Handblad
Symposium rond inclusief onderwijs levert duidelijke beleidsaanbevelingen op
Een flinke duw in de rug
Samen met het Departement Onderwijs organiseerde het Vlaams Fonds op 16 januari 2004 een symposium rond inclusief onderwijs. Ongeveer 200 belangstellenden namen aan dat symposium deel. Het resultaat: een lijvig document met concrete beleidsaanbevelingen.
Het symposium overliep de hefbomen en hinderpalen om tot een onderwijs te komen waarin kinderen met en zonder handicap samen les kunnen volgen. Die knelpunten - en vooral hun mogelijke oplossingen - leidden tot een aantal beleidsaanbevelingen.
Een duidelijke beleidsoptie. In het memorandum wordt gepleit voor een duidelijke beleidskeuze pro inclusie: het moet voor alle leerlingen de eerste optie zijn om in een gewone school les te volgen, en pas als het daar niet lukt, komt het buitengewoon onderwijs in het vizier. Die beleidsoptie heeft ook zijn gevolgen: een school moet ook worden beoordeeld op de manier waarop ze omgaat met leerlingen met specifieke noden. En de eindtermen en ontwikkelingsdoelen mogen niet uitgaan van de gemiddelde leerling: wie minder kan dan de klasgenootjes, mag niet worden beoordeeld met hun maatstaven.
Duidelijke rechten, toepassing in samenspraak.
Het recht op inschrijving in een school moet nog beter naar alle betrokkenen worden gecommuniceerd. Als scholen een leerling met specifieke noden willen doorverwijzen, moeten ze vooraf overleg plegen met alle betrokkenen en hun besluit schriftelijk motiveren. De schoolinspectie kan dergelijke beslissingen inventariseren om te kijken waar de knelpunten zitten zodat er vervolgens iets aan kan worden gedaan.
Functioneel omschrijven van behoeften en maatregelen.
We moeten af van het hokjesdenken: kinderen krijgen vandaag vaak alleen maar ondersteuning als ze tot een bepaalde categorie of ’type’ van stoornis of handicap behoren, maar de werkelijkheid is niet zo gemakkelijk in een keurslijf te dwingen. Het is beter om uit te gaan van de behoeften van het kind zelf.
Een billijk financieringssysteem.
De hoeveelheid ondersteuning die een kind krijgt, moet overal gelijk zijn, los van de vraag of een kind nu in het buitengewoon onderwijs zit of niet. Dat veronderstelt een nieuw financieringsmechanisme voor het onderwijs, met name voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, die nu binnen verschillende onderwijsvormen verschillend behandeld worden.
In een notendop komen de beleidsadviezen er dus op neer dat het kind centraal moet worden gesteld, niet het systeem. Als het kind naar een gewone school wil gaan, moet het daar de nodige ondersteuning voor krijgen. En als het naar het buitengewoon onderwijs wil, moet het daar even goed kunnen worden opgevangen. Maar de rigide systemen die nu nog bestaan, mogen die vrije keuze niet belemmeren.
Het is nu de bedoeling dat de Vlaamse overheid met deze beleidsaanbevelingen aan de slag gaat. Sommige aanbevelingen kunnen al wat vlugger worden gerealiseerd dan andere. Het spreekt vanzelf dat de financiering van ons onderwijs, dat het grootste deel uitmaakt van het budget van de hele Vlaamse overheid, niet van de ene dag op de andere kan worden omgegooid. Maar de eerste stappen op weg naar meer inclusief onderwijs zijn alvast gezet.