Handblad
Niet aangeboren hersenletsels beter in beeld gebracht
Personen met een niet-aangeboren hersenletsel hebben in de welzijnszorg tot nu toe weinig specifieke aandacht gekregen. Ze zitten verspreid over een hele waaier van instellingen die zelden gespecialiseerd zijn in hun problemen en behoeften. Het Vlaams Fonds wil de komende jaren sterker aandacht besteden aan de zorg voor deze doelgroep. Een onderzoek van het UZ Gent heeft nu een eerste inventaris gemaakt van de dringendste problemen en hun mogelijke oplossingen.
De studie heeft om te beginnen onderzocht hoeveel mensen in Vlaanderen een niet-aangeboren hersenletsel hebben. Afhankelijk van de bron blijkt het om 6 000 tot 11 000 mensen te gaan. Meestal is hun hersenletsel het gevolg van een verkeersongeval. Jaarlijks komen er zo'n 900 mensen met een niet-aangeboren hersenletsel bij, waarvan 120 tot 180 ernstige gevolgen ondervindt van de handicap.
Het gaat hier dus duidelijk om een belangrijke doelgroep die de nodige aandacht verdient. Naar schatting 4 000 personen met een niet-aangeboren hersenletsel komen in aanmerking voor steun van het Vlaams Fonds. Binnen de sector Zorg is er vooral vraag naar begeleid wonen, thuisbegeleiding, tehuizen en dagactiviteiten. In de sector Werk is er vooral behoefte aan tewerkstellingsbegeleiding. In elk geval heeft deze doelgroep een zekere inhaalbeweging nodig: bij de diensten die erkend zijn voor een motorische handicap, bestaat de wachtlijst voor 25 % uit mensen met een niet-aangeboren hersenletsel terwijl dat voor andere handicaps 10 % is.
Hoe die inhaalbeweging er precies zal uitzien, is minder duidelijk. Is het nodig om aparte voorzieningen voor mensen met een niet-aangeboren hersenletsel op te richten, of is het beter om bestaande voorzieningen de nodige knowhow en middelen te geven? En waaraan zullen de middelen prioritair worden besteed? Dat zijn enkele van de vraagtekens die het Vlaams Fonds in het najaar moet uitklaren. Het thema geniet bovendien ook genoeg politieke aandacht en staat geagendeerd op de commissie Welzijn van het Vlaams Parlement. De studie heeft in elk geval een stevige basis gelegd om de discussie snel en grondig te kunnen voeren.
De studie heeft om te beginnen onderzocht hoeveel mensen in Vlaanderen een niet-aangeboren hersenletsel hebben. Afhankelijk van de bron blijkt het om 6 000 tot 11 000 mensen te gaan. Meestal is hun hersenletsel het gevolg van een verkeersongeval. Jaarlijks komen er zo'n 900 mensen met een niet-aangeboren hersenletsel bij, waarvan 120 tot 180 ernstige gevolgen ondervindt van de handicap.
Het gaat hier dus duidelijk om een belangrijke doelgroep die de nodige aandacht verdient. Naar schatting 4 000 personen met een niet-aangeboren hersenletsel komen in aanmerking voor steun van het Vlaams Fonds. Binnen de sector Zorg is er vooral vraag naar begeleid wonen, thuisbegeleiding, tehuizen en dagactiviteiten. In de sector Werk is er vooral behoefte aan tewerkstellingsbegeleiding. In elk geval heeft deze doelgroep een zekere inhaalbeweging nodig: bij de diensten die erkend zijn voor een motorische handicap, bestaat de wachtlijst voor 25 % uit mensen met een niet-aangeboren hersenletsel terwijl dat voor andere handicaps 10 % is.
Hoe die inhaalbeweging er precies zal uitzien, is minder duidelijk. Is het nodig om aparte voorzieningen voor mensen met een niet-aangeboren hersenletsel op te richten, of is het beter om bestaande voorzieningen de nodige knowhow en middelen te geven? En waaraan zullen de middelen prioritair worden besteed? Dat zijn enkele van de vraagtekens die het Vlaams Fonds in het najaar moet uitklaren. Het thema geniet bovendien ook genoeg politieke aandacht en staat geagendeerd op de commissie Welzijn van het Vlaams Parlement. De studie heeft in elk geval een stevige basis gelegd om de discussie snel en grondig te kunnen voeren.