Gedachtewisseling in de Commissie Welzijn - februari 2019

Hoe ver staan we na twee jaar persoonsvolgende financiering?

Het is intussen twee jaar geleden dat de persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap werd ingevoerd. Welke cijfers kunnen we voorleggen? Welke evolutie doorliep de persoonsvolgende financiering? Wat zijn de vooruitzichten? Die vragen kwamen op 19 februari 2019 aan bod in de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en de administrateur-generaal van het VAPH zaten toen samen met de commissieleden om terug te blikken op het afgelopen jaar en vooruit te kijken naar 2019.

1. Cijfers 2018

  • 46.935 mensen kregen een tegemoetkoming voor allerhande hulpmiddelen, woningaanpassingen en/of incontinentiemateriaal.
  • Het VAPH beoordeelde 3.631 ingediende ondersteuningsplannen, een stijging van 16 % ten opzichte van 2017.
  • 3.590 multidisciplinaire verslagen werden ingediend, waarvan 2.892 vragen werden beoordeeld door de regionale prioriteitencommissie. 18 % van de vragen ging alleen over een herziening van de prioriteitengroep.
  • Het totale aantal personen met een vraag in een van de 3 prioriteitengroepen steeg met 5,7 %. Het aantal personen met een vraag in prioriteitengroep 3 daalde.
  • Het aantal personen met een vraag in prioriteitengroep 3 nam af omdat van een aantal mensen de vraag dringender werd en ze doorschoven naar prioriteitengroep 1 of 2.
  • 14.888 mensen uit de prioriteitengroepen stelden 15.063 vragen, een stijging ten opzichte van vorig jaar (14.254 vragen).
  • 28 % van de personen in de prioriteitengroepen beschikt al over een deel van het gevraagde persoonsvolgend budget.
  • 22 % van de personen in de prioriteitengroepen maakt nog geen gebruik van specifieke ondersteuning voor personen met een handicap (basisondersteuningsbudget, rechtstreeks toegankelijke hulp, persoonsvolgend budget, multifunctioneel centrum of persoonlijke-assistentiebudget).
  • 24.678 meerderjarigen beschikten eind 2018 over een persoonsvolgend budget. Dat is een stijging van 2,1 % ten opzichte van 2017.
  • In totaal ontvingen 2.212 meerderjarigen in 2018 een persoonsvolgend budget.

Kleine wijzigingen in de cijferanalyse zijn mogelijk.

2. Observaties in 2018

Beschikbare middelen voor persoonsvolgende budgetten

De Vlaamse Regering maakte in 2018 extra geld vrij voor een betere ondersteuning van personen met een handicap. In totaal kon zo meer dan 80 miljoen euro aan persoonsvolgende budgetten ter beschikking gesteld worden. In totaal werden in 2018 ongeveer 2.212 persoonsvolgende budgetten ter beschikking gesteld.

Automatische-toekenningsgroepen

  • De zorgcontinuïteit persoonlijke-assistentiebudget blijft in 2018 beperkt. De nieuwe groep 18-21-jarigen die in 2018 de overstap maakt is nog klein, omdat alle toenmalige +18-jarigen al in 2017 de overstap maakten naar het persoonsvolgend budget.
  • In de multifunctionele centra konden de jongeren met geboortejaar 1996 en vroeger in 2018 de overstap maken naar een persoonsvolgend budget. De meesten deden dat na afloop van het schooljaar.
  • Na een eerste piek begin 2018, zien we in de loop van 2018 opvallend minder aanvragen voor de uitzonderingsprocedure 7/7 (bijvoorbeeld van vijf naar zeven dagen en nachten ondersteuning).
  • Sinds eind vorig jaar kunnen personen met een niet-aangeboren hersenletsel in afwachting van een persoonsvolgend budget een directe financiering bij het VAPH aanvragen. Sinds begin 2019 hebben ook geïnterneerde personen met een handicap die mogelijkheid.
  • Dankzij de ruime investering van bijkomende middelen werden een heel aantal vragen in prioriteitengroepen 1 en 2 beantwoord waardoor het perspectief voor de resterende wachtenden ook is verbeterd: de eerstvolgende terbeschikkingstelling in prioriteitengroep 1 zal gebeuren aan een persoon met een vraag met aanvraagdatum 20 juni 2016, in prioriteitengroep 2 is dat 23 mei 2016 en in prioriteitengroep 3 is dat 30 maart 2001. Het totale ingeschatte beschikbare budget voor de prioriteitengroepen voor 2018 was ongeveer 23 miljoen euro. Daarvan werd ongeveer 20 miljoen euro ter beschikking gesteld. De resterende 3 miljoen euro werd overgedragen naar 2019.
  • Een belangrijk aantal (63%) van de mensen die via de automatische toekenningen (nood, spoed, maatschappelijke noodzaak) een persoonsvolgend budget ter beschikking kreeg, had eerder nog geen vraag in 1 van de prioriteitengroepen.

