Handblad
Zelfstandig wonen: 'Een heel subtiel evenwicht'
Inge Ranschaert woont met haar gezin in een ADL-woning in Denderleeuw.
’Ik woon intussen al tien jaar in het systeem zelfstandig wonen. Eerst drie jaar in Gent en nu zeven jaar hier in Denderleeuw. Ik heb wel eerst vier jaar op een wachtlijst gestaan. Dat was een moeilijke periode: na mijn studietijd op kot in Leuven moest ik terug bij mijn ouders gaan wonen. Uiteindelijk kreeg ik een appartement in Gent. Maar terwijl ik daar woonde, leerde ik mijn huidige man kennen. We wilden samenwonen en een gezin stichten, het liefst in een woning met een tuin. Zo zijn we in dit huis in Denderleeuw terechtgekomen.
Wat is zelfstandig wonen? In een bepaalde straal staan 12 tot 15 aangepaste woningen waar mensen met een handicap los van elkaar hun leven leiden. Ze kunnen allemaal 24 uur op 24 een beroep doen op de assistenten van een ADL-centrum (Activiteiten Dagelijks Leven). Ik roep hen op, en niet omgekeerd - dat is cruciaal. Als ik mijn wekker vergeet te zetten, komen ze me niet wekken, ook al weten ze dat ik normaal om zeven uur opsta. Ze komen mij om 12 uur niet zeggen dat ik mijn middagmaal moet eten. Maar ze helpen me wel altijd in bed, ook als ik pas in de vroege uurtjes thuiskom.
De assistenten bieden hulp bij dagdagelijkse handelingen die je niet kunt uitbesteden. Schoonmaken doen ze bijvoorbeeld niet, maar als ik een glas laat vallen of als er moet opgeruimd worden, komen ze dat wel doen. Je kunt tussen de 7 en de 30 uur per week assistentie vragen. Ik kom aan ongeveer 25 uur: ze helpen mij bij het opstaan en bij het slapengaan. Ook rond de maaltijden doe ik op hen een beroep en bijvoorbeeld om mijn zoontje van vijf te helpen wassen, de vaatwas leeg te maken, enzovoort.
Ik vind het een heel knap principe. Ik kan onafhankelijk functioneren en mijn deel in het huishouden opnemen. Tegelijk vermijd ik dat mijn man en ik in een verplegerpatiëntrelatie terechtkomen. Maar goed omgaan met die ADL-assistentie is niet altijd makkelijk. Je staat een deel van je privacy af, en dat geldt ook voor mijn echtgenoot. Hij moet ’s ochtends niet in zijn ondergoed rondlopen. Langer dan ik in bed blijven liggen, kan ook niet, omdat ik deels in bed word gewassen. Het zit soms ook in kleine dingen: spullen die niet in de juiste kast zijn teruggezet, zoiets irriteert soms.
ADL-assistenten hebben allesbehalve een gemakkelijke job. Ze komen dagelijks binnen in 12 tot 15 huizen met elk hun eigen regels en gewoonten. Ze moeten in feite onzichtbaar doen wat je vraagt en zich daar bovendien voldoende gerespecteerd voor voelen. Het is heel subtiel. Als ze ’s morgens binnenkomen, moeten ze geen praatje willen slaan met mijn man. Want die wil net als iedereen gewoon ontbijten. Sommige assistenten hebben meteen de goede houding, voor anderen is het moeilijker. Zelf heb je ook je verantwoordelijkheid: de assistenten zijn je slaafjes niet. Ik bepaal wat er gebeurt, maar de manier waarop ik iets vraag, kan een heel verschil maken.
Een van de nadelen is dat je een ADLwoning alleen kunt huren. Wij zouden liever iets kopen. Ik heb al overwogen om over te stappen naar een PAB, maar zelfstandig wonen heeft voor mij op dit moment enkele grote voordelen. Zo is er 24 uur op 24 iemand beschikbaar. Ik moet bijvoorbeeld ’s nachts gedraaid worden. Met een PAB kan ik daar moeilijk iemand een hele nacht voor betalen. Omdat ik fulltime werk, vind ik het ook een voordeel dat ik de hulp niet zelf moet organiseren. Nadeel is dan weer dat je je assistenten zelf niet kiest. Bovendien krijg je alleen assistentie in en rond de woning. Ik voel me echter even zelfstandig als iemand met een PAB. En ik vind ook dat de overheid in beide systemen moet blijven investeren.’