Rechten en plichten bij uw zorgaanbieder: veranderingen naar aanleiding van de persoonsvolgende financiering

Als persoon met een handicap of als gezin met een kind met een handicap moet u kunnen rekenen op kwaliteitsvolle ondersteuning. Maakt u, uw kind of een gezinslid gebruik van ondersteuning door een vergunde zorgaanbieder, een multifunctioneel centrum, een dienst rechtstreeks toegankelijke hulp of een dienst ondersteuningsplan? Zorgaanbieders moeten beantwoorden aan bepaalde kwaliteitseisen om hun erkenning of vergunning van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap te krijgen of te behouden.

Dankzij die kwaliteitseisen hebt u als persoon met een handicap recht op kwaliteitsvolle ondersteuning van een vergunde zorgaanbieder. Tegelijkertijd hebt u als gebruiker ook plichten.

Naar aanleiding van de invoering van de persoonsvolgende financiering zijn de kwaliteitseisen – al eerder bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 – aangepast.

U vindt hieronder een opsomming van de belangrijkste wijzigingen die in 2017 van kracht zijn gegaan.

Uitoefening van de rechten

U kunt als gebruiker zelf uw rechten uitoefenen tenzij er een beschikking van een vrederechter is waarin een bewindvoerder is aangesteld om uw rechten uit te oefenen. In sommige gevallen bepaalt de beschikking dat u samen met uw bewindvoerder uw rechten uitoefent. 

In 2017 werd het kwaliteitsbesluit aangepast naar aanleiding van de nieuwe wetgeving rond bewindvoering.

Op welke zorgaanbieders is het kwaliteitsbesluit van toepassing?

Het besluit is van toepassing op de diensten rechtstreeks toegankelijke hulp, multifunctionele centra, vergunde zorgaanbieders, en op diensten ondersteuningsplan. Ook voor de opvang in crisis- en noodsituaties geldt het kwaliteitsbesluit. Voorheen was het besluit niet van toepassing daarop.

Overeenkomst

De overeenkomst die de vergunde zorgaanbieder met u sluit, bestaat vanaf nu uit een individuele dienstverleningsovereenkomst, inclusief handelingsplan, en een document met collectieve rechten en plichten. Die schriftelijke overeenkomst vervangt het protocol, de individuele dienstverleningsovereenkomst en het charter van vroeger.

Individuele dienstverleningsovereenkomst

In de individuele dienstverleningsovereenkomst wordt bepaald welke ondersteuning u krijgt, wanneer u die krijgt en hoelang u die krijgt. Als u een persoonsvolgend budget hebt, wordt er ook afgesproken welk bedrag of hoeveel punten u voor de ondersteuning inzet. Met uw persoonsvolgend budget kunt u enkel zorg en ondersteuning betalen. Daarnaast wordt er bepaald of u de financiële bijdrage of de woon- en leefkosten betaalt. Nieuwe gebruikers of gebruikers die veranderen van zorgaanbieder, betalen in elk geval de woon- en leefkosten. De andere gebruikers betalen nog de financiële bijdrage die ze vroeger betaalden, tenzij de zorgaanbieder is overgeschakeld naar woon- en leefkosten. Dat kan pas na het akkoord van het collectieve overlegorgaan (gebruikersraad).

Onder woonkosten wordt verstaan:

  • de vergoeding voor huur of gebruik van een woning, kamer, studio of appartement en eventueel gemeenschappelijke ruimtes;
  • de vergoeding van normale en kleine herstellingen aan de woning (onderhoud, nazicht installaties, kleine reparaties);
  • de vergoeding voor nutsvoorzieningen (water, elektriciteit, gas).

De kosten voor aanpassingen aan de infrastructuur die de vergunde zorgaanbieder ter beschikking stelt, die vereist zijn door de aard van de handicap, mogen niet als woonkosten aangerekend worden.

