Extra maatregelen om de zorg en ondersteuning tijdens de coronaperiode verder te kunnen zetten

Rechten en plichten wanneer de individuele dienstverleningsovereenkomst (IDO) tijdelijk niet of slechts onvolledig kan worden uitgevoerd

Het is door COVID-19 in sommige situaties onvermijdelijk dat de zorg en ondersteuning zoals bepaald in de individuele overeenkomsten gedurende deze bijzondere periode tijdelijk anders, onvolledig of niet geboden zal kunnen worden.

In de volgende gevallen kan de voorziening afwijken van de individuele dienstverleningsovereenkomst in de periode tussen 1 oktober 2020 en 30 juni 2021:

  • De voorziening wordt geconfronteerd met een stijgend of een hoog aantal besmettingen bij de personen met een handicap of bij het personeel.
  • Er is onvoldoende personeel beschikbaar om de zorg en ondersteuning te kunnen voortzetten.
  • Het is niet mogelijk om de preventieve en hygiënische maatregelen na te leven als de individuele dienstverleningsovereenkomsten volledig uitgevoerd worden.

In alle gevallen moet er overleg plaatsvinden met het collectief overlegorgaan vóór van de individuele dienstverleningsovereenkomsten kan afgeweken worden.

Maar ook in deze uitzonderlijke omstandigheden moet het zowel voor gebruikers als zorgaanbieders duidelijk zijn wat hun wederzijdse rechten en plichten zijn.

Wat als het ondersteuningsaanbod voor een periode van maximaal 1 maand wordt aangepast of stopgezet?

Als de individuele dienstverleningsovereenkomst (IDO) gedurende maximaal 1 maand niet of slechts gedeeltelijk kan worden uitgevoerd, dan

  • moet de voorziening het collectief overlegorgaan en de gebruikers tijdig informeren over deze situatie;
  • moeten de directie en het collectief overlegorgaan aan individuele gebruikers de mogelijkheid bieden om de voorziening te vragen (bijvoorbeeld via de sociale dienst) een tijdelijk alternatief te bieden voor de afgebouwde of weggevallen ondersteuning.

Opgelet: Deze bepaling van de regelgeving treedt pas op 1 januari 2021 in werking. Daarom kan pas ten vroegste vanaf 1 januari 2021 door gebruikers gevraagd worden om een alternatief te voorzien.

De voorziening kan een beroep doen op een door het VAPH vergunde bijstandsorganisatie (voor de vergunde zorgaanbieders voor meerderjarigen) of een dienst ondersteuningsplan (voor de diensten rechtstreeks toegankelijke hulp en de multifunctionele centra) om een alternatief te zoeken en te realiseren voor haar gebruikers.

De gebruikers van de voorziening blijven tijdens deze periode de kosten voor zorg en ondersteuning zoals overeengekomen in de IDO verder betalen. Als het tijdelijk verminderen of wegvallen van de ondersteuning de persoon met een handicap en zijn gezinsleden voor problemen stelt, dan kunnen zij de voorziening vragen hen een alternatief aan te bieden. Budgethouders kunnen ook gebruik maken van de mogelijkheid tot budgetoverschrijding en bijstand vragen bij het inzetten ervan aan een door het VAPH vergunde bijstandsorganisatie.

Wat als het ondersteuningsaanbod voor een periode van meer dan 1 maand wordt aangepast of stopgezet?

Als de voorziening de zorg en ondersteuning zoals vermeld in de individuele dienstverleningsovereenkomst voor een periode langer dan een maand niet of onvolledig kan aanbieden, dan moeten de directie en het collectief overleg samen een alternatief ondersteuningsaanbod uitwerken.

Opgelet: Deze bepaling van de regelgeving treedt pas op 1 januari 2021 in werking. Daarom kan pas ten vroegste vanaf 1 februari 2021 verwacht worden dat een alternatief aanbod wordt voorzien.

De vergunde zorgaanbieders kunnen bij het uitwerken van een alternatief ondersteuningsaanbod een beroep doen op een van de vijf door het VAPH vergunde bijstandsorganisaties, en de multifunctionele centra en diensten rechtstreeks toegankelijke hulp op een van de vijf erkende diensten ondersteuningsplan.

Er kan in totaal maximaal 6 maanden afgeweken worden van de IDO’s. Uiterlijk na een half jaar moet het gewone ondersteuningsaanbod opnieuw aangeboden worden; onder voorbehoud van wijzigingen in de corona-maatregelen.

De directie en het collectief overleg informeren de gebruikers van de voorziening over het alternatieve ondersteuningsaanbod en de periode waarbinnen dat aanbod zal gelden.

Wat betekent het afwijken van de IDO concreet?

  • De budgethouder blijft de zorggebonden kosten zoals opgenomen in de individuele dienstverleningsovereenkomst betalen, zelfs als de voorziening tijdelijk minder of andere ondersteuning biedt. Ook voor de gebruiker van het multifunctioneel centrum wordt de begeleidingsovereenkomsten in dit geval niet aangepast.
  • De voorziening kan geen extra zorggebonden kosten aanrekenen wanneer wegens de corona-maatregelen tijdelijk méér ondersteuning wordt geboden dan bepaald in de individuele dienstverleningsovereenkomst.
  • De gebruiker van een multifunctioneel centrum betaalt de bijdragen overeenkomstig feitelijk gebruik.
  • De budgethouder betaalt leefkosten overeenkomstig feitelijk gebruik.
  • De budgethouder betaalt enkel woonkosten voor het aantal dagen dagondersteuning of het aantal nachten woonondersteuning dat hij werkelijk heeft opgenomen in de voorziening. Dit geldt alleen als het afwijken van het in de individuele dienstverleningsovereenkomst opgenomen aantal dagen dagondersteuning en aantal nachten woonondersteuning te maken heeft met corona of de maatregelen ter bestrijding ervan.
    Enkele voorbeelden:
    • Er is een verminderd aanbod van dagopvang.
    • De budgethouder kiest bij een quarantainemaatregel voor verblijf thuis in plaats van in de leefgroep.
    • De budgethouder komt door angst voor besmetting een periode niet naar de leefgroep.

