Handblad
Ambulante diensten worden versterkt
Meer werkingsmiddelen en personeel
De diensten zelfstandig wonen, begeleid wonen en thuisbegeleiding (de zogenaamde ambulante diensten') vragen al enige tijd meer werkingsmiddelen en een betere personeelsomkadering. Hun werkingskosten zijn immers niet te onderschatten en ook hun begeleidingssituaties zijn in de loop der jaren complexer geworden. Die vraag naar meer middelen en geschoold personeel wordt nu ingewilligd.
Licentiaten en coördinatoren
De verhoging van de werkingsmiddelen is natuurlijk een goede zaak, maar ze maakt op zichzelf weinig uit voor de eigenlijke werking van de diensten: ze wordt zuiver besteed aan materiaal. Maar bij de diensten begeleid wonen en thuisbegeleiding laat zich ook de nood aan extra personeel gevoelen’, zegt Wouter Coeck verantwoordelijke van de cel ambulante diensten bij het Vlaams Fonds. ’Kregen die diensten bij het begin van hun werking over het algemeen met vrij eenduidige begeleidingssituaties te maken, dan is hun werk er gaandeweg een stuk complexer op geworden. De begeleiders werken bijvoorbeeld meer en meer met vamilies met kinderen of alleenstaande ouders, of mensen die gaan werken. In dergelijke situaties is intensievere begeleiding nodig.
Daarom wordt ook de personeelsomkadering van deze diensten verhoogd. Veruit de meeste diensten begeleid wonen krijgen er een licentiaat bij, weliswaar niet altijd voltijds, die de eigenlijke begeleidingstaak van de diensten moet versterken. De diensten voor thuisbegeleiding worden dan weer uitgebreid met een (deeltijds) algemeen coördinator. Ook daar betekent dat een versterking: de administratie die de coördinatie van zo’n dienst met zich brengt, kwam vroeger op de schouders van de begeleiders zelf terecht, die zich nu voluit kunnen bezighouden met hun kerntaak.
Soepeler bepalingen
Tot slot wordt een aantal bepalingen in de sector versoepeld. Zo zullen diensten begeleid wonen voortaan meer mensen kunnen begeleiden dan het aantal waarvoor ze een erkenning hebben. Op die manier kunnen ze een erkenning hebben. Op die manier kunnen ze een aantal mensen met een lagere begeleidingsnood verder helpen zonder mensen te moeten weigeren die intensievere begeleiding nodig hebben. En ook mensen die nog thuis wonen, kunnen in het systeem van begeleid wonen stappen in voorbereiding op een meer zelfstandige woonvorm. Bij de diensten voor thuisbegeleiding wordt de doelgroep verruimd tot allemanesen met een mentale handicap - en dus niet beperkt tot mensen met een matige tot zware mentale handicap, zoals tot nu toe het geval was.
Met het hele maatregelenpakket komen de ambulante diensten dus versterkt uit de strijd. Wouter Coeck: ’De grootste nood is in elk geval gelenigd. De diensten kunnen zich nu volop de begeleiding richten zonder zich al te zeer op geldzorgen en administratie te moeten fixeren en zijn ook professioneel versterkt.’