenvoudiging door te voeren én de muurtjes binnen de sector te slopen. Maar anderzijds: als je dan toch bezig bent met te hervormen, kun je het maar beter van de eerste keer goed doen.’ (Lacht).