Kunt u uw individuele dienstverleningsovereenkomst tijdelijk opschorten?

Als de dienst of voorziening langer dan drie maanden afwijkt van de ondersteuning zoals vermeld in de individuele dienstverleningsovereenkomst en de gebruiker ervaart het door de voorziening uitgewerkte alternatief als onvoldoende, dan kan de gebruiker er uitzonderlijk voor kiezen om de individuele dienstverleningsovereenkomst tijdelijk op te schorten.

Het tijdelijk opschorten van de individuele dienstverleningsovereenkomst kan vanaf de 1e dag van de 4e maand waarin de individuele dienstverleningsovereenkomst niet of onvolledig wordt uitgevoerd, en dat voor een periode van maximaal 6 maanden.

Opgelet: Deze bepaling van de regelgeving treedt pas op 1 januari 2021 in werking. Daarom kan opschorten van de individuele dienstverleningsovereenkomst pas ten vroegste vanaf 1 april 2021.

Wat betekent het opschorten van de individuele dienstverleningsovereenkomst concreet?

  • De ondersteuning wordt voor de periode van opschorting volledig stopgezet en hoeft dus ook niet vergoed te worden aan de voorziening. De budgethouder kan de middelen in die periode op een andere manier inzetten.
  • Het opschorten van de individuele dienstverleningsovereenkomst impliceert dat de eigen bijdrage of woon- en leefkosten gedurende de periode van de opschorting niet betaald moeten worden aan de voorziening.
  • Het tijdelijk opschorten van de individuele dienstverleningsovereenkomst heeft geen gevolgen voor de zorggarantie in het kader van correctiefase 2 en de budgethouder kan na afloop van de periode van opschorting de oorspronkelijke individuele dienstverleningsovereenkomst zonder probleem opnieuw activeren.

Opgelet: het tijdelijk opschorten van de individuele dienstverleningsovereenkomst kan alleen als er door de voorziening afgeweken wordt van de individuele dienstverleningsovereenkomst. Als de voorziening de individuele dienstverleningsovereenkomst wel uitvoert en de gebruiker er zelf voor kiest om (nog) niet terug te keren naar de voorziening, dan kan de budgethouder de individuele dienstverleningsovereenkomst niet opschorten, maar eventueel wel stopzetten of heronderhandelen. We vragen de gebruiker en de voorziening om zoveel mogelijk in overleg te gaan over de alternatieve mogelijkheden.

Wat met de eigen bijdragen en woon- en leefkosten als het ondersteuningsaanbod wordt aangepast of stopgezet?

Eigen bijdragen en leefkosten worden in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021 betaald overeenkomstig de daadwerkelijk geboden ondersteuning. Dat was ook het geval in de periode van 14 maart 2020 tot en met 30 september 2020.

Voor de woonkosten geldt in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021 dat ze in verhouding verminderd worden met het aantal dagen dagondersteuning of het aantal nachten woonondersteuning die om COVID-19-gerelateerde redenen niet worden gebruikt in vergelijking met het aantal dagen of het aantal nachten dat is afgesproken in de individuele dienstverleningsovereenkomst. Deze regeling verschilt van de regeling die gold in de periode van 14 maart 2020 tot en met 30 september 2020: toen kon de voorziening voor geen enkele afwezigheid woonkosten aanrekenen (ook niet voor niet-coronagerelateerde afwezigheden).

Onder COVID-19-gerelateerde afwezigheden verstaan we onder andere:

  • afwezigheden wegens maatregelen die de voorziening moet nemen
  • afwezigheden wegens quarantaine of isolatie van de gebruiker in de thuissituatie
  • afwezigheden wegens de eigen keuze van de gebruiker door angst voor besmetting

Enkele voorbeelden:

  • Een gebruiker heeft een individuele dienstverleningsovereenkomst voor 5 dagen dagondersteuning en 5 dagen woonondersteuning. Momenteel krijgt hij door coronagerelateerde redenen slechts 2 dagen dagondersteuning en 2 dagen woonondersteuning. De woonkosten worden in verhouding als volgt verminderd: woonkosten x (2 / 5).
  • Een gebruiker heeft een individuele dienstverleningsovereenkomst voor 3 dagen dagondersteuning. Momenteel krijgt hij door coronagerelateerde redenen slechts 1 dag dagondersteuning. De woonkosten worden in verhouding als volgt verminderd: woonkosten x (1 / 3).

Deze maatregel wat de eigen bijdrage en woon- en leefkosten betreft geldt van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021. Dat wil zeggen dat voorzieningen de al aangerekende kosten in het najaar van 2020 moeten regulariseren zodat deze aangerekende kosten in overeenstemming zijn met deze maatregel.

In het geval van opschorting van de individuele dienstverleningsovereenkomst is de bovenstaande regeling niet van toepassing. Dat wil zeggen dat de eigen bijdrage en de woon- en leefkosten in de periode van opschorting niet aangerekend kunnen worden.

Documenten

Mededeling aan gebruikers van VAPH-diensten en -zorgaanbieders en PAB- en PVB-budgethouders - 30 april