Handblad
Een nieuw statuut en veel stimulansen
Wat heeft het jaar van de vrijwilliger in de praktijk gebracht?
Het internationaal van de vrijwilliger loopt bijna ten einde. Heeft het iets meer opgeleverd dan welgemeende schouderklopjes en verdiende huldigingen? Jazeker. Het langverwachte statuut van de vrijwilliger, dat iedereen wat meer rechtszekerheid moet geven, is zo goed als rond. Er zijn heel wat initiatieven genomen om het vrijwillegerswerk te stimuleren.
Vrijwilligers werden dit jaar extra in het zonnetje gezet. Her en der waren er wat meer feestjes dan gewoonlijk en minister Vogels van welzijn, Gezondheid en Gelijke kansen, liet een kleine 20.000 badges in de vorm van een bloem uitdelen. Maar ook de concrete steun was niet mis. Onder meer de ontwikkeling van het statuut voor de vrijwilliger is een goede zaak vindt minister Vogels.Veel van de zaken die in het statuut worden opgenomen, zijn in de praktijk al gerealiseerd maar het statuut geeft ze wel een wettelijke basis en zorgt ervoor dat iedereen voortaan gelijk is voor de wet: uitzonderingsregelingen en regionale verschillen zijn verdwenen.
’Het wetgevend werk voor het statuut moest op federaal niveau gebeuren, zegt de minister’. Maar het is de Vlaamse overheid die in de praktijk met de vrijwilligers in contact komt. Daarom hebben we als doorgeefluik gefungeerd. Begin juni organiseerden we een eerste consultatieronde van de vrijwilligersorganisaties om te kijken wat precies de grootste behoeften en pijnpunten waren. Die informatie hebben we doorgegeven aan onze federale collega’s, ook de federale kamercommisie heeft nog een consultatieronde georganiseerd. Het statuut is er dus gekomen in nauwe samenwerking met de mensen op het terrein.’
Over bepaalde zaken was iedereen het tijdens de consultatierondes eens. Dat er meer rechtszekerheid moest komen voor werkloze vrijwilligers, bijvorbeeld. En dat vrijwilligers niet burgerlijk aansprakelijk mogen worden gesteld voor fouten die ze tijdens hun werk begaan. ’Maar veel organisaties maakten zich ook ongerust. Ging het statuut niet te veel papierwerk meebrengen? En zouden ze de facto niet worden gedwongen om onkostenvergoedingen uit te betalen?’ Vooral kleine organisaties met weinig geld en een minder fors uitgebouwde structuur zaten met dergelijke vragen. Het statuut heeft daar rekening mee gehouden: de papierberg is tot een minimum beperkt. Overeenkomsten tussen organisatie en vrijwilliger hoeven niet per se op papier te worden gezet.
De nieuwe vrijwilliger
Een tweede belangrijke pijler van het overheidsbeleid is de rekrutering en onderstuning van vrijwilligers. Minister Vogels: ’Het klopt niet dar er minder vrijwilligers zijn dan vroeger. Wel zijn de "natuurlijke" toeleidingskanalen weggevallen. Tien jaar geleden was het simpel: wie als meisje op een katholieke school zat, ging naar een katholieke jeugdbeweging, kreeg het vrijwilligerswerk als het ware met de paplepel ingegoten en bleek ook later actief in allerlei verenigingen.’
’Vandaag is vrijwilligerswerk meer een individuele keuze. Daardoor is het werkveld van vrijwilligers veel gevarieerder geworden: milieuzorg of palliatieve hulp zijn thema’s die in het klassieke vrijwilligerswerk minder aan bod kwamen. Maar anderzijds is de automatische vrijwilligerstoevoer via verenigingen verdwenen. Mensen zijn nog bereid om vrijwilligerswerk te doen maar organisaties moeten meer moeite doen om ze voor hun zaak te winnen’.
In elke provincie in Brussel is daarom een steunpunt vrijwilligerswerk opgericht. De steunpunten bestaan al langer dan vandaag maar hebben het voorbije jaar meer armslag en subsidies gekregen. Ze geven cursussen en nemen ook rekruteringsinitiatieven bij specifieke doelgroepen. ’Een belangrijke doelgroep zijn jongeren. We hebben specifieke paketten gamaakt voor de steunpunten waarmee ze die jongeren warm kunnen maken voor vrijwilligerswerk. Daarnaast benaderen de steunpunten ook de personeelsdiensten van bedrijven: mensen die met pensioen gaan, krijgen vaak een voorbereiding op hun gepensioneerde leven en vrijwilligerswerk kan daar een mooie plaats innemen. ’Minister Vogels liet voorts een goedepraktijkengids samenstellen voor organisaties die hun vrijwilliger willen blijven motiveren.
Zuurstof in het bloed
’De provinciale steunpunten groeien zo uit tot een belangrijke motor achter het vrijwilligersleven’. Vindt minister Vogels. ’Ze ondersteunen de vrijwilligers en de organisaties en brengen ook dichter bij elkaar zodat ze van elkaar kunnen leren. Op die manier krijgt het vrijwilligerswerk een flinke dosis zuurstof toegediend. En die zuurstofbron zal ook de volgende jaren blijven bestaan.