Hoogteverschil overbruggen

Een klein niveauverschil wordt vaak overbrugd door een trap van enkele treden. Wanneer iemand ‘slecht te been’ is, kan een handgreep soelaas bieden. Dat is uiteraard geen oplossing voor een rolstoelgebruiker.

Een rolstoelgebruiker kan maximaal 2 cm niveauverschil zelfstandig overbruggen.

Een klein niveauverschil wordt vaak overbrugd door een trap van enkele treden. Wanneer iemand ‘slecht te been’ is, kan een handgreep soelaas bieden. Dat is uiteraard geen oplossing voor een rolstoelgebruiker.

Een rolstoelgebruiker kan maximaal 2 cm niveauverschil zelfstandig overbruggen.

Met een oprijgoot of -plaat kan een niveauverschil van 1 tot 15 cm overbrugd worden. Een oprijgoot of -plaat kan dienen als tijdelijke oplossing of als oplossing bij een bezoek aan een onaangepaste omgeving.

Niveauverschillen tot 1 m kunnen overbrugd worden met een hellingbaan. Een hellingbaan wordt vaak gebruikt voor de toegang tot (openbare) gebouwen.

Niveauverschillen van meer dan 1 meter worden overbrugd met een trap.

Een bestaande trap in een particuliere woning is meestal voorzien van één trapleuning. Een aanvullende trapleuning en antislipmateriaal kunnen een oplossing zijn voor personen met een beperkte stapfunctie of voor personen met evenwichtsproblemen.

Als een aangepaste trap geen oplossing is, moet er een keuze gemaakt worden tussen: een traplift, een hefplatform dat de trap volgt, een verticaal hefplatform -1,80 m, een verticaal hefplatform +1,80 m, een lift.

Lift

Aandachtspunten

Verticale hefplatformen +1,80 m zonder gesloten constructie: opmerking VAPH

Sommige verticale hefplatformen kunnen tot 8 à 15 m hoogte overbruggen, maar hebben geen gesloten kooi of cabine. Het gebruik van die modellen van hefplatformen houdt een verhoogd veiligheidsrisico in. Voor de doelgroep van het VAPH moet een oplossing om een hoogteverschil van meer dan 1,80 m te overbruggen, steeds voorzien zijn van een gesloten kooi en een gesloten schacht.

De machinerichtlijn geeft aan dat men bij een hoogteverschil van 3 meter extra veiligheidsvoorzieningen moet nemen. Die extra maatregelen zijn o.a.:

  • een volledig afsluitbare kooi voorzien
  • extra belastings- en duurzaamheidsproeven voorzien

In het Handboek voor toegankelijkheid staat:

“Open constructies houden beduidend meer gevaar in. Vandaar dat een open hefplatform alleen wordt aanbevolen tot een hoogteverschil van 1,80m. Boven die hoogte is een constructie in een gesloten koker of schacht nodig.” (Maarten Wijk e.a., Handboek voor toegankelijkheid, Uitgeverij Elsevier, 2001, 4de druk, p 176.)

Verschillen tussen een verticaal hefplatform +1,80 m en een lift

Verticale hefplatformen vallen onder de machinerichtlijn en mogen dus niet sneller dan 0,15 m/s bewegen. Bij liften zijn snelheden mogelijk tot 1,7 m/s of zelfs 2,5 m/s. Om een verdieping (2,5 m) te overbruggen, heeft een verticaal hefplatform meer dan 15 seconden nodig. Een lift kan dat in 1 à 2 seconden.

Een verticaal hefplatform wordt bediend met een vasthoudknop. Een lift niet. Eenmaal op de knop van de gewenste verdieping drukken is voldoende. Een lift kan via afstandsbediening geactiveerd worden.

In een lift is standaard communicatieapparatuur voorzien. Dat is niet standaard voor een verticaal hefplatform.

Voor een lift zijn onderhoud en herstel wettelijk geregeld. Het onderhoudsschema wordt meegegeven bij de oplevering van de lift. Een regelmatige, onafhankelijke inspectie kijkt toe op de goede werking van de lift. Liften worden speciaal ontworpen om vlot en degelijk onderhoud en herstel mogelijk te maken. Onderhoud en herstel is bij liften dan ook eenvoudiger dan bij verticale hefplatformen.

Voordat een lift in gebruik kan genomen worden, moet een extern keuringsorganisme een keuring uitvoeren.

De levensduur van een lift is 20 à 25 jaar. Die van een verticaal hefplatform is 12 à 15 jaar.

