Schrijven

Personen met een visuele functiebeperking hebben geen problemen met het schrijven op zich, maar wel om te kunnen lezen wat ze schrijven. De hulpmiddelen om te lezen, zijn dus ook hulpmiddelen om te schrijven.

Personen met een visuele functiebeperking kunnen ook nota’s via geluidsopname. De nota’s kunnen dan nadien terug beluisterd worden.

communicatietoestellen voor doofblinden

Doofblindheid is een ongenuanceerde term voor de combinatie van visuele en auditieve beperkingen. De combinatie kan variëren van slechthorend en slechtziend tot volledig doof en blind. De meeste doofblinden zijn niet volledig doof en niet volledig blind, maar hebben nog enig restgehoor of enige restvisus.

Doofblinden komen dezelfde problemen tegen als slechthorenden/doven en slechtzienden/blinden. Zo zijn doofblinde mensen beperkt in hun communicatie met andere mensen, in hun mobiliteit, in het ondernemen van activiteiten en het ontvangen van informatie. Maar door de dubbele handicap zijn de problemen groter en ook lastiger op te lossen.

Naast communicatietechnieken bestaan er ook communicatiehulpmiddelen om te communiceren met doofblinden.

Voor wie slechthorend en slechtziend of blind is kunnen geluidsversterkende hulpmiddelen een oplossing zijn.

Wie doof en slechtziend of blind is, kan beroep doen op communicatietoestellen voor dooflblinden.

Communiceren met doofblinden is dikwijls een kwestie van de doofblinde doeltreffend aanspreken en ervoor zorgen dat de signalen met voldoende kwaliteit aankomen. De doofblinde moet de signalen begrijpen en zelfverzekerd zijn tijdens het gesprek.

Aandachtspunten

Geen enkel communicatiesysteem is perfect voor een doofblinde persoon. Het communicatietempo zal altijd lager liggen dan bij een ‘gewoon’ gesprek. Het vraagt dan ook een grote inspanning van beide gesprekspartners om een gesprek tot een goed einde te brengen. Er is vaak nood aan mentale aanvulling (voorspellen wat er gezegd gaat worden, zelf invullen wat onvoldoende verstaan wordt), wat aanleiding kan geven tot misverstanden.

Een gesprek tussen meer dan twee personen is meestal heel erg moeilijk.

Bij de keuze van een communicatietechniek en/of hulpmiddel zijn restvisus, gehoorrest en het tactiel functioneren doorslaggevend.

Verder moet rekening gehouden worden met een aantal andere factoren zoals:

  • de te verwachten evolutie van het gehoor en de visus
  • de leer- en ontwikkelingsmogelijkheden van de persoon op het gebied van tastzin, taal ...
  • de voorgeschiedenis van de persoon: de communicatietechniek moet aansluiten bij het reeds bestaande taalbezit en de manier van communiceren van de persoon: taal begrijpen, letters kunnen samenvoegen woorden, capaciteit tot mentale aanvulling ...
  • de mogelijkheden van de omgeving: kiezen voor een communicatietechniek die de omgeving (partner, begeleider ...) van de doofblinde kan beheersen
  • de mogelijkheden en grenzen van de communicatietechniek: sommige communicatietechnieken zoals drukletterschrift in de hand zijn eenvoudig aan te leren en te gebruiken door horend–ziende personen, ze laten echter slechts een traag communicatietempo toe en zijn soms moeilijk af te lezen door de doofblinde persoon
  • de situatie: op straat kun je wel lormen maar bijna onmogelijk communiceren met een brailleleesregel, terwijl een brailleleesregel in een vergadersituatie wel het meest efficiënte communicatiehulpmiddel kan zijn. Meestal zal een doofblinde verschillende technieken gebruiken, afhankelijk van de gesprekssituatie.

Producten