Handblad
Inclusie? Ja, maar...
Directeur Dries Naulaers van de Notelaar in Wijnegem is zeker niet tegen inclusief onderwijs. Zijn schoolbegeleidt verschillende leerlingen met leerstoornissen en ontwikkelingsproblemen. Ze heeft op eigen initiatief heelwat bijscholingen georganiseerd en ontwikkelde in overleg met experts ondersteunings- en begeleidingsplannen. Een tijdje geleden kreeg de school zelfs een Inclusiepluim van de vzw Grip. ’Maar je kunt van een school niet alles verwachten’, vindt Dries Naulaers. ’Soms moet je inderdaad zeggen, in ieders belang: zo gaat het niet meer.’
Het uitgangspunt van de Notelaar: onderwijs is een wij-gebeuren. ’Iedereen moet inspraak hebben, maar niemand mag domineren’, vindt Dries Naulaers. ’Ouders hebben uiteraard het beste met hun kind voor, maar kunnen niet voor de leerkracht of de school beslissen of de draagkracht al dan niet overschreden is. Leraars zijn ook maar mensen, met hun eigenheden en beperkingen. De ene leerkracht verdraagt een bepaalde gedragsproblematiek van een kind misschien langer dan een andere. En er zijn grenzen aan het volgen van opleidingen. Een leerkracht is geen orthopedagoog, kinderpsychiater of logopedist en kan dat ook niet worden.’
Middelen of doelen?
Eigenlijk draagt de overheid mee ’schuld’ aan het feit dat ouders en leraars of scholen elkaar soms over inclusie in de haren vliegen, vindt directeur Naulaers. ’De overheid is te vaag over wat inclusie eigenlijk is. Door bij mensen de idee te voeden dat alle kinderen met gelijk welke problematiek vanaf nu terecht moeten kunnen in het gewone onderwijs, schuiven ze de verantwoordelijkheid af naar de leerkrachten en de scholen. Terwijl de haalbaarheid nog niet is bewezen. Het is wél wetenschappelijk bewezen dat je burn-out krijgt als je de taken die je krijgt toegeschoven, niet kunt realiseren. Zou het toeval zijn dat het grootste aantal burn-outs zich situeert in het onderwijs?’
Daarom pleit de directeur ervoor om het doel van ons onderwijs scherper te stellen. ’We moeten ons niet zitten afvragen of de middelen wel toereikend zijn en of er niet nog meer geld vrijgemaakt moet worden voor extra ondersteuning. We moeten ons in de eerste plaats afvragen of onze doelen niet a bridge too far zijn. Als je je handen vol hebt met een leerling die gedragsstoornissen heeft, doe je dan niet tekort aan de andere leerlingen? Kun je een kind dat ernstige concentratieproblemen heeft, wel in dezelfde klas zetten met een kind dat de klas geregeld stoort door te roepen of te zingen? Hoe leg je aan kinderen van 6 jaar uit waarom een kind met Gilles de la Tourette tegen de juf kan schelden of roepen? Kortom: is het echt wel zo dat elk kind per se in het gewoon onderwijs terecht moet kunnen?’
Een passende plek
Misschien is een herdefiniëring van het begrip inclusie niet overbodig, vindt Dries Naulaers. ’Misschien kan inclusie betekenen dat er voor elk kind binnen het Vlaamse onderwijs een passende plek wordt voorzien. Dat hoeft niet noodzakelijk een aparte plek te zijn, maar het kàn wel. Men zegt dat je een perfecte autist maakt door hem in een aparte school apart te onderwijzen en geen sociaal contact te laten hebben. Dat klopt in sommige gevallen. Maar in andere gevallen is een aparte school wel het best.’
De website van de Notelaar is te vinden op http://users.pandora.be/de.notelaar.