3. Voorspellingen voor 2019

Beschikbare middelen

Trap 2: persoonsvolgende budgetten voor meerderjarige personen met een handicap

In 2019 zal binnen trap 2 een totaalbedrag van iets meer dan 105 miljoen euro beschikbaar zijn voor het ter beschikking stellen van persoonsvolgende budgetten aan meerderjarige personen met een handicap.

Automatische-toekenningsgroepen

De ingeschatte kosten voor de automatische-toekenningsgroepen voor 2019 komen op ongeveer 82 miljoen euro. We houden daarbij rekening met een verwachte budgetstijging om de zorgcontinuïteit vanuit de multifunctionele centra te blijven garanderen. We schatten in dat we 2.463 persoonsvolgende budgetten kunnen toekennen en 186 direct gefinancierde budgetten voor geïnterneerde personen met een handicap en personen met een niet-aangeboren hersenletsel.

Prioriteitengroepen

We schatten de resterende middelen voor het ter beschikking stellen van persoonsvolgende budgetten in de prioriteitengroepen op zo’n 23 miljoen euro. Met die nieuwe investering kunnen we de resterende wachtenden volgend perspectief geven: de eerstvolgende terbeschikkingstellingen in 2020 zullen gebeuren voor vragen met aanvraagdatum 1 juni 2017 voor prioriteitengroep 1, 5 augustus 2016 voor prioriteitengroep 2 en 31 juli 2001 voor prioriteitengroep 3.

4. Bestedingspatronen van persoonsvolgende budgetten

De invoering van de persoonsvolgende financiering heeft voorlopig weinig effect op de bestedingspatronen van de mensen die ook al in 2016 een beroep deden op niet-rechtstreeks toegankelijke hulp. Personen die in 2016 gebruik maakten van zorg in natura  besteden hun persoonsvolgend budget voornamelijk in voucher; personen die in 2016 over een persoonlijke-assistentiebudget beschikten, betalen hun zorg met hun persoonsvolgend budget vandaag grotendeels cash. Gebruikers die in 2016 zorg in natura combineerden met een persoonlijke-assistentiebudget, werken vandaag binnen PVB met een combinatie van vouchers en cash.

De meeste mensen met persoonsvolgende financiering besteden hun beschikbare budget via een voucher. De nieuwe gebruikers van de persoonsvolgende financiering maken wel steeds vaker gebruik van de nieuwe (combinaties van) bestedingsmogelijkheden.

Vorig jaar vroeg 17 procent van de gebruikers van een persoonsvolgend budget een vrij besteedbaar deel aan. Mensen die aankloppen bij een vergunde zorgaanbieder, vragen minder vaak hun vrij besteedbaar deel op dan zij die een beroep doen op een niet-vergunde zorgaanbieder.

5. Inhoudelijke evoluties

Het VAPH voert continu trajecten uit om de persoonsvolgende financiering te verbeteren.

Realisaties in het kader van zorggarantie en zorg op maat

Directe financiering voor geïnterneerde personen met een handicap

27 zorgaanbieders hebben zich intussen geregistreerd om direct gefinancierde zorg aan te bieden aan geïnterneerde personen met een handicap. 65 geïnterneerde personen met een handicap dienden een aanvraag tot directe financiering in.

Directe financiering voor personen met een niet-aangeboren hersenletsel

Voorlopig kregen 16 personen met een niet-aangeboren hersenletsel een goedkeuring voor een directe financiering; 8 van hen zijn ondertussen effectief gestart.

Uitzonderingsprocedure 7/7

Er werden vorig jaar 368 aanvragen ingediend binnen de uitzonderingsprocedure 7/7. Vanaf de tweede helft van 2018 neemt het aantal aanvragen gestaag af: de nood heeft zich gestabiliseerd.

Zorgzwaartebepaling: evaluatie en optimalisatie

De methode en het instrument van zorgzwaartebepaling voor meerderjarige personen met een handicap werden geëvalueerd.

Op basis van de evaluatie worden een aantal optimalisaties uitgewerkt:

  • De parameter ‘begeleiding’ wordt verder gedifferentieerd.
  • Een aantal items en overtollige vragen uit het zorgzwaarte-instrument worden geschrapt en er wordt een vereenvoudigde scoring uitgewerkt.
  • We laten de rekenregels los, het klinische oordeel van de professional primeert.

De optimalisaties worden in het najaar van 2019 doorgevoerd. Vermoedelijk zal de vernieuwde zorgzwaartebepaling vanaf oktober 2019 gebruikt worden.

Budgetbepaling: evaluatie en optimalisatie

Ook de in 2016 ingevoerde methode van budgetbepaling en de bijbehorende budgetcategorieën werden grondig onderzocht. Een voorstel tot optimalisatie werd geformuleerd: vanaf 1 januari 2020 zal gewerkt worden met 24 budgetcategorieën (in plaats van 12) en wordt een verfijndere en accuratere koppeling gemaakt tussen de zorgzwaarte, het zorggebruik en het zorggebonden budget dat daartegenover staat.

