Handblad
Antidiscriminatiewet afgeschaft?
Enkele maanden geleden was het nog een bescheiden stormpje in de nationale pers: het Arbitragehof had een deel van de anti- discriminatiewet vernietigd. ’De wet wordt uitgehold’, zei de een. ’Nee, ze wordt juist versterkt’, zei de ander. Maar wat verandert er nu echt? ’Voor personen met een handicap eigenlijk niets’, zegt Isabelle Demeester van het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding (het vroegere centrum-Leman).
De oorspronkelijke antidiscriminatiewet dateert van 25 februari 2003. Ze somde een aantal discriminaties op die strafbaar waren: discriminatie op het gebied van huidskleur of afkomst, bijvoorbeeld, maar ook op basis van een handicap. ’Die beperkende opsomming van de soorten discriminaties is nu geschrapt’, zegt Isabelle Demeester. ’De wet zegt voortaan dat elke discriminatie strafbaar is zodra ze niet redelijk is en niet objectief kan worden gerechtvaardigd. Het is duidelijk dat de discriminatie van mensen met een handicap daar nog steeds bij hoort.’
Redelijk of niet?
Op basis van de wet kan elke persoon met een handicap een overheid of instelling voor de rechter dagen omdat niet alle gebouwen toegankelijk zijn, en de voorbije jaren was het gebrek aan toegankelijkheid inderdaad de hoofdreden waarom mensen met een handicap naar het centrum stapten. Maar of ze zo’n proces ook zullen winnen? ’Dat hangt van de rechter af: die beslist in hoeverre de discriminatie onredelijk is en niet objectief kan worden gerechtvaardigd.’
’In sommige gevallen is dat direct duidelijk: niemand wil, om een absurd voorbeeld te noemen, een blinde als piloot van een lijnvliegtuig. Maar er is ook een heel grote grijze zone, en de rechter bekijkt alles geval per geval. De rechter kan er bijvoorbeeld rekening mee houden dat de antidiscriminatiewet nog niet zo lang bestaat, en dat een overheid of instelling daardoor nog geen redelijke termijn heeft gekregen om al haar gebouwen toegankelijk te maken. Zelfs als een gebouw overduidelijk ontoegankelijk is, hoeft dat dus nog geen veroordeling te betekenen.’
Bemiddeling vaak voldoende
Maar in het overgrote deel van de gevallen is het helemaal niet nodig om naar de rechtbank te stappen. Voor het zover komt, probeert het Centrum altijd te bemiddelen, te informeren en een oplossing te zoeken. Vaak lukt dat ook, zegt Isabelle Demeester. ’Zeker bij een handicap gebeurt de discriminatie niet altijd opzettelijk. Als een gebouw niet toegankelijk is, helpt het vaak om de eigenaar daarvan op de hoogte te stellen. Meestal heeft die oren naar de klachten en worden de redelijke aanpassingen ook uitgevoerd.’