Handblad
Nieuwe administrateur-generaal
Individualisering mag niet ten koste gaan van andere zorgbehoeften
Jef Foubert, de nieuwe administrateur-generaal van het Vlaams Fonds
Sinds enkele weken is Jef Foubert (54) opnieuw de administrateur-generaal van het Vlaams Fonds. Hij volgt Laurent Bursens op, die hem 4 jaar lang verving als leidend ambtenaar. 'Ik heb de eerste weken vooral veel rondgekeken en geluisterd,' zegt hij. 'Ik spring als het ware op een rijdende trein en die trein rijdt goed. Om hem op snelheid en op de sporen te houden, neem ik het stuur dus met enige omzichtigheid over.'
Het Vlaams Fonds is nochtans een trein die Jef Foubert mee aan het rollen heeft gebracht, want ook van 1991 tot 1997, in de periode dat het vroegere Rijksfonds samen met het Fonds 81 werden omgesmeed tot het Vlaams Fonds, was hij administrateur-generaal. 'Het Rijksfonds deed veel goed werk, maar was toch echt wel een stoffige administratie met heel veel fichebakken en amper een paar pc's voor de hele organisatie. De overschakeling naar het Vlaams Fonds heeft een dynamiek teweeggebracht waardoor we - met dezelfde mensen! - op erg korte tijd zijn overgeschakeld naar een veel modernere, meer klantgerichte aanpak. Iedereen heeft daarbij heel enthousiast meegewerkt zonder al te veel de eigen belangen af te schermen en toen ik begin 1997 het Vlaams Fonds verliet, was het een machinerie geworden die goed draaide.'
Klemtoon op de persoon
Als administrateur-generaal heeft Jef Foubert op zichzelf geen beslissingsmacht over de grote beleidslijnen van het Vlaams Fonds: die worden uitgetekend door de minister. 'Maar als je na vier jaar burgemeesterschap uit Sint-Niklaas terugkeert, zie je natuurlijk wel een aantal evoluties die je misschien minder zouden opvallen als je alle dagen midden in het Vlaams Fonds zit,' zegt hij. 'Echte breuklijnen kun je ze niet noemen, en ze hangen overigens nauw samen met maatschappelijke evoluties. Maar ze zijn wel belangrijk als we willen afwegen in welke richting het Vlaams Fonds de komende jaren kan evolueren.'
Eén van die vaststellingen is het voortschrijdende individualisme in de maatschappij en dus ook in de gehandicaptenzorg. 'Dat is op zichzelf natuurlijk een positieve evolutie, voor zover ze er bijvoorbeeld toe leidde dat de zorgvoorzieningen beter worden afgestemd op wat iemand met een handicap echt nodig heeft, terwijl vroeger veel meer werd gewerkt met alles-of-nietspakketten. Wie alleen een bed & breakfast nodig heeft, wil nu eenmaal niet worden opgezadeld met vol pension. Soms werkten die voorzieningen ook de zelfstandigheid tegen. Mensen met een handicap moeten worden gestimuleerd om zo zelfstandig mogelijk te zijn, terwijl ze in het verleden soms te veel werden betutteld.'
Geen twee snelheden
Toch mag de slinger niet te veel in de individuele richting uitslaan, vindt Jef Foubert. 'We dreigen terecht te komen in een mechanisme waarin iedere individuele wens d'office wordt beschouwd als legitiem en de overheid je een pakje geld toestopt om te gaan shoppen op de welzijnsmarkt. Zoals je overal ter wereld ziet, drijven de sterksten dan automatisch boven. Een geschoold iemand met een motorische handicap is vaak mondig genoeg om voor zijn rechten op te komen en zijn eigen zorg te organiseren. Iemand met een mentale handicap die goed wordt omringd door zijn familie kan dat ook. Maar we moeten erop letten dat de minder mondigen, de zwaar en meervoudig gehandicapten en de mensen zonder gezinsondersteuning of met een zwakke ondersteuning - en dat zijn er zeer velen - daar niet het slachtoffer van worden. Het Vlaams Fonds is er voor alle mensen met een handicap en ik wil geen zorg met twee snelheden.'
Met andere woorden: individualisering van de zorg mag niet ten koste gaan van andere zorgbehoeften. 'Het Persoonlijk Assistentiebudget, bijvoorbeeld, is een goed initiatief dat mensen zelfstandiger helpt te zijn maar ze tegelijk met meer onzekerheden en minder houvast opzadelt. En ik hoor ouderverenigingen klagen dat ze niet binnenraken in de instellingen omdat de wachtlijsten te lang zijn. Ook daarvoor moeten we aandacht hebben.'
Laagdrempelig en kwaliteitsvol
Een andere opvallende evolutie is de grotere openheid van het Vlaams Fonds tegenover de buitenwereld. 'De voorbije jaren is veel gebeurd om de drempel naar het Vlaams Fonds te verlagen en om de ballast in procedures en structuren terug te schroeven.'
'Maar eigenlijk komt het Vlaams Fonds niet zo vaak rechtstreeks met de mensen in contact. Dat is de taak van de instellingen en voorzieningen die we subsidiëren, en die willen we alle ondersteuning bieden om hun werking zo kwaliteitsvol mogelijk te maken. Niet betuttelend, door alles van naaldje tot draadje te willen vastleggen, maar wel met duidelijke kwaliteitsvereisten, ook op het gebied van klantvriendelijkheid. En omdat we in ons toezicht daarop 100 % geloofwaardig willen zijn, maakt de Inspectiedienst van het Vlaams Fonds er werk van om een ISO-kwaliteitscertificaat te behalen.'
