Na toediening van de eerste vaccinatie is het niet meer aangewezen om sneltesten te gebruiken

De eerste dagen na toediening van de eerste dosis van het vaccin kan een symptomatische persoon getest worden met een antigen(snel)test of een PCR-test om het onderscheid te kunnen maken tussen nevenwerkingen en infectie. Een negatief resultaat met een antigen(snel)test moet altijd bevestigd worden door een PCR-test.

Nadien wordt aanbevolen om geen antigen(snel)test meer af te nemen bij de gevaccineerde persoon en enkel een klassieke PCR-test te gebruiken om een mogelijke infectie te detecteren. Het is op dit moment onduidelijk wat het effect van het vaccin is op de virale lading bij een mogelijke nieuwe besmetting. Er kan verwacht worden dat in geval van een nieuwe infectie bij een persoon die al gevaccineerd werd, de virale lading lager ligt dan bij een niet-gevaccineerde persoon. Daardoor zijn snelle antigentesten mogelijk niet voldoende gevoelig.

Bovenstaande informatie werd aangevuld in INF/21/34 ‘Teststrategie en contacttracing COVID-19: leidraad voor de aanpak binnen voorzieningen voor personen met een handicap’. In dezelfde infonota werden ook enkele kleine wijzigingen aangebracht. De periode na bevestigde COVID-19-besmetting waarbinnen geen nieuwe test uitgevoerd moet worden (tenzij bij ernstige symptomen die een ziekenhuisopname vereisen), verhoogt van 2 maanden naar 90 dagen. Verder werd de passage rond testen bij nieuwe gebruikers geactualiseerd.

Lees infonota INF/21/34

Lees alle nieuwsberichten voor professionelen