Handblad
Voor ons is lopen een ploegsport
Jan: 'Teamwerk is misschien wel het grootste verschil tussen atleten met een handicap en anderen. Lopers zijn van nature individualisten zegt men, maar voor een persoon met een handicap komt lopen altijd neer op ploegsport. Alleen al mijn gidsen zijn met tien of elf man, want je kunt niet verwachten dat één en dezelfde gids elke dag mee gaat trainen. Bovendien mag je in de marathon drie gidsen na elkaar hebben.'
'Die afwisseling is overigens ook wel nodig. Ik herinner me een onbekende Keniaanse loper die een gids had gekregen uit Australië zelf, want Kenia kan het zich niet permitteren om een uitgebreide entourage naar Sydney te sturen. Nu: die Keniaan heeft bijna het wereldrecord gebroken en zijn gids kon gewoon niet volgen. Hij is meer dood dan levend over de streep gesukkeld. En nochtans was dat geen slechte loper.'
Geert: 'Dat samenlopen is geen sinecure. Je bent verbonden met een vrij kort elastiek en je moet echt gecoördineerd leren lopen. Ik deed al zo'n vijftien jaar aan atletiek toen we het voor de eerste keer probeerden, maar Jan zette er meteen flink de beuk in en na 200 meter lagen we al tegen de grond. We hebben letterlijk met vallen en opstaan geleerd om samen te lopen.'
'Er zijn ook erg strenge regels. Zo mag ik nooit voorop komen en mag ik Jan ook niet sturen. Ik mag wel zeggen wat er rondom hem gebeurt of wat er misschien gaat gebeuren: wie hem voorbijgaat en aan welke kant, bijvoorbeeld.'
Jan: 'Zelfs met jarenlange oefening blijft het moeilijk, zeker in een competitie als de Paralympics. Plots sta je daar met de twaalf besten ter wereld bij elkaar en dan wordt het meteen een tactische wedstrijd met heel wat meer trek- en duwwerk dan ik gewoon ben. Want in de gehandicaptenatletiek kun je nauwelijks competitieritme opdoen. Om maar een idee te geven: er waren exact drie wedstrijden waarop ik mijn drie kwalificatietijden voor de Paralympics kon lopen. Eén van die wedstrijden liep ik bij gebrek aan tegenstanders op mijn eentje, tussen lopers van een andere wedstrijd - gelukkig in een aparte baan. En in Stuttgart was het niveau van de tegenstanders zo laag dat ik iedereen twee keer heb gedubbeld.
'Uiteindelijk heeft dat gebrek aan competitie me de das omgedaan. Op de Paralympics zelf ben ik in al dat geduw en getrek van mijn lijn afgeweken en gediskwalificeerd.'
Geert: 'Toch hebben we goeie herinneringen aan Sydney. Om te beginnen was de sfeer veel beter dan in Atlanta. Daar kreeg je echt de indruk dat de Paralympics een ongewenst aanhangsel waren van de "echte" spelen. Ze waren het Olympisch dorp letterlijk aan het afbreken terwijl we er nog zaten. Sydney was ook een stuk professioneler georganiseerd. Geen lange rijen in de eetzaal, een goeie entourage - veel publiek ook.'
Jan: 'We hebben ook heel wat goeie contacten gehad met andere atleten, want buiten de wedstrijd is de sfeer echt wel gemoedelijk. We zijn regelmatig een pintje gaan drinken - of nee, een koffie. Alcohol en sigaretten zijn verboden in het Olympisch dorp.'
De medailles
Kurt Van Raefelghem: goud in de pentatlon
Benny Govaerts: brons op de 1500 m en zilver op de 5000 m
Sabrina Belavia: zilver op de 100 m schoolslag en brons op de 50 m vrije slag
Francis De Baerdemaeker: zilver in het paardrijden
Gino De Keersmaeker: zilver in het kogelstoten
Thiery Daubresse: brons in het kogelstoten
Alex Hermans: brons in het kogelstoten