Richtlijnen en wetgeving

Richtlijnen voor een toegankelijke binnentrap in een openbaar gebouw

uit: Normen en richtlijnen sociale woningbouw

  • Om de 10 à 12 treden moet een tussenbordes voorzien worden.
  • Een trap met korte, rechte steektrappen is veiliger dan een trap met bochten.
  • De traptrede mag geen overstekende trapneus hebben.
  • De trapwelhoek moet ongeveer 15 ° bedragen.
  • De leuning moet een doorsnede hebben van 4 à 5 cm, met minimaal 4 à 5 cm vrije ruimte tussen de wand en de leuning.
  • De hoofdleuning (bovenzijde) moet op een hoogte van 85 tot 100 cm geplaatst worden. De bijleuning op een hoogte van 70 tot 75 cm.
  • Tussen de leuningen moet minimaal 120 cm vrije ruimte zijn.
  • De leuningen moeten aan het begin en aan het einde van de trap minimaal 40 cm horizontaal doorlopen.
  • De treden moeten vervaardigd zijn uit stroef antislipmateriaal.
  • Boven- en onderaan de trap moet een waarschuwingsmarkering van 60 cm voorzien zijn. Voor slechtzienden moet er een visuele contrastmarkering voorzien zijn op de trapneus.

Machinerichtlijn 2006/42/EG

Trapliften en hefplatformen worden op de markt gebracht conform het ‘koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen van machines’ van 12 augustus 2008. Die ‘machinerichtlijn’ bepaalt de eisen waaraan machines moeten voldoen. Dat houdt o.a. in dat:

  • de snelheid maximaal 0,15 meter per seconde mag bedragen;
  • er een vasthoudknop moet aanwezig zijn;
  • de levensduur minimaal 10 tot 15 jaar moet bedragen;
  • voor hefplatformen die een hoogteverschil overbruggen van meer dan 3 m, het platform moet voorzien zijn van een beveiliging zodat men er niet kan afvallen; een telefoon niet verplicht is;
  • het onderhoud en herstel niet geregeld is;
  • er geen inspectie voorzien is.

Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen van machines’ van 12 augustus 2008

Bevoegde ministeries

Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie

Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid

Afdeling Veiligheid

Dienst Productveiligheid

Koning Albert II-laan 16

1000 Brussel

T 02 277 89 09

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

Algemene Directie Humanisering van de Arbeid

Ernest Bleriotstraat 1

1070 Brussel T

02 233 45 27

KB liften 95/16/EG

Het ‘KB Liften’ definieert een lift als:

“een toestel dat bepaalde stopplaatsen van gebouwen en bouwwerken bedient, met behulp van een kooi die langs vaste, ten opzichte van het horizontale vlak meer dan 15 graden hellende geleiders beweegt, en die bestemd is voor vervoer van:

  • personen
  • personen en goederen
  • uitsluitend goederen indien de kooi betreedbaar is (dat wil zeggen dat een persoon er zonder moeite kan binnengaan) en uitgerust is met bedieningsorganen die in de kooi of binnen het bereik van een zich daarin bevindende persoon gesitueerd zijn

In dit besluit wordt eveneens verstaan onder ‘lift’ een toestel, zoals bedoeld in het eerste lid, dat een volstrekt vaste baan in de ruimte volgt, maar niet beweegt langs vaste geleiders (bijvoorbeeld een door een schaarconstructie geleide lift).”

Het KB bepaalt o.a.:

  • De schacht van een lift moet bouwkundig aan strenge ISO-normen voldoen. Dit zowel qua constructie als qua stabiliteit en stevigheid.
  • Er is standaard communicatieapparatuur voorzien.
  • Onderhoud en herstel zijn wettelijk geregeld. Het onderhoudsschema wordt meegegeven bij de oplevering van de lift. Een regelmatige, onafhankelijke inspectie kijkt toe op de goede werking van de lift.
  • Voor de ingebruikname is er een keuring door een extern keuringsorganisme vereist.
  • Afwijkingen aan de schachtput en de schachtzolder zijn mogelijk bij een verbouwing, niet bij nieuwbouw.
  • De levensduur van een lift is 20 à 25 jaar.
  • Bijkomend bepaalt het ‘KB liften’ dat de kooi standaard toegankelijk en bruikbaar moet zijn voor personen met een handicap en, indien nodig, ook nog bijkomend kan aangepast worden om het gebruik van de lift voor personen met een handicap te vergemakkelijken.

KB Liften

Bevoegde ministeries

Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie

Algemene Directie Kwaliteit en Veiligheid

Afdeling Veiligheid

Dienst Productveiligheid

Koning Albert II-laan 16

1000 Brussel

T 02 277 89 09

Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg

Algemene Directie Humanisering van de Arbeid

Ernest Bleriotstraat 1

1070 Brussel

T 02 233 45 27