VAPH-bevraging naar ervaring met coronamaatregelen

Op 20 mei 2020 lanceerde het VAPH een bevraging rond de ervaringen tijdens de coronaperiode van zowel personen met een handicap als hun mantelzorgers. De bevraging liep af op 7 juni. In totaal namen 245 personen met een handicap en 460 mantelzorgers deel aan het onderzoek. Het VAPH wil graag alle deelnemers uitdrukkelijk bedanken. Dankzij hun deelname krijgt het VAPH meer inzicht in hoe personen de coronaperiode hebben beleefd en welke gevolgen die periode voor hen heeft. Op die manier kunnen maatregelen beter vormgegeven worden.

In dit nieuwsbericht willen we u alvast een kort overzicht geven van wie de vragenlijst ingevuld heeft. 

De bevraagde personen met een handicap hebben diverse profielen. Iets minder dan de helft van de bevraagde personen met een handicap heeft een motorische beperking. Daarnaast melden deelnemers het vaakst een verstandelijke beperking, een (bijkomende) chronische aandoening en/of een autismespectrumstoornis. Meer dan 90% van de deelnemende personen met een handicap zijn erkend bij het VAPH en zo’n 56% heeft een persoonsvolgend budget voor meerderjarigen. Nog eens 15% staat op de wachtlijst voor een persoonsvolgend budget. Van de personen met een persoonsvolgend budget besteedt bijna 3 op 4 dat persoonsvolgend budget volledig of gedeeltelijk bij een vergunde zorgaanbieder. Meer dan 1 op 3 deelnemers woonde in de coronaperiode bij (groot)ouders of andere familieleden. De meeste anderen woonden in die periode alleen of met een partner, eventueel met kinderen. 

De bevraagde mantelzorgers zijn grotendeels vrouwen en meestal de ouder van een persoon met handicap. Soms gaat het over partners, kinderen, of broers en zussen die de rol van mantelzorger opnemen. In iets meer dan 1 op 10 gevallen rapporteert de mantelzorger zelf ook een beperking te hebben. De persoon die die mantelzorgers ondersteunen, heeft in 3 op 4 gevallen een verstandelijke beperking. Ook (bijkomende) motorische beperkingen en autismespectrumstoornissen worden vaak gemeld. De persoon die ondersteund wordt door de mantelzorger, is bijna altijd erkend als persoon met een handicap bij het VAPH. Ongeveer 3 op 4 mantelzorgers woonden in de coronaperiode samen met minstens 1 persoon met een handicap die ze ondersteunen. Bijna 60% van de werkende mantelzorgers bij wie de persoon met een handicap die ze ondersteunen, inwoonde tijdens de coronaperiode, combineerde tijdens de coronaperiode thuiswerk met ondersteuning aan die persoon.

De onderzoekers van het VAPH gaan deze zomer met de gegevens aan de slag om te bekijken welke lessen we kunnen leren uit de afgelopen coronaperiode. In het najaar koppelt het VAPH de bevindingen dan terug via de nieuwsbrief en de website.

Lees meer over wetenschappelijk onderzoek

Lees alle nieuwsberichten