Voor welke hulpmiddelen geeft het VAPH geen tegemoetkoming?

Het VAPH komt tussen in de kosten voor heel wat hulpmiddelen, aanpassingen en bijstand. Voor sommige hulpmiddelen is een tegemoetkoming uitgesloten:

Mobiliteitshulpmiddelen

Het VAPH kan geen tegemoetkomingen toekennen voor aanvragen ingediend vanaf 1 januari 2019 voor mobiliteitshulpmiddelen voor de basismobiliteit zoals rolstoelen, elektronische scooters, zitdriewielfietsen, drie- en vierwielfietsen en duwwandelwagens alsook de bijhorende aanpassingen en kosten voor onderhoud en herstellingen. De bevoegdheid voor mobiliteitshulpmiddelen maakt vanaf 1 januari 2019 deel uit van de Vlaamse sociale bescherming (VSB).

Er werden overgangsmaatregelen voorzien voor bepaalde lopende aanvragen voor mobiliteitshulpmiddelen.

Fietsen met een motor

Het VAPH komt niet tussen voor bromfietsen, snorfietsen en andere fietsen met een hulpmotor.

Gsm's

Het VAPH voorziet in de refertelijst een aantal tegemoetkomingen voor het gebruik van toegankelijke smartphones bij een aantal activiteiten, en voor aanpassingen om een smartphone te gebruiken voor personen met een handicap. De tegemoetkomingen zijn maxima.

Als in de refertelijst geen tegemoetkoming voorzien wordt voor een smartphone bij een specifieke activiteit, kan het VAPH daarvoor niet tussenkomen

Relaxzetels

Het VAPH komt tussen voor specifieke zetels voor personen met de ziekte van Huntington.

Het VAPH komt niet tussen voor andere relaxzetels.

Dienstverlening door fysieke en/of rechtspersonen

Het VAPH komt tussen voor aanvullende autorijlessen, pedagogische hulp bij hogere studies en lessen voor het gebruik van de witte stok.

Het VAPH komt niet tussen voor andere vormen van dienstverlening door fysieke en/of rechtspersonen.

Hulpmiddelen op school

Als u speciale onderwijsleermiddelen of een tolk voor doven en slechthorenden nodig hebt om de lessen te volgen op school, dan kunt u een tegemoetkoming aanvragen bij de directeur van de onderwijsinstelling. Die schakelt dan meestal de cel Speciale Onderwijsleermiddelen van het Agentschap voor Onderwijsdiensten in.

Hulpmiddelen op het werk

Wanneer u als werknemer of als zelfstandige nood hebt aan een aanpassing van uw arbeidspost, dan kan uw werkgever daarvoor een aanvraag doen bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) – Dienst Arbeidsbeperking. U kunt ook een aanvraag bij de VDAB indienen voor een tussenkomst in arbeidsgereedschap en -kleding, of voor tolken voor doven en slechthorenden.

Voor meer informatie kunt u terecht in de Werkwinkel in uw buurt en op de website van de VDAB.

Werkt u bij de Vlaamse overheid, dan kunt u een aanvraag voor tussenkomst richten aan de Dienst Diversiteitsbeleid van de Vlaamse overheid.

Aanpassingen aan de firmawagen worden door VDAB vergoed wanneer de auto voor werkopdrachten (niet enkel woon-werkverkeer) gebruikt wordt. Als het om een bedrijfswagen gaat die enkel in functie van woon-werkverkeer en privé verplaatsingen wordt gebruikt, dan kan de aanvraag voor een tegemoetkoming ingediend worden bij het VAPH. Het agentschap gaat dan na of een tegemoetkoming mogelijk is.

Het VAPH beschouwt vrijwilligerwerk als vrijetijdsbesteding en niet als een professionele activiteit. Het VAPH kan dus een tegemoetkoming geven voor hulpmiddelen in dia verband als aan de voorwaarden in het IMB-besluit (noodzaak en gebruiksfrequentie in verhouding tot de gevraagde tegemoetkoming,...) voldaan is.

Hulpmiddelen voor dyslexie

Dyslexie kan door het VAPH maar voor een beperkt aantal personen werkelijk als een handicap erkend worden. Het zal dan gaan om zwaar dyslectische volwassenen, die bijstand nodig hebben buiten de werksfeer.

