Aanvullende richtlijnen voor professionelen

Registraties en overeenkomsten

De prestaties onder RTH en MFC worden verder geregistreerd in de geïntegreerde registratietool (GIR). De tijdelijke richtlijn om de begeleidingen op afstand als mobiele begeleiding te registreren, blijft behouden tot het einde van de COVID-19-periode (30/09/2020). Als er na die datum wordt overgegaan tot begeleiding op afstand, moet u dat registreren als een ambulante begeleiding. We zien dat als een ambulante begeleiding omdat er geen verplaatsing nodig is. Voor de effectief geleverde ondersteuning worden de regels van de wettelijke bijdrage verder toegepast.

  • Mobiele en ambulante begeleidingen worden uitgedrukt in uren. Het moet gaan over inhoudelijke psychosociale ondersteuning. Als een begeleidingscontact korter is dan een uur, is het - in de huidige omstandigheden - toegestaan om die te bundelen tot één begeleiding. Dat betekent ook dat niet elk kort contact als begeleiding kan worden geregistreerd (en aangerekend).
  • Voor mobiele en ambulante begeleidingen kunt u een bijdrage vragen. Dat is geen regelgevende verplichting of verzoek van het VAPH.
  • Outreach (RTH) op afstand moet u ook registreren als ambulante outreach. Deze ondersteuningsfunctie wordt ook uitgedrukt in uren.

Noodzakelijke therapie blijft doorlopen in fase 3

Het VAPH benadrukt dat bij eventuele keuzes in de ondersteuning de noodzakelijke therapie bij de vergunde zorgaanbieders en multifunctionele centra maximaal moet verdergezet worden. Mogelijk moet nagegaan worden of de therapie een alternatieve invulling kan krijgen.

Psychosociaal welzijn personeel

Medewerkers en leidinggevenden in de zorgsector - welk statuut dan ook - kunnen in deze periode heel wat druk ervaren. Graag wijzen we u op het bestaan van De Zorgsamen. Op dat platform vinden medewerkers tips om goed voor zichzelf te zorgen, veerkracht bij te tanken en collega’s te ondersteunen. Ook voor professionele hulp kunt u er terecht. De komende periode zal het platform nog meer vorm krijgen.

Technische werkloosheid

Bij ministerieel besluit van 12 juni 2020 werd vastgelegd dat de subsidie van zorgaanbieders kan verminderd worden als door Zorginspectie vastgesteld wordt dat het personeel in technische werkloosheid werd geplaatst, terwijl er geen attest was voor quarantaine.

Het ministerieel besluit is echter een uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2020 over de financiële gevolgen van de maatregelen ter bestrijding van COVID-19 voor voorzieningen voor personen met een handicap en voor personen met een handicap die ondersteuning hebben van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

Aangezien ondertussen al een einddatum voor die maatregelen werd afgekondigd, is ook de bepaling van het ministerieel besluit zonder voorwerp geworden. Dat betekent dat personeelsleden die in technische werkloosheid geplaatst worden, tijdens die periode kunnen vervangen worden. Technische werkloosheid kan ingeroepen worden als personeelsleden een quarantainemaatregel opgelegd krijgen, of als personeelsleden gebruik maken van het recht op technische werkloosheid om te zorgen voor de opvang van hun kinderen. De werkgever is evenwel niet verplicht om technische werkloosheid in te roepen bij een quarantainemaatregel.

Samenscholingsverbod

Sinds het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken geldt een samenscholingsverbod voor meer dan vier personen, kinderen onder 12 jaar niet inbegrepen. Het ministerieel besluit van 28 november 2020 wijzigt een aantal maatregelen en maakt een uitzondering op dat samenscholingsverbod voor huishoudens. Het Nationaal Crisiscentrum (NCCN) bevestigde aan het VAPH dat personen die onder eenzelfde dak wonen, beschouwd worden als een huishouden. Voor de VAPH-sector wil dat zeggen dat residentiële leefgroepen niet gebonden 1 zijn aan het samenscholingsverbod wanneer zij zich samen op openbare plaatsen begeven. Aangezien leefgroepen in het ministerieel besluit niet expliciet als uitzondering vermeld staan, kan dat op lokaal niveau mogelijks voor verwarring zorgen. U kunt indien nodig verwijzen naar de verduidelijking van het Nationaal Crisiscentrum. 

Tijdelijke werkloosheid bij (gedeeltelijke) sluiting van een voorziening voor personen met een handicap

Voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 kunnen ouders van personen met een handicap die verlof zouden moeten nemen om hun kind op te vangen ten gevolge van de sluiting van de opvang of de onderbreking van de dienstverlening voor personen met een handicap wegens coronamaatregelen, een beroep doen op het stelsel van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Het is mogelijk dat ouders u daaromtrent contacteren. Om tijdelijke werkloosheid in het kader van overmacht aan te vragen bij hun werkgever, moeten zij namelijk over een attest ‘sluiting corona’ ingevuld door de betrokken voorziening, beschikken.

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht kan aangevraagd worden wanneer men moet instaan voor de opvang van:

  • een persoon met een handicap die men ten laste heeft, ongeacht de leeftijd van de persoon, en die persoon niet naar een voorziening voor personen met een handicap kan gaan;
  • een persoon met een handicap die men ten laste heeft, ongeacht de leeftijd van de persoon, die een intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de gemeenschappen geniet.

De reden waarom de persoon met een handicap niet naar de voorziening of de dienstverlening voor personen met een handicap kan gaan, moet te wijten zijn aan de tijdelijke sluiting of onderbreking van de dienstverlening als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het coronavirus te beperken. Het kan daarbij ook gaan om een gedeeltelijke sluiting van een voorziening voor personen met een handicap of een gedeeltelijke stopzetting van de dienstverlening voor personen met een handicap.

In volgende situaties kan men een beroep doen op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht:

  • volledige sluiting van de opvang in de voorziening, bijvoorbeeld omwille van een uitbraak COVID-19 of richtlijnen overheid;
  • deeltijdse sluiting van de opvang in de voorziening, bijvoorbeeld de zorgaanbieder of het MFC beslist om voor de helft van de personen met handicap opvang te organiseren of voor alle personen met een handicap slechts de helft van de tijd opvang te organiseren. Ook als er bijvoorbeeld vooraf 2 nagegaan wordt voor welke gebruikers opvang in de thuissituatie (deels) haalbaar is.

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht geldt zolang de persoon met een handicap niet terug kan gaan naar de voorziening/dienstverlening voor personen met een handicap. Ook in geval van co-ouderschap kan beroep gedaan worden op deze regeling. De RVA verduidelijkt dat in situaties waar opvang mogelijk is binnen de voorziening voor personen met een handicap, men geen beroep kan doen op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. Concreet wil dat zeggen dat volgens de RVA in onderstaande situaties geen beroep gedaan kan worden op de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht:

  • wanneer ouders op eigen initiatief hun kind thuis opvangen, bijvoorbeeld wegens zorgen over besmettingsgevaar;
  • wanneer ouders de keuze hebben tussen opvang in de voorziening of thuis, bijvoorbeeld bij een tijdelijk stopzetten van transfers tussen thuis en de voorziening.

Communicatie

Zoekt uw organisatie laagdrempelige informatie over corona?

WABLIEFT verduidelijkt de informatie over COVID-19 en de maatregelen voor laaggeletterden en bundelt die op hun website. Alle info op de pagina is vrij te gebruiken.

Richtlijnen van het Agentschap Zorg & Gezondheid

Informatie van de federale overheid