Horen

Doven en slechthorenden vangen informatie vooral via de ogen op. Concreet wil dat zeggen dat zij aan de hand van het mondbeeld moeten verstaan wat er gezegd wordt. Ze zijn aangewezen op het liplezen. De lichaamsexpressie en de mimiek van de spreker is eveneens een belangrijke informatiebron. Het is vanzelfsprekend dat deze vorm van communicatie een grote inspanning vergt. Daarom enkele tips.

Doven en slechthorenden vangen informatie vooral via de ogen op. Concreet wil dat zeggen dat zij aan de hand van het mondbeeld moeten verstaan wat er gezegd wordt. Ze zijn aangewezen op het liplezen. De lichaamsexpressie en de mimiek van de spreker is eveneens een belangrijke informatiebron. Het is vanzelfsprekend dat deze vorm van communicatie een grote inspanning vergt. Daarom enkele tips.

Spraakverstaan betekent een spreker kunnen horen én verstaan. Wanneer tips niet langer helpen, kan het spraakverstaan verbeterd worden door hoorhulpmiddelen. Hoorhulpmiddelen zijn hulpmiddelen die onder meer het geluid versterken zoals:

  • een handmicrofoon: Als de afstand tussen de spreker en de luisteraar beperkt is, kan een handmicrofoon gebruikt worden om het geluid te versterken. De handmicrofoon bestaat uit een richtmicrofoon en een versterker waaraan een hoofdtelefoon is bevestigd. De microfoon kan om de hals worden gedragen, aan het hemd worden bevestigd, op tafel worden geplaatst of in de hand worden gehouden. Vooral in een omgeving met veel achtergrondlawaai is een handmicrofoon aan te raden.
  • ringleiding
  • IR-geluidsoverdrachtsysteem
  • FM-geluidsoverdrachtsysteem
  • bluetooth-geluidsoverdracht

Wanneer geluid niet langer kan versterkt worden, kan beroep gedaan worden op een tolk voor doven en slechthorenden.

FM-ontvanger

De FM-ontvanger zet de FM-radiogolven, verzonden door de zender, terug om in geluid. Wanneer je geen hoorapparaat of cochleair implantaat hebt, dan kun je kiezen voor een ontvanger met een oorstukje, een hoofdtelefoon of een luidspreker. Draag je een hoorapparaat of een cochleair implantaat, dan moet de ontvanger gekoppeld kunnen worden aan het hoorapparaat of aan het cochleair implantaat. Verder moet je een keuze maken tussen een ontvanger met een vast ontvangstkanaal of een ontvanger met meerdere ontvangstkanalen.

Ontvangstkanaal

Afhankelijk van waar en wanneer je de ontvanger nodig hebt, kun je kiezen voor een ontvanger met een vast ontvangstkanaal of voor een ontvanger met meerdere ontvangstkanalen. Een ontvanger met een vast ontvangstkanaal is niet aanpasbaar.

Een ontvanger met meerdere ontvangstkanalen is wel aanpasbaar. Dat kan handmatig of draadloos.

Koppeling

De ontvanger brengt het geluid onmiddellijk naar het hoorapparaat of naar het cochleair implantaat zonder kwaliteitsverlies. DIe overdracht kan via inductie (halslus) of via directe audio input (DAI). Bij sommige hoorapparaten is de FM-ontvanger geïntegreerd in het hoorapparaat.

  • Aan hoorapparaat of cochleair implantaat, via inductie (halslus): De FM-ontvanger zendt via een halslus (inductie) signalen naar de T-spoel van het hoorapparaat van de slechthorende. Er is slechts één FM-ontvanger nodig om het geluid over te brengen naar de T-spoel van beide hoorapparaten of CI-spraakprocessoren. 
  • Aan hoorapparaat of cochleair implantaat, via directe audio input (DAI): De FM-ontvanger kan direct aan een achter-het-oor-hoorapparaat of CI-processor geklikt worden. Het signaal wordt, na ontvangst, automatisch afgestemd op de versterking van het hoorapparaat of de CI-processor. Er moeten geen instellingen of schakelaars gewijzigd worden. De FM-ontvanger is makkelijk van het hoorapparaat of de CI-processor af te halen. 
  • Aan hoorapparaat of cochleair implantaat, via bluetooth-geluidsoverdrachtsysteem: De FM ontvanger kan ook in een audioschoentje gestoken worden.  Dit schoentje past niet rechtstreeks op het hoorapparaat of de CI-processor maar kan geklikt worden op een bluetoothgesluidsoverdrachtsysteem.  Dit bluetooth-geluidsoverdrachtsysteem zal op zijn beurt het signaal doorsturen naar de hoorapparaten of de CI-processor via een neklus of draadloos. 

Een of twee ontvangers?

Hersenen hebben nood aan stimulatie om te kunnen blijven functioneren. Voor slechthorenden is het belangrijk dat de auditieve cortex geprikkeld blijft. Dat is de belangrijkste reden om te kiezen voor twee hoorapparaten (binaurale aanpassing) als er sprake is van beiderzijds gehoorverlies, en niet een van de twee oren buiten spel te zetten. Horen we slechts goed aan één zijde, dan raken de hersenen geleidelijk iets van hun vermogen kwijt om de geluidsinformatie van het slechte oor te gebruiken. Dat verschijnsel, auditieve deprivatie genoemd, komt vooral voor wanneer aan een slechthorend oor langere tijd geen versterking wordt gebruikt. Soms is het onmogelijk of ongewenst om twee hoorapparaten te gebruiken. Bijvoorbeeld na sommige ooroperaties, bij een totale eenzijdige doofheid of bij sommige oorontstekingen. Voor een optimaal spraakverstaan is het aangewezen dat de beide oren (indien beide oren kunnen aangepast worden) optimale spraaksignalen ontvangen. Een FM-aanpassing van beide oren geeft een beter resultaat qua spraakverstaan dan wanneer slechts één oor gestimuleerd wordt. Bij de stimulatie van één oor treden er nog moeilijkheden op in situaties met een slechte signaal-ruisverhouding. In situaties met veel omgevingslawaai is het spraakverstaan daardoor onvoldoende.

Producten