Het departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse overheid is bevoegd voor de speciale hulpmiddelen voor jongeren met dyslexie, zowel op school als thuis. Het departement Onderwijs heeft daartoe financiële middelen van het VAPH overgenomen. Dyslexie is meestal een leerstoornis die in zekere mate verholpen kan worden door een aangepaste ondersteuning in het onderwijs. Hebt u vragen omtrent de bijstand ter zake, neem dan contact op met de directie van de school of onderwijsinstelling.

Andere hulpmiddelen waarvoor het VAPH niet tussenkomt

  • apparatuur voor medische of paramedische behandelingen: bijvoorbeeld aërosoltoestellen, toestellen voor kinesitherapie, brillen, operaties, hoorapparaten
  • apparatuur voor de fysieke conditie: bijvoorbeeld hometrainers
  • verzekeringskosten
  • andere hulpmiddelen:
    • standaard personal computer (desktop of laptop)
    • standaard beeldscherm of groot beeldscherm
    • tv-scherm
    • tv-voorzetscherm
    • telefoonversterker of telefoontoestel met ingebouwde versterking
    • faxtoestel of toestel met analoge functie
    • aanhangfiets met één wiel
    • fietskar of aanhangwagen
    • badopstapje, badplank, badverkorter, badzit, badstoel
    • bedtafel
    • toiletrugleuning, toiletverhoging, toiletzitkussen
    • serveerwagen
    • sleutelgreepaanpassingen
    • leeslamp, leesplank, leestafel
    • memorecorder
    • sprekende basisrekenmachine, sprekende huishoudweegschaal, sprekende wekker, sprekende personenweegschaal, sprekende labelpen.

Hulpmiddelen in niet door het VAPH erkende zorginstellingen

Het VAPH kan geen hulpmiddelen of aanpassingen subsidiëren aan personen die langer dan drie maanden verblijven in een zorginstelling die niet door het VAPH gesubsidieerd of erkend is. 

Er werd een uitzondering voorzien voor personen die verblijven:

  • in een rusthuis als vermeld in artikel 2,6°, van de decreten inzake voorzieningen voor ouderen, gecoördineerd op 18 december 1991;
  • een serviceflatgebouw of een woningcomplex met dienstverlening als vermeld in artikel 2, 5°, van de decreten inzake voorzieningen voor ouderen, gecoördineerd op 18 december 1991;
  • in een rust- en verzorgingstehuis als vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 september 2004 houdende vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning als rust- en verzorgingstehuis, als centrum voor dagverzorging of als centrum voor niet aangeboren hersenletsels;
  • in een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 37 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009;
  • in een groep van assistentiewoningen als vermeld in artikel 33 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009.

Personen die langer dan drie maanden in een serviceflat of assistentiewoning verblijven, kunnen een beroep doen op alle hulpmiddelen in de refertelijstopent dialoogvenster met uitzondering van de tegemoetkomingen in het domein wonen. Binnen dat domein kunnen de volgende tegemoetkomingen toegekend worden:

  • omgevingsbedieningsapparatuur
  • automatische deuropener
  • herstellingskosten automatische deuropener
  • in hoogte verstelbaar werkvlak
  • onderrijdbaar werkvlak
  • in hoogte verstelbare gootsteen
  • onderrijdbare gootsteen
  • mobiel parlofoonsysteem (uitgezonderd bij nieuwbouw)
  • badstoel met positioneringsvoorzieningen
  • verzorgingstafel (inclusief onrusthekkens)
  • ringleiding
  • licht- of trilwekker
  • mobiel signaleringssysteem
  • rookmelder bij mobiel signaleringssysteem
  • babyfoonzender bij mobiel signaleringssysteem
  • signaleringssysteem
  • rookmelder bij signaleringssysteem
  • babyfoonzender bij signaleringssysteem

Personen die in een woonzorgcentrum (wzc), rust- en verzorginsgtehuis (rvt) of rustoord voor bejaarden (rob) verblijven, hebben daar al heel wat hulpmiddelen ter beschikking. Zij hebben dus niet dezelfde nood aan bijkomende tegemoetkomingen vanuit het VAPH. Die personen kunnen wel nog een beroep doen op tegemoetkomingen binnen de domeinen mobiliteit, communicatie, stoelen en tafels en hulpmiddelen dagelijks leven.

Refertelijst