Handblad
Linda Lootens werkt in beschutte werkplaats Gandae
Linda Lootens (38) werkt ongeveer 20 jaar in beschutte werkplaats Gandae, die 240 personen tewerkstelt met een mentale handicap. Gandae verpakt vooral producten van andere bedrijven, in de eigen werkplaats of op verplaatsing.
’Tot mijn achttiende heb ik in het Bijzonder Onderwijs tuinbouw gevolgd. Dat leek me toen wel iets: veel buiten werken, met planten bezig zijn. Maar uiteindelijk heb ik nooit een job in de tuinbouwsector gedaan. Vraag me welke planten hier in de tuin van de beschutte werkplaats staan en ik heb geen idee. Achteraf bekeken zal het me toch niet zo hebben gelegen.
Ik ben eerst in een koekjesfabriek gaan werken, als vervanger van iemand die zwanger was. In het begin was het daar hard, ik dacht echt dat ik het niet aan zou kunnen. Opvang, begeleiding? Nooit van gehoord. Ze zeiden: neem die vorkheftruck en ga de dozen uit het magazijn halen. Ik had nog nooit zo’n ding bestuurd! Maar bon, ik ben nogal vlug van aannemen. Uiteindelijk deed ik daar mijn werk tot ieders tevredenheid.
Daarna ben ik via een tussenstop in de Macro hier terechtgekomen. Opnieuw terechtgekomen eigenlijk, want heel in het begin van mijn loopbaan was ik hier al eens langsgeweest maar het was me toen niet echt bevallen.
Ik moet zeggen, ik zit hier graag nu. Er komt nu een nieuwe vestiging van Gandae aan de andere kant van de stad en het wordt wennen dat ik sommige gezichten hier niet meer ga zien. Er heerst een goede sfeer. Vroeger ging ik na het werk geregeld met een paar collega’s op café, we hadden zelfs een stamcafé hier in de buurt. Maar op een bepaald ogenblik kwamen daar nogal wat ruziemakers langs en daardoor is die gewoonte uitgedoofd.
Ik vind mijn werk ook leuk. Ik werk staande aan verschillende inpakmachines en dat is goed, want ik zit niet graag de hele dag neer. Het is ook afwisselend werk. Soms werk je met zijn achten aan één machine, soms met minder. Soms houd ik twee machines tegelijk in het oog of spring ik eens in voor iemand anders: het kan van dag tot dag wisselen. Of ik help Mark, de werkleider. Ik zou zelfs best wat meer verantwoordelijkheid willen hebben.
Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat te doen als ik werkloos zou worden. Als ik zie dat er minder werk binnenkomt, maak ik mij ook altijd ongerust en ga ik eens vragen wat er aan de hand is. Ik zou niet graag thuiszitten. Vandaar ook dat ik graag verschillende werkjes leer doen. Wie alleen een dop op een fles kan zetten, zal vlugger moeten stempelen dan wie, zoals ik, aan verschillende machines inzetbaar is.
Of ik werk zou willen in een gewone fabriek, buiten de beschutte werkplaats? Ik weet het eigenlijk niet. Ik zou het in principe wel willen proberen, àls ik zeker ben dat ze me niet ontslaan. Maar die zekerheid heb je niet, zeker niet in de huidige economische toestand.
Er zijn wel collega’s geweest - niet veel - die de overstap naar een gewone fabriek hebben gemaakt. Maar ze hebben het niet altijd even gemakkelijk, heb ik mij laten vertellen. Dat is normaal ook: één van die mensen werkt nu in de vleesindustrie, wat toch een heel andere branche is dan hier. In elk geval: het moet een hele aanpassing zijn.’