Verdeling van de beschikbare middelen voor zorg en ondersteuning in 2019

Voor de huidige Vlaamse Regering is de eindsprint ingezet. De voorbije jaren investeerde de regering consequent verder in de uitbreiding van de rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor minderjarige en meerderjarige personen met een handicap. Het VAPH en de sector hebben samen hard gewerkt om het Perspectiefplan 2020 en het decreet persoonsvolgende financiering uit te voeren.

Begin 2019 zal de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin een laatste omzendbrief versturen om gebruikers, zorgaanbieders en andere personen die betrokken zijn bij het beleid rond personen met een handicap, te informeren hoe de beschikbare middelen in 2019 ingezet zullen worden om het nieuwe ondersteuningsbeleid verder te realiseren. De regelgevende basis voor deze omzendbrief moet nog definitief goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering, maar we lichten in dit artikel alvast de krachtlijnen toe.

Middelen beschikbaar voor bijkomende zorg en ondersteuning in 2019

In de meerjarenbegroting was voor 2019 een extra budget van 92,5 miljoen euro voorzien: 35,5 miljoen euro voor trap 1 (rechtstreeks toegankelijke hulp en het zorgbudget voor mensen met een handicap (basisondersteuningsbudget)) en 57 miljoen euro voor trap 2 (niet-rechtstreeks toegankelijke hulp en in het bijzonder het persoonsvolgend budget). Van het bedrag voor trap 2 werd 2 miljoen euro al versneld ingezet in 2018.

Behalve de bijkomende middelen komen er ook middelen vrij als gebruikers hun ondersteuning of budget stopzetten of bij overlijden. Die middelen worden dan opnieuw ingezet om er zorg en ondersteuning mee te financieren.

Tot slot streeft het VAPH ernaar de al beschikbare middelen zo optimaal mogelijk te gebruiken door bijvoorbeeld rekening te houden met percentages van onderbenutting van individuele budgetten.

Inzet van middelen in trap 1

In trap 1 wordt met de beschikbare middelen een uitbreiding van het aanbod rechtstreeks toegankelijke hulp gerealiseerd én worden bijkomende zorgbudgetten voor personen met een handicap ter beschikking gesteld. Zo krijgt in 2019 een specifieke groep meerderjarige personen met een handicap die met hoge prioriteit wachten op een persoonsvolgend budget in 2019, recht op een zorgbudget voor mensen met een handicap.

Een groot deel van de middelen (25 miljoen euro) die aanvankelijk voorzien waren voor trap 1 gaat, rekening houdend met de erg grote vraag naar persoonsvolgende budgetten, over naar trap 2.

Inzet van middelen in trap 2

Vanuit het uitbreidingsbeleid is in 2019 nog 55 miljoen euro beschikbaar voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning in trap 2.

Een deeltje van die middelen (minder dan 2,3 miljoen euro) wordt gereserveerd om enkele flankerende beleidsinitiatieven te kunnen nemen:

  • een bijkomende investering in doventolken
  • een verhoging van de financiering van de diensten maatschappelijk werk van de mutualiteiten voor hun rol bij de opmaak van ondersteuningsplannen persoonsvolgend budget
  • een uitbreiding van de middelen die nodig zijn voor de financiering van de multidisciplinaire teams (module B en C)

De resterende middelen uit het uitbreidingsbeleid worden verdeeld over minder- en meerderjarigen. Net als de voorgaande jaren gaat 15 % (bijna 8 miljoen euro) naar niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor minderjarigen en 85 % (bijna 45 miljoen euro) naar niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarigen.

Uitbreiding niet-rechtstreeks toegankelijke hulp voor minderjarigen met een handicap

De middelen die beschikbaar zijn uit het uitbreidingsbeleid worden verder aangevuld met restmiddelen (o.a. door onderbenutting) en middelen die vrijkomen door uitstroom. Voor minderjarigen met een handicap is zo een totaal budget van maximaal 13 miljoen euro beschikbaar voor 2019.

In afwachting van de invoering van de persoonsvolgende financiering voor minderjarige personen met een handicap, worden die middelen nagenoeg volledig ingezet om bijkomende persoonlijke-assistentiebudgetten ter beschikking te stellen.

Daarnaast wordt met een deel van de beschikbare middelen voor minderjarigen ook verder geïnvesteerd in personeelsuitbreiding bij voorzieningen voor jongeren met extreme gedrags- en emotionele problemen (GES+).

Dankzij de toepassing van het principe van zorgcontinuïteit voor jongvolwassenen zullen in 2019 een groot aantal jongeren vanuit de multifunctionele centra doorstromen naar de meerderjarigenzorg, waar ze met een persoonsvolgend budget hun zorg en ondersteuning zullen kunnen organiseren. Die doorstroom genereert een vrijkomende capaciteit ter waarde van ongeveer 28 miljoen euro binnen de multifunctionele centra. Het VAPH en het agentschap Jongerenwelzijn zullen er samen voor zorgen dat die vrijkomende capaciteit optimaal en efficiënt wordt heringezet voor de wachtende minderjarigen.

Uitbreiding niet-rechtstreeks toegankelijke hulp voor meerderjarige personen met een handicap

In 2019 zal dankzij de bijkomende middelen uit het uitbreidingsbeleid (45 miljoen euro trap 2 en 25 miljoen euro overdracht van uitbreidingsmiddelen trap 1), de middelen die vrijkomen door uitstroom (bijna 29 miljoen euro) en nog enkele restmiddelen ruim 100 miljoen euro geïnvesteerd worden in niet-rechtstreeks toegankelijke hulp voor meerderjarigen.

Die middelen zullen overwegend gaan naar het ter beschikking stellen van persoonsvolgende budgetten. Het gaat daarbij zowel om nieuwe budgetten als om verhogingen van bestaande budgetten en om verlengingen van budgetten die eerst tijdelijk waren. De budgetten gaan in de eerste plaats naar die personen voor wie de kloof tussen de beschikbare en de benodigde ondersteuning het grootst is. Het gaat dan in het bijzonder om personen die onmiddellijk een budget ter beschikking gesteld krijgen via de automatische-toekenningsgroepen (noodsituatie, maatschappelijke noodsituatie, spoedprocedure, zorgcontinuïteit jongvolwassenen, procedure 7/7) en personen die met hun vraag geregistreerd staan in prioriteitengroep 1.

Daarnaast worden ook middelen geïnvesteerd in de nieuwe procedures voor directe financiering van geïnterneerde personen met een handicap en van personen met een niet-aangeboren hersenletsel.

Conclusie

In 2019 geeft de huidige Vlaamse Regering nog een aanzienlijke injectie van bijkomende middelen in de sector voor personen met een handicap. Samen met de investeringen van de voorbije jaren én de gezamenlijke inspanningen van alle partijen zetten we zo opnieuw een belangrijke stap in de realisatie van de doelstellingen van het Perspectiefplan 2020.

Lees alle nieuwsberichten