Handblad
Waar u op moet letten
Vrijwilligers hebben tot op vandaag nog geen wettelijk statuut, al zit dat wel in de pijplijn (zie de pagina hiernaast). Als vrijwilliger moet u dus goed weten waar u aan toe bent: heeft uw organisatie een verzekering? Kunt u een onkostenvergoeding krijgen zonder dat u daar op belast wordt? En hoe zit het met werklozen die vrijwilliger willen worden? Een kort overzicht van de belangrijkste regels.
Vrijwilligers hebben sowieso een (mondelinge) overeenkomst met de vereniging voor wie ze werken. Dat is geen arbeidsovereenkomst maar ze houdt niettemin een aantal rechten en plichten in. Zo kunnen vrijwilligers momenteel in principe niet jonger zijn dan 25, mogen ze niet meer dan 8 uur per dag werken en kunnen ze ook niet op zondag werken, tenzij voor verzorgende taken. Voor wie jonger is dan 18, gelden strengere regels: jongeren mogen bijvoorbeeld geen nachtarbeid doen.
Verzekering
Niet alle verenigingen hebben een goede verzekering voor hun vrijwilligers afgesloten. Dat is nochtans sterk aan te raden en alle verenigingen die erkend zijn door het Vlaams Fonds worden ertoe verplicht. Om onaangename verrassingen te vermijden, vraagt u uw organisatie het best om te controleren of iedereen, dus niet alleen de werknemers, onder de verzekering vallen. Wat moet u zeker hebben?
- Een verzekering burgelijke aansprakelijkheid. Die is min of meer te vergelijken met de familiale verzekering: ze beschermt u als u schade aan anderen hebt veroorzaakt. Ze dekt niet de schade aan eigen kleren of materialen die u gebruikt, en ze dekt ook geen verlies of vandalisme. Daarvoor bestaat een verzekering alle risico’s maar die is zo duur dat ze alleenwordt gesloten voor bijvoorbeeld een speciaal evenement. Ook uw eigen auto is niet verzekerd. Daarvoor dient de autoverzekering.
- Een ongevallenverzekering. Die dekt lichamelijke ongevallen tijdens de activiteit en tijdens verplaatsingen van en naar de werkplek.
Daarnaast is het ook mogelijk dat uw organisatie andere verzekeringen heeft afgesloten.
Met een verzekering Loonverlies hoeft u bijvoorbeeld geen loonverlies te lijden als u thuis moet blijven door een ongeval tijdens uw vrijwilligerswerk.
Belastingen
Als vrijwilliger ontvangt u natuurlijk geen loon maar u kunt wel een onkostenvergoeding krijgen. Het is de organisatie die beslist of dat kan: u hebt er niet automatisch recht op. Er zijn twee systemen die niet kunnen worden gecombineerd.
- Ofwel krijgt u de kosten terugbetaald die u kunt bewijzen. Maar die mogen wel de spuigaten niet uitlopen: anders beschouwen de belastingen ze als (belastbaar) loon. En als u later op het jaar bij de organisatie in dienst treedt, worden de vergoedingen automatisch beschouwd als loon. Ofwel werkt u met een forfaitair systeem. Dan kunt u maximum 1.000 frank per dag en 40.000 frank per jaar krijgen, anders wordt uw onkostenvergoeding beschouwd worden als loon.
U kunt als vrijwilliger ook kleine voordelen in natura krijgen: bloemen of een doos pralines bijvoorbeeld. Maar grotere voordelen, zoals kost en inwoon, worden beschouwd als loon.
Werklozen, gepensioneerden?
Werklozen moeten opletten met vrijwilligerswerk. Pas afgestudeerden kunnen tot aan de stempelcontrole zonder problemen als vrijwilliger werken, maar daarna moet elke werkloze toestemming vragen aan de RVA. Wie dat niet doet, kan een schorsing krijgen en speelt zijn stempelgeld kwijt.
Het is de directeur van het werkloosheidsbureau die beslist of de werkloze als vrijwilliger actief mag zijn: wat in de ene regio kan, is in de andere regio soms verboden.Ook werklozen mogen overigens een onkostenvergoeding krijgen maar ook hier geldt: als die te hoog ligt, heeft dat gevolgen voor de uitkering.
Bruggepensioneerden moeten een toelating vragen om als vrijwilliger te mogen werken, tenzij hun organisatie een speciale algemene toelating heeft verkregen om met bruggepensioneerden te werken. Gepensioneerden moeten alleen maar melden dat ze als vrijwilleriger werken: ze moeten er geen toelating voor krijgen. En ook mensen met een handicap mogen werken als vrijwilliger.