Tweede correctiefase: gelijkwaardige budgetten voor gelijkwaardige profielen

Momenteel wordt de tweede correctiefase voorbereid die ervoor moet zorgen dat we tegen 2023 tot gelijkwaardige budgetten voor gelijkwaardige profielen komen. Op basis van enkele eerste simulaties blijkt een bijsturing van de wijze waarop deze correctiefase doorgevoerd zal worden, aangewezen. De taskforce ‘PVF meerderjarigen’ formuleerde daarover in december 2018 een advies dat nu politiek afgetoetst wordt en vervolgens in de regelgeving zal verankerd worden.

Kwaliteitsgarantie

In het VAPH loopt momenteel een project ‘Kwaliteitsgarantie’ dat steunt op twee pijlers:

  • het uitbouwen van een handhavingsketen;
  • het ontwikkelen van een nieuw kwaliteitskader met aandacht voor de principes van kwaliteit van leven.
Fase 1: uitbouwen van een handhavingsketen binnen het VAPH

In eerste instantie wil het VAPH, in nauwe samenwerking met Zorginspectie, werk maken van een duidelijk en werkbaar kader voor toezicht en handhaving. Bij de uitwerking ervan wordt vertrokken vanuit de expertise en ervaring van andere agentschappen, zoals Kind en Gezin en Wonen-Vlaanderen.

Fase 2: uitbouwen van een nieuw kwaliteitskader

Op middellange termijn is het de bedoeling een nieuw kwaliteitskader te ontwikkelen waarbij de principes van kwaliteit van bestaan centraal staan en waarbij de nodige aandacht gaat naar wat goed sociaal ondernemerschap kan betekenen.

Parallel worden ook maatregelen uitgewerkt rond sociaal ondernemerschap voor de vergunde zorgaanbieders, willen we ondersteuning bieden bij de overgang naar woon- en leefkosten en breiden we het meldpunt voor misbruik en fraude uit.

Woon- en leefkosten

We vroegen in 2018 bij elke vergunde zorgaanbieder drie individuele dienstverleningsovereenkomsten op. Hoewel we op basis van het beperkte onderzoek nog geen gegronde uitspraken kunnen doen, stellen we wel vast dat maar een beperkt aantal zorgaanbieders al effectief de omslag naar woon- en leefkosten gemaakt heeft. We merken ook dat de kostprijzen niet altijd voldoende transparant worden gecommuniceerd en dat de contracten soms onduidelijk zijn opgesteld.

We plannen een vervolgonderzoek naar de omslag naar woon- en leefkosten, brengen het kostprijsbeleid duidelijker in kaart en voeren eventueel een transparant modeldocument voor het opstellen van individuele dienstverleningsovereenkomsten in.

Kwetsbare groepen en situaties

Kwetsbare budgethouders

De werkgroep ‘nieuwe kwetsbaarheden’ identificeerde potentieel kwetsbare situaties met een verhoogd risico op verkeerd gebruik van het persoonsvolgend budget en formuleerde maatregelen die een verkeerd gebruik van het persoonsvolgend budget kunnen voorkomen. Die signalen en maatregelen worden verder uitgewerkt binnen het project Kwaliteitsgarantie. Daarnaast onderzoeken we of en hoe we, in aansluiting op de evoluties binnen het Geïntegreerd Breed Onthaal en samen met de verschillende actoren, ook die buiten de sector voor personen met een handicap, laagdrempelige informatie en ondersteuning kunnen aanbieden aan kwetsbare budgethouders.

Schoolverlaters met een handicap

In 2020 is de zorgcontinuïteit volledig afgerond voor jongeren met een persoonlijke-assistentiebudget en jongeren die vanuit een multifunctioneel centrum doorstromen naar volwassenenondersteuning.

We bekijken wat nodig is om de zorgcontinuïteit uit te breiden naar jongeren met een handicap die uitstromen uit de internaten van het Gemeenschapsonderwijs en de internaten met permanente openstelling. Daarnaast onderzoeken we hoe we het wegvallen van de school als dagopvang kunnen opvangen. Ten slotte is er in een ruimer plan van aanpak ook afstemming nodig over de beleidsdomeinen heen.

Personen met een vraag in de prioriteitengroepen

In 2019 zal op mijnvaph.be voor het eerst gecommuniceerd worden over de plaats op de wachtlijst in de prioriteitengroepen 1 en 2. Het is voorlopig niet haalbaar om de resterende wachttijd mee te delen. Daarvoor zijn er nog onvoldoende monitorgegevens en is er te weinig zicht op het volgende uitbreidingsbeleid.

6. Meerjarenanalyse en evaluatie persoonsvolgende financiering

Binnen het VAPH lopen de nodige analyses om zicht te krijgen op de trends in de sector en het benodigde budget voor de komende legislatuur. Allereerst blikken we terug op de realisaties van de voorbije twee legislaturen. Wat zijn de inhoudelijke realisaties? Wat stellen we vast in cijfermatige analyses?

Daarnaast is er de meerjarenplanning. Wat is de te verwachten groei? Wat is de huidige situatie? Kunnen we een budgettaire inschatting maken op basis van een aantal verschillende scenario’s? Wat zijn de beleidsuitdagingen voor de volgende legislatuur? Die oefeningen lopen.

Lees alle nieuwsberichten