Handblad
Twee personen met een handicap in onze parlementen
De jongste verkiezingen hebben Vlaanderen in meer dan één opzicht veranderd. Eén (positieve) verandering bleef echter grotendeels buiten beeld: sinds de jongste verkiezingen zetelen (eindelijk) twee mensen met een handicap in onze parlementen. We legden ons oor te luisteren bij onze Vertegenwoordigsters des Volks.
Stéphanie Anseeuw hebben we vele Handbladen geleden geïnterviewd als jongste OCMW-voorzitter ooit. Bij haar eerste verkiezingen (2000) haalde ze 1.200 voorkeurstemmen. Nu Jean-Marie Dedecker naar het Vlaams Parlement verhuist, volgt ze hem op als senator.
Helga Stevens (N-VA)
Helga Stevens kreeg bekendheid als dove advocate op de Oost-Vlaamse lijst van het kartel CD&V/N-VA. Ze is directeur van de European Union of the Deaf en zit in de raad van beheer van Fevlado, de Vlaamse Federatie voor Dovenorganisaties. Ze werd op 13 juni rechtstreeks verkozen tot Vlaams volksvertegenwoordiger.
We zijn al volop in de 21ste eeuw en (voor zover we weten) hebben we tot nu toe nog geen enkele parlementariër met een handicap gehad. Nu zijn het er twee: Helga Stevens (N-VA) zit sinds 13 juni in het Vlaams Parlement en Stéphanie Anseeuw volgt in de senaat Jean-Marie Dedecker op. Waarom heeft het zolang moeten duren?
Helga Stevens: ’Als je de maatschappij bekijkt, weet je het antwoord wel. Zelfs de overheid heeft nog te weinig mensen met een handicap in dienst, en als die al het goede voorbeeld niet geven... Blijkbaar denkt men nog altijd dat je dommer bent als je een handicap hebt. Bovendien hebben we ontegensprekelijk een achterstand: zo courant is het nog niet dat er mensen met een handicap afstuderen aan de universiteit of hogeschool.’
Geven en nemen
Toch is er wat aan het veranderen, vindt Stéphanie Anseeuw. ’Vroeger werd een handicap misschien moeilijker geaccepteerd, nu is het al heel wat beter. Je ziet dat bijvoorbeeld ook op het gebied van toegankelijkheid en aanpassingen: er is meer aandacht voor, al kan natuurlijk niet alles van de ene dag op de andere worden aangepast.’
Helga: ’Vaak is het ook een kwestie van engagement bij de persoon met een handicap zelf. Ga je op de lijst staan als een soort excuustruus, op een onverkiesbare plaats, of eis je een verkiesbare plaats op? En in dat laatste geval: wat heb je als argumenten om zo’n plaats te eisen? Zelf ben ik al jaren actief in gehandicaptenverenigingen en ik heb aan verschillende verkiezingen deelgenomen. Pas nu heb ik op tafel geklopt en gezegd: ik heb nog andere bezigheden, als ik me nog langer wil engageren moet het wel de moeite waard zijn. En de partij heeft me gesteund. Het is een wisselwerking: je moet kansen krijgen, maar dat gebeurt ook op basis van je engagement.’
Snel?
Dat het soms ook heel snel kan gaan, heeft Stéphanie bewezen: in 2000 nam ze voor het eerst deel aan de verkiezingen, in 2004 zit ze al in de Senaat. ’Ik stond bij de senaatsverkiezingen in 2003 als derde opvolger van Jean-Marie Dedecker op de lijst. De twee andere opvolgers hebben intussen al een mandaat opgenomen. Nu Jean-Marie naar het Vlaams Parlement is verhuisd, heb ik zijn plaats als senator ingenomen.’
’Snel? Als je daarover nadenkt, is dat misschien wel snel, ja. Maar voor mij was de grootste schok dat ik in 2000 OCMW-voorzitter werd. Ik stond op die lijst en had gehoopt in de gemeenteraad te geraken, en opeens werd mij een schepenambt aangeboden. Dat was een veel grotere stap.’
Licht te veel
Hoe zit het nu met de toegankelijkheid van onze parlementsgebouwen? ’De senaat is een oud gebouw met veel trappen’, zegt Stéphanie. ’Tussen de verdiepingen waren er al liften, maar heel vaak zijn er op de verdiepingen zelf niveauverschillen met drie of vier treden. Voor een deel is dat opgelost met hellingen, maar er zijn ook kleine platformliftjes besteld. Via de hoofdingang kan ik in elk geval niet binnen want daar zijn trappen en twee draaideuren die te klein zijn voor een rolstoel. Ik ga dus langs een zij-ingang, waar al jaren een lift is en waar ook de aangepaste parkeerplaatsen zich bevinden.’
’Ik ben van bij het begin bij de aanpassingen betrokken. Na de eedafl egging heb ik plannen gekregen van het gebouw, met aanduidingen welke wegen vlot toegankelijk waren. Zij hebben mij ook allerlei dingen gevraagd, bijvoorbeeld welke hellingshoek zo’n hellend vlak mag hebben.’
Helga heeft minder problemen gehad met de aanpassingen: ’Ik heb een tolk die ik via een webcam kan volgen en een semafoon met triller die mij waarschuwt als we bijvoorbeeld naar het halfrond worden geroepen om de plenaire zittingen bij te wonen. Eigenlijk is de glazen koepel van het Vlaams Parlement nog het grootste probleem: met al dat licht kan ik mijn computerscherm haast niet zien.’
Voornemens
En gaan beide verkozenen in hun parlementair werk nu speciaal aandacht hebben voor de verzuchtingen van mensen met een handicap? Stéphanie: ’Dat gebeurt bijna automatisch, heb ik gemerkt. De mensen spreken mij gewoon makkelijker aan als het over dergelijke dingen gaat.’
Helga: ’Ik ben niet alleen door mensen met een handicap verkozen, maar natuurlijk heb ik mijn stokpaardjes. Ondertiteling van alle tv-programma’s, bijvoorbeeld, of inclusief onderwijs. Met het gelijkekansendecreet kunnen scholen in principe geen allochtone kinderen meer weigeren — maar kinderen met een handicap wél! Ik kan nog begrijpen dat inclusief onderwijs niet altijd weggelegd is voor kinderen met een mentale handicap, maar zeker voor kinderen met een fysieke handicap vind ik dat wraakroepend.’