Personeel
Personeelskader
Personeelskader
Het maximale personeelseffectief van een voorziening wordt bepaald door de wettelijk vastgestelde personeelsnormen en op basis van het erkenningsgetal ('kader erkenning'). Naast de personeelsnormen moet ook rekening gehouden worden met de beperkingen van het 'maximaal kader'. En tenslotte zijn er de beperkingen van het zgn. 'historisch kader'. Dit is het op 31 december 1997 vastgestelde kader, dat vervolledigd is met de aanwervingen in de latere jaren in het kader van de CAO-SPS, Vesoc, individuele toelatingen, erkenningsuitbreidingen, enz. Het 'historisch kader' kan nooit hoger zijn dan het 'kader erkenning' en het 'maximaal kader', en het kan ieder jaar aangepast worden.
U vindt de personeelsnormen en een schematische voorstelling van het 'maximaal kader' in de rubriek 'Documenten en bedragen'
Subsidiëring wedden
De subsidiëring van elk individueel personeelslid gebeurt op basis van het barema dat gelinkt is aan de goedgekeurde functiecode. Die subsidiëring houdt rekening met de goedgekeurde anciënniteit en prestatieduur. U vindt een overzicht onder 'Documenten'.
De subsidieerbare wedde omvat de volgende delen:
- de bruto maandwedde
- de haard- of standplaatstoelage
- de weddesupplementen ingevolge bijzondere prestaties
- de overuren (enkel voor begeleidend personeel)
- het vakantiegeld
- de eindejaarspremie
- de patronale lasten RSZ.
Diverse in mindering te brengen bedragen (educatief verlof, CAO 26, vergoedingen gestort door de verzekeringsmaatschappij, enz.) en bij te voegen bedragen (bijkomend vakantiegeld voor arbeiders, upgrading administratie, remgelden, enz.) worden ook in rekening gebracht. En de maatregelen naar aanleiding van de VIA-akkoorden, met name het bijkomend conventioneel verlof, management en vorming, de zware beroepen en de kwaliteitsverbetering verdienen een bijzondere aandacht.
Een forfaitaire verhoging van 3,2% (3,9% voor nursingtehuizen) wordt toegekend voor volgende elementen:
- de forfaitaire dagvergoeding voor dekking van de werkelijke lasten van de begeleidende personeelsleden gedurende de vakantieverblijven
- de verzekeringspremie voor arbeidsongevallen
- de verzekeringspremie voor burgerlijke aansprakelijkheid
- de kosten voor arbeidsgeneeskunde
- de kosten voor werkkledij
- de wettelijk verplichte tussenkomst van de werkgever in de verplaatsingskosten van de werknemer naar en van het werk
- de prestaties door private firma's of gekwalificeerde personen die niet tot het personeel van de voorziening behoren.
Deze forfaitaire verhoging wordt berekend op de hierna vermelde loonkosten:
- het brutoloon
- de jaarlijkse bijzondere toelage
- het weddesupplement voor prestaties op zondag
- het weddesupplement voor prestaties op wettelijke feestdagen
- het weddesupplement voor prestaties tijdens de nacht
- de forfaitaire premie van nachtwaker
- de kosten van overuren
- de eindejaarstoelage
- de haard- en standplaatstoelage
- de vergoeding van overuren
- het vakantiegeld, uitgezonderd het vakantiegeld bij uitdiensttreding van de personeelsleden die werkelijk de voorziening verlaten
- het bijkomend vakantiegeld voor arbeiders
- alle werkgeversbijdragen in het kader van de Rijkssociale Zekerheid der Werknemers.