PVF-update over de omschakeling van zorg in natura naar persoonsvolgende financiering

Het voorbije jaar 2017 hebben we geleidelijk aan het systeem van persoonsvolgende financiering verder ingevoerd. In de nasleep van de omslag die we op 1 januari maakten van het systeem van directe naar het systeem van persoonsvolgende financiering werden nog een aantal aanpassingen en rechtzettingen gedaan. De individuele budgetten van cliënten voor wie de ondersteuning nog werd gewijzigd tussen 1 april en 31 december 2016, werden aangepast.

We geven u net voor het jaareinde graag de huidige stand van zaken en informeren u meteen over wat er in 2018 nog op stapel staat.

Aanpassingen aan de individuele persoonsvolgende budgetten

In het kader van de overstap naar de persoonsvolgende financiering werd eind 2017 weer een belangrijke stap genomen. Op basis van de gegevens die binnen een strak tijdskader aangeleverd werden door de voorzieningen, werden een aantal technische correcties doorgevoerd om de reeds toegekende persoonsvolgende budgetten aan te passen aan de werkelijke situatie op 31 december 2016.

Er werd definitief vastgelegd welke mensen die op 31 december 2016 al gebruik maakten van de zorg, vanaf 1 januari 2018 hun ondersteuning via rechtstreeks toegankelijke hulp zullen kunnen continueren, welke personen over een budget zullen beschikken, en wat de hoogte van dat budget is.

De wijzigingen in het zorggebruik van cliënten in de periode tussen 1 april 2016 en 31 december 2016 werden vertaald in de individuele persoonsvolgende budgetten. Het gaat daarbij zowel om verhogen en verlagen van reeds ter beschikking gestelde individuele budgetten omwille van meer of minder intensief zorggebruik, stopzetten van budgetten van personen die in die periode waren uitgestroomd en ter beschikking stellen van budgetten aan personen die tijdens die periode zijn ingestroomd.

De meeste budgethouders werden daarvan ondertussen schriftelijk op de hoogte gesteld; voor een beperkt aantal complexe dossiers zal de communicatie afgerond worden in de eerste week van januari.

Dat betekent ook dat de vergunde zorgaanbieders de dienstverleningsovereenkomsten met hun budgethouders kunnen opmaken en registreren. Zij krijgen daarvoor de tijd tot 31 maart 2018.

Het opmaken van individuele dienstverleningsovereenkomsten

De nieuwe individuele dienstverleningsovereenkomsten moeten worden opgemaakt en geregistreerd tegen uiterlijk 31 maart 2018.

Bij het opmaken van de nieuwe dienstverleningsovereenkomsten staat het principe van zorggarantie voorop. Dat betekent dat de personen die reeds op 31 december 2016 gebruik maakten van de zorg, en die hun zorggebruik niet veranderen, verder de reeds geboden ondersteuning moeten krijgen. Die garantie moet duidelijk opgenomen worden in de individuele dienstverleningsovereenkomst. Het is immers in de schriftelijke overeenkomst tussen voorziening en gebruiker dat wordt vastgelegd welke de wederzijdse afspraken zijn: welke zijn de financiële afspraken, welke ondersteuning wordt er geboden en hoeveel, welke zijn de modaliteiten van de ondersteuning (plaats, omgaan met afwezigheden, inhoudelijke facetten ...).

Bij wijzigende overeenkomsten vragen we om de nodige aandacht te besteden aan transparantie omtrent de prijzen die aangerekend worden. Daarbij moet rekening gehouden worden met meerdere afspraken die terug te vinden zijn in de individuele dienstverleningsovereenkomst:

  • de afgesproken prijs rond de zorg en ondersteuning (te bekostigen met het PVB)
  • de afgesproken prijs rond de eigen bijdrage of de woon- en leefkosten

Voorafgaande duidelijke en transparante afspraken tussen directie en gebruikersraad over de prijssetting worden aangeraden. Individuele afspraken over de te bieden zorg en ondersteuning en de kosten die daarvoor op het PVB worden aangerekend, en individuele afspraken over de dagelijkse kosten die door de cliënt zelf betaald moeten worden, moeten expliciet en eenduidig vermeld staan in de individuele dienstverleningsovereenkomst. Op die manier worden onderlinge discussies achteraf vermeden.

Het verder optimaliseren van het nieuwe systeem en de persoonsvolgende budgetten

In 2016 werd het nieuwe systeem van de persoonsvolgende financiering geleidelijk aan ingevoerd: de nieuwe procedure van vraagstelling, de nieuwe prioritering, de invoering van automatische toekenningsgroepen, de bestedingsregels voor het persoonsvolgend budget … In 2017 maakten we de omslag van de directe naar de persoonsvolgende financiering en dat voor álle meerderjarige gebruikers van niet-rechtstreeks toegankelijke hulp en hun zorgaanbieders. In 2018 en de erop volgende jaren zullen we stelselmatig evalueren, bijsturen en verbeteringen aanbrengen.

In de eerste plaats evolueren we naar ‘gelijkwaardige budgetten voor gelijkwaardige profielen’: we zorgen ervoor dat personen met eenzelfde vraag naar ondersteuning en een vergelijkbare zorgzwaarte ook een gelijk budget ter beschikking gesteld krijgen. Zo maken we definitief komaf met de historische gegroeide verschillen.

Verder nemen we al onze nieuwe procedures grondig onder de loep en optimaliseren we de werking in samenspraak met onze gebruikers en zorgaanbieders.

In de aanloop naar 2021 bereiden we ook de algemene omschakeling naar het nieuwe systeem van woon- en leefkosten voor. De oude ‘bijdrageregeling’ zal daardoor definitief uitdoven en vervangen worden door de nieuwe regeling rond woon- en leefkosten.

Vergunde zorgaanbieders overleggen met hun gebruikersraad over die overstap en komen samen tot een akkoord dat zij aan het VAPH bezorgen. Dat akkoord bevat duidelijke afspraken rond prijsberekeningen en transparante prijzen, maar ook het uitgestippelde traject om de overstap te maken, wordt daarin verduidelijkt. Het VAPH zal de omslag mee opvolgen en monitoren.

Die algemene omschakeling vraagt uiteraard de nodige aandacht voor financieel kwetsbare gebruikers. De eerste weken van 2018 werken we verder aan een duidelijk kader dat zorgaanbieders én gebruikers de nodige (financiële) garanties biedt binnen het nieuwe systeem van woon- en leefkosten.

De overstap naar de persoonsvolgende financiering is een complex gegeven. Alle stakeholders zijn overtuigd dat dit een weg is die we samen moeten afleggen. Maar uiteraard zal er de volgende jaren nog voortdurend moeten geëvalueerd en bijgestuurd worden om ervoor te zorgen dat budgetten nog beter worden aangepast aan de noden, de wachtlijsten verder kunnen teruggedrongen worden, de kosten voor zorg en ondersteuning enerzijds en voor woon- en leefkosten anderzijds helder en transparant zijn, en uiteraard ook betaalbaar. Hoe dan ook blijft het doel een financiering van de zorg voor personen met een handicap gericht op maximale inclusie en zelfsturing.

Wat kunt u doen met een persoonsvolgend budget?