Muis bedienen

Om een muis te bedienen, zijn verschillende handelingen nodig:

  • de muis vasthouden
  • de muis verschuiven
  • linker- en/of rechtermuisknop indrukken (klikken en dubbelklikken)
  • scrollwieltje draaien

Een aantal handelingen moeten bovendien tegelijk uitgevoerd worden:

Om een muis te bedienen, zijn verschillende handelingen nodig:

  • de muis vasthouden
  • de muis verschuiven
  • linker- en/of rechtermuisknop indrukken (klikken en dubbelklikken)
  • scrollwieltje draaien

Een aantal handelingen moeten bovendien tegelijk uitgevoerd worden:

  • de cursor bewegen: muis vasthouden en tegelijk verschuiven
  • de muisfuncties activeren: muis vasthouden en tegelijk enkel of dubbel klikken
  • slepen: knop ingedrukt houden en tegelijk de muis vasthouden en verschuiven

Wie problemen ondervindt met dubbelklikken of om de cursor precies te sturen, kan de muisinstellingen van het besturingssysteem aanpassen. Er zijn ook speciale apps waarmee de functies van de muisknoppen kunnen aangepast worden.

Vaak kunnen mensen met een beperkte coördinatie de muis nog wel sturen en soms nog net links klikken, maar zijn alle andere muisfunctes te moeilijk. Dan kan kliksoftware een uitkomst bieden.

Personen die problemen ondervinden om de muis te bewegen en te klikken maar die wel een toetsenbord kunnen bedienen, kunnen de muis sturen via het toetsenbord.

Voor personen met tremor, bestaat er een muis met tremorcontrole of software voor tremorcontrole.

Personen die omwille van beperkt bewegingsbereik of beperkte kracht de muis onvoldoende kunnen bewegen, maar die wel nauwkeurig een vinger of een pen over een vlakje kunnen bewegen, kunnen geholpen zijn met een muispad.

Personen die (nog) niet in staat zijn om een muis of muisalternatief te bedienen en die de computer met een of twee schakelaars moeten besturen, kunnen gebruik maken van een muis met aansluitingen voor externe schakelaars.

Veel mensen ondervinden problemen met het tegelijk uitvoeren van handelingen, bijv. de muis tegelijk vasthouden en verschuiven of klikken zonder verschuiven, of de knop ingedrukt houden en verschuiven. Zij kunnen geholpen zijn met een (grote) trackball.

Voor personen met een zeer beperkte coördinatie voldoet een grote trackball vaak niet. De knoppen en de kogel staan te dicht bij elkaar waardoor er ongewild op de knoppen gedrukt wordt, of aan de kogel gedraaid wordt. Aangepaste trackballs zijn voorzien van een of meer aanpassingen om aan die problemen tegemoet te komen.

Als het sturen van de kogel of een aangepaste trackball niet lukt, dan kan een aangepaste joystick of toetsenmuis overwogen worden.

Als het sturen van een joystick niet haalbaar is, maar er kunnen wel vijf of nog meer schakelaars geactiveerd worden, dan kan de muis via die schakelaars bediend worden.

Wie zijn handen niet kan gebruiken om de muis te bedienen maar wel een goede functie heeft in zijn onderste ledematen, kan gebruik maken van een voetmuis.

Voor wie een kin- of lipbediende trackball of joystick niet voldoet, zijn er meer complexe alternatieven, waaronder een hoofdmuis en een mondmuis.

Gebruikers van een elektronische rolstoel, kunnen een muis bedienen via de rolstoelbesturing.

Gebruikers van een omgevingsbedieningssysteem kunnen een muis bedienen via het omgevingsbedieningssysteem (zie omgevingsbediening).

Wie niet in staat is om die directe alternatieven te bedienen maar wel een of twee schakelaars kan activeren, kan daarmee de muis bedienen via een interface voor bediening via een of twee schakelaars (scanning).

stand-alonezender voor bediening via schakelaars (scanning)

configuratie met technische hulpmiddelen

De nieuwere generatie stand-alonezenders voor bediening via schakelaars hebben standaard een dynamisch kleurenaanraakscherm. De gebruiker kan zelf de grootte en inhoud van de toetsen instellen of hij kan gebruik maken van de basisset pagina’s en die aanpassen en aanvullen. Hij kan de zender bedienen door directe aanwijzing op het aanraakscherm, of via scanning met behulp van om het even welke schakelaar. Sommige types kunnen ook bediend worden met een joystick.

De zenders zijn standaard in staat om zowel IR- als RF-signalen (z-wavesignalen) te sturen.

De IR-zender van de aangepaste zenders is veel krachtiger dan die van gewone zenders. Dat heeft als voordeel dat er minder precies moet gericht worden. Sommige van die IR-zenders kunnen een gecodeerd signaal verzenden voor toegangscontrole (deur, garagepoort ...).

De meeste van die zenders hebben een relaisuitgang. Die uitgang kan gebruikt worden als (aan-uit)schakelaar van een tweede toestel. De uitgang wordt vaak gebruikt om een RF-draadloze bel op aan te sluiten, of een zender van een personenalarm.

De meeste types hebben een oproep- of alarmfunctie. Met één druk op een knop kan dan een alarmsignaal worden uitgezonden over een of meer kanalen (IR, RF, relais) of kan gebeld of ge-sms’t worden. Sommige types zijn ook voorzien van auditieve scanning.

De klassieke types hebben een ingebouwde gsm-functie. Om die functie te kunnen gebruiken, moet er een simkaart in het toestel geplaatst worden. Dan is het mogelijk om met de zender te bellen en te sms’en.

De nieuwste generatie zenders zijn geïntegreerd met een smartphone of tablet. Met die zenders kun je niet alleen bellen en sms'en maar worden tegelijk ook andere apps toegankelijk zoals e-reader-apps, facebook-apps, skype-apss. 

Bij sommige types gebaseerd op een smartphone kunnen een aantal opdrachten via spraak ingevoerd worden. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de spraakinvoer in het besturingssysteem (iOs, Android) van de smartphone.

Producten