Nieuwe zorgprojecten
Multifunctionele centra
Op 1 januari 2012 ging het experiment Multifunctionele Centra (MFC’s) voor minderjarigen van start. Met dit experiment werden een tiental minderjarigenvoorzieningen omgevormd tot multifunctionele dienstverleningscentra.
Achtergrond
In het kader van Perspectief 2020 wil de Vlaamse minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ervoor zorgen dat het aanbod vanuit de (semi-)residentiële voorzieningen soepel kan ingezet worden, om zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de bijstandsnoden van jongeren en hun familiale context. De huidige basisregelgeving is nog steeds gestoeld op afzonderlijke zorgvormen (thuisbegeleiding, semi-internaat, internaat…) en dus is het aanbod nog vrij statisch.
De voorzieningen zijn overigens ook vragende partij om hun aanbod te differentiëren, terwijl het huidig reglementair kader dit niet makkelijk maakt.
De minister is van oordeel dat er voorzichtiger moet omgesprongen worden met langdurige residentiële zorg. Zo’n zorg is immers dikwijls niet de ideale oplossing. Sommige jongeren gaan precies door de prikkels van het leven in een leefgroep nog meer probleemgedrag vertonen en dus minder kans hebben op een succesvolle reïntegratie in de thuissituatie. Jongeren met een motorische of sensoriële beperking zullen door de beschermende omgeving van een internaat later als volwassene ook minder snel de overstap maken naar meer inclusieve ondersteuningsvormen.
Experiment
Een tiental minderjarigenvoorzieningen kregen de kans om vrijwillig in te tekenen op het experiment Multifunctionele Centra voor minderjarigen.
Hoofddoel is een soepel zorgaanbod. Daarbij moeten jongeren met nood aan een intensieve begeleiding (dit wil zeggen: met een PEC-beslissing voor minstens semi-internaat) vlot kunnen overschakelen tussen residentiële, semi-residentiële en ambulante bijstand, of met andere woorden tussen dag- en nachtopvang, dagopvang, dagbesteding en ondersteuning thuis. De MFC’s moeten die functies ook in verschillende frequenties en met verschillende duur kunnen aanbieden.
De opzet is ook de gemiddelde duur van de residentiële opvang in te perken, door tegelijkertijd een degelijke ondersteuning te voorzien van het netwerk. Residentiële opvang moet enkel aangeboden worden in de periodes dat die echt nodig is.
Dit alles moet leiden tot een vermindering van de residentiële opvang en een stijging van het aantal jongeren in begeleiding. Naast de inhoudelijke doelstellingen zal ook gestreefd worden naar een verregaande administratieve vereenvoudiging voor de minderjarigenvoorzieningen.
In hoeverre en wanneer het experiment kan verbreed worden naar meer voorzieningen, zal in de loop van het experiment moeten uitgeklaard worden.