Sinds enkele weken is Jef Foubert (54) opnieuw de administrateur-generaal van het Vlaams Fonds. Hij volgt Laurent Bursens op, die hem 4 jaar lang verving als leidend ambtenaar. 'Ik heb de eerste weken vooral veel rondgekeken en geluisterd,' zegt hij. 'Ik spring als het ware op een rijdende trein en die trein rijdt goed. Om hem op snelheid en op de sporen te houden, neem ik het stuur dus met enige omzichtigheid over.'
Het Vlaams Fonds is nochtans een trein die Jef Foubert mee aan het rollen heeft gebracht, want ook van 1991 tot 1997, in de periode dat het vroegere Rijksfonds samen met het Fonds 81 werden omgesmeed tot het Vlaams Fonds, was hij administrateur-generaal. 'Het Rijksfonds deed veel goed werk, maar was toch echt wel een stoffige administratie met heel veel fichebakken en amper een paar pc's voor de hele organisatie. De overschakeling naar het Vlaams Fonds heeft een dynamiek teweeggebracht waardoor we - met dezelfde mensen! - op erg korte tijd zijn overgeschakeld naar een veel modernere, meer klantgerichte aanpak. Iedereen heeft daarbij heel enthousiast meegewerkt zonder al te veel de eigen belangen af te schermen en toen ik begin 1997 het Vlaams Fonds verliet, was het een machinerie geworden die goed draaide.'
Klemtoon op de persoon
Als administrateur-generaal heeft Jef Foubert op zichzelf geen beslissingsmacht over de grote beleidslijnen van het Vlaams Fonds: die worden uitgetekend door de minister. 'Maar als je na vier jaar burgemeesterschap uit Sint-Niklaas terugkeert, zie je natuurlijk wel een aantal evoluties die je misschien minder zouden opvallen als je alle dagen midden in het Vlaams Fonds zit,' zegt hij. 'Echte breuklijnen kun je ze niet noemen, en ze hangen overigens nauw samen met maatschappelijke evoluties. Maar ze zijn wel belangrijk als we willen afwegen in welke richting het Vlaams Fonds de komende jaren kan evolueren.'
Eén van die vaststellingen is het voortschrijdende individualisme in de maatschappij en dus ook in de gehandicaptenzorg. 'Dat is op zichzelf natuurlijk een positieve evolutie, voor zover ze er bijvoorbeeld toe leidde dat de zorgvoorzieningen beter worden afgestemd op wat iemand met een handicap echt nodig heeft, terwijl vroeger veel meer werd gewerkt met alles-of-nietspakketten. Wie alleen een bed & breakfast nodig heeft, wil nu eenmaal niet worden opgezadeld met vol pension. Soms werkten die voorzieningen ook de zelfstandigheid tegen. Mensen met een handicap moeten worden gestimuleerd om zo zelfstandig mogelijk te zijn, terwijl ze in het verleden soms te veel werden betutteld.'
Geen twee snelheden
Toch mag de slinger niet te veel in de individuele richting uitslaan, vindt Jef Foubert. 'We dreigen terecht te komen in een mechanisme waarin iedere individuele wens d'office wordt beschouwd als legitiem en de overheid je een pakje geld toestopt om te gaan shoppen op de welzijnsmarkt. Zoals je overal ter wereld ziet, drijven de sterksten dan automatisch boven. Een geschoold iemand met een motorische handicap is vaak mondig genoeg om voor zijn rechten op te komen en zijn eigen zorg te organiseren. Iemand met een mentale handicap die goed wordt omringd door zijn familie kan dat ook. Maar we moeten erop letten dat de minder mondigen, de zwaar en meervoudig gehandicapten en de mensen zonder gezinsondersteuning of met een zwakke ondersteuning - en dat zijn er zeer velen - daar niet het slachtoffer van worden. Het Vlaams Fonds is er voor alle mensen met een handicap en ik wil geen zorg met twee snelheden.'
Met andere woorden: individualisering van de zorg mag niet ten koste gaan van andere zorgbehoeften. 'Het Persoonlijk Assistentiebudget, bijvoorbeeld, is een goed initiatief dat mensen zelfstandiger helpt te zijn maar ze tegelijk met meer onzekerheden en minder houvast opzadelt. En ik hoor ouderverenigingen klagen dat ze niet binnenraken in de instellingen omdat de wachtlijsten te lang zijn. Ook daarvoor moeten we aandacht hebben.'
Laagdrempelig en kwaliteitsvol
Een andere opvallende evolutie is de grotere openheid van het Vlaams Fonds tegenover de buitenwereld. 'De voorbije jaren is veel gebeurd om de drempel naar het Vlaams Fonds te verlagen en om de ballast in procedures en structuren terug te schroeven.'
'Maar eigenlijk komt het Vlaams Fonds niet zo vaak rechtstreeks met de mensen in contact. Dat is de taak van de instellingen en voorzieningen die we subsidiëren, en die willen we alle ondersteuning bieden om hun werking zo kwaliteitsvol mogelijk te maken. Niet betuttelend, door alles van naaldje tot draadje te willen vastleggen, maar wel met duidelijke kwaliteitsvereisten, ook op het gebied van klantvriendelijkheid. En omdat we in ons toezicht daarop 100 % geloofwaardig willen zijn, maakt de Inspectiedienst van het Vlaams Fonds er werk van om een ISO-kwaliteitscertificaat te behalen.'