Onder leefkosten wordt verstaan:

  • tv, internet, telefoon;
  • abonnementen;
  • voeding en drank;
  • kleding;
  • gezondheid en persoonlijke verzorging (medicatie, verzorgingsproducten,…);
  • was- en strijkservice;
  • onderhoud en schoonmaak van de woning en de gemeenschappelijke ruimtes;
  • ontspanning (uitgaan, vakantie, uitstappen ...);
  • vervoer (fietsonderhoud, abonnement openbaar vervoer ...);
  • verzekeringen.

De bedragen van alle kosten worden opgenomen in uw individuele dienstverleningsovereenkomst en in het document met de collectieve rechten en plichten.

Soms heeft u tijdelijk en beperkt meer of minder ondersteuning nodig. Dan kan afgeweken worden van de ondersteuningsafspraken in de individuele dienstverleningsovereenkomst. De zorgaanbieder moet een beleid hebben dat een antwoord biedt op vragen van gebruikers die tijdelijk en beperkt meer ondersteuning nodig hebben.

Handelingsplan

Het handelingsplan maakt deel uit van de individuele ondersteuningsovereenkomst. In het handelingsplan wordt omschreven op welke manier de ondersteuning uitgevoerd zal worden. Dat handelingsplan wordt samen met u opgesteld, regelmatig besproken en aangepast als dat nodig is. In de individuele dienstverleningsovereenkomst wordt er afgesproken wanneer en hoe die besprekingen plaatsvinden. Als u dat nodig vindt, dan mag u altijd om een extra bespreking vragen. Voor rechtstreeks toegankelijke hulp hoeft er geen handelingsplan opgesteld te worden.

Collectieve rechten en plichten

Wat vroeger het charter werd genoemd, is nu ‘het document met collectieve rechten en plichten’ geworden. Met die benaming wordt het onderscheid tussen collectief (de collectieve rechten en plichten) en individueel (de individuele dienstverleningsovereenkomst) heel duidelijk gemaakt.

Voor het collectieve overlegorgaan (gebruikersraad) gelden er twee belangrijke aanvullingen.

De zorgaanbieder moet aan het collectieve overlegorgaan transparantie bieden over de principes die aan de basis liggen van de berekeningswijze van de woon- en leefkosten. Het overlegorgaan moet ook geraadpleegd worden als de zorgaanbieder veranderingen wil aanbrengen aan de woon- en leefkosten.

Als u samen met andere gebruikers een klacht wilt indienen en dat niet in persoonlijke naam wilt doen, kan het collectieve overlegorgaan rechtstreeks een klacht indienen bij de klachtendienst van het VAPH.

Het VAPH behandelt uw klacht altijd met de nodige discretie en zorgvuldigheid.

Verbrekingsvergoeding

Als de ondersteuning door u of door de zorgaanbieder stopgezet wordt, dan moet er een opzegtermijn in acht genomen worden. U en de zorgaanbieder kunnen ook onderling een andere afspraak gemaakt hebben. Als die opzegtermijn niet gerespecteerd wordt, dan moet er een verbrekingsvergoeding betaald worden. Het bedrag van die vergoeding is aangepast. Tijdens een proefperiode is dat bedrag nu gelijk aan de vergoeding voor ondersteuning tijdens de opzegtermijn, met een maximum van een vergoeding voor één maand. Na de proefperiode is de verbrekingsvergoeding gelijk aan de vergoeding die verschuldigd zou zijn voor een periode van drie maanden zorg en ondersteuning.

Minimumtermijn tekorten zorgaanbieder 

Het agentschap Zorginspectie ziet toe op de naleving van het besluit van de Vlaamse Regering over de kwaliteit van de zorg. Als Zorginspectie vaststelt dat de zorgaanbieder zijn verplichtingen niet nakomt, dan krijgt de zorgaanbieder drie maanden om zijn verplichtingen te vervullen. Eerder bedroeg die termijn zes maanden.

Ernstige overtredingen

Bij vaststelling van ernstige overtredingen kunnen er onmiddellijk begeleidende maatregelen of een geldboete aan de vergunde zorgaanbieder worden opgelegd. Zijn vergunning kan ook opgeschort of ingetrokken worden.