Objectivering van de ondersteuningsnood

In module B objectiveert u de ondersteuningsnood.

Checklist prioritering

In module C bepaalt u de prioriteitengroep via de checklist prioritering.

Vaststelling ondersteuningsbehoeften in kader van IMB

In module D bepaalt u de nood aan hulpmiddelen en aanpassingen.

Dringendheid van de vraag

Beschrijving van de integriteit van de persoon met een handicap en van de mantelzorgers en inwonende gezinsleden

  • Vertrek van de richtvraag: Als er nu geen extra ondersteuning geboden wordt, hoe zal de integriteit dan evolueren?
  • Motiveer in welke mate de integriteit in het gedrang is:
    • De integriteit is al geschonden: staaf met concrete voorbeelden.
    • De integriteit zal naar alle waarschijnlijkheid op zeer korte termijn geschonden worden: motiveer welke indicaties er zijn voor die veronderstelling (bv. escalaties, opeenstapeling van kleinere voorvallen ) en geef ook de frequentie van relevante gebeurtenissen weer.
    • Er is een kans dat de integriteit op langere termijn geschonden zal worden: geef aan in welke mate daar indicaties voor zijn, geef eventuele beïnvloedende factoren met vermelding van de termijn waarin die zich zullen voordoen.
    • Er zijn weinig of geen indicaties dat de integriteit bedreigd wordt: vermeld dat ook als dat het geval is.
    • Integriteit van de mantelzorger: omschrijf enkel de factoren die verband houden met de persoon met handicap.
  • Voor integriteit kunnen de volgende indicatoren in rekening gebracht worden:
    • Er is een risico op fysiek misbruik, seksueel misbruik/incest, psychisch/emotioneel misbruik ten aanzien van de persoon.
    • Er is emotionele of fysieke verwaarlozing van de persoon.
    • Er is een ernstig en aantoonbaar risico op suïcide of automutilatie.
    • De persoon glijdt af in een negatieve spiraal van onaangepast gedrag.
    • De fysieke/relationele omgeving waarin de persoon zich bevindt, is onveilig voor de persoon.
    • De basisbehoeften zijn niet gegarandeerd voor de persoon.

Onhoudbaarheid van de situatie op korte termijn

  • Vertrek van de richtvraag: Als er nu geen extra ondersteuning geboden wordt, hoe zal de situatie dan evolueren?
  • Bij deze vraag kan de ruimere context van de zorgsituatie in rekening gebracht worden (bv. andere gezinsleden met een problematiek/handicap, noodzakelijke ondersteuning bij de opvoeding van kinderen)
  • Motiveer in welke mate de situatie al dan niet houdbaar is:
    • De situatie is niet langer meer vol te houden: staaf met concrete voorbeelden.
    • De situatie is nog beperkte tijd vol te houden : geef aan in welke mate daar indicaties voor zijn, geef eventuele beïnvloedende factoren en concretiseer de termijnen daarvan.
    • De situatie is nog vol te houden zonder extra ondersteuning: vermeld dat ook als dat het geval is.
  • Omschrijf bij escalaties of negatieve evoluties om welk(e) domein(en) het gaat (relationeel, medisch …) en staaf dat met voorbeelden. Geef zo exact mogelijk de frequentie van probleemsituaties aan.
  • Als er zich wijzingen zullen voordoen in de ondersteuning die de persoon krijgt, vermeld dan concreet de voorziene datum (bv. einddatum schoolloopbaan, kans op verlenging). Als de datum niet gekend is, vermeld dat dan.

Aanzienlijke daling van de levenskwaliteit

  • Vertrek van de richtvraag: Als er nu geen extra ondersteuning geboden wordt, hoe zal de levenskwaliteit dan evolueren?
  • Licht bij elk domein toe of er zich al dan niet problemen voordoen en motiveer dat aan de hand van voorbeelden. Geef de gradatie van ernst weer (lichte of ernstige problemen). Beschrijf eventuele evoluties (met vermelding van oorzaken) en probeer een inschatting te maken van het niveau van de levenskwaliteit.
  • Bij dit criterium wordt enkel de levenskwaliteit van de persoon met handicap zelf beschreven, niet de levenskwaliteit van de mantelzorger.
  • Vermeld bij de beschrijving van dit criterium ook de subjectieve beleving van de persoon met een handicap.
  • Voor de beoordeling van dit criterium wordt rekening gehouden met onderstaande acht domeinen van levenskwaliteit:
    • emotioneel welbevinden
    • materiaal welbevinden
    • lichamelijk welbevinden
    • persoonlijke ontwikkeling
    • zelfbepaling
    • interpersoonlijke relaties
    • sociale inclusie
    • rechten

Toelichting bij de verschillende levensdomeinen:

  • De domeinen persoonlijke ontwikkeling en zelfbepaling houden verband met de mate waarin een persoon zich persoonlijk kan ontwikkelen en zijn leven zelf kan bepalen. Concreet gaat het bijvoorbeeld om:
    • opleiding of vorming kunnen volgen;
    • ondersteund worden bij het ontwikkelen van persoonlijke competenties en vaardigheden;
    • eigen waarden en persoonlijke doelen stellen en keuzes maken.
  • De domeinen interpersoonlijke relaties, sociale inclusie en rechten houden verband met de mate van sociale participatie. Het gaat dan om:
    • ondersteuning bij het ontwikkelen van interacties met bijvoorbeeld de buurt en diverse soorten relaties en vriendschappen;
    • het kunnen benutten van universele mensenrechten (zoals respect, waardigheid, gelijkheid) en wettelijke rechten (zoals burgerschap, toegang, rechtvaardige behandeling).
  • De domeinen omtrent welbevinden omvatten verschillende facetten:
    • Het emotioneel welbevinden wordt bepaald door de mate van tevredenheid die iemand heeft van zijn leven, het zelfbeeld en de hoeveelheid stress die iemand ervaart en hoe hij daarmee kan omgaan.
    • Fysiek welbevinden wordt bepaald door iemands gezondheid, de mate waarin hij beroep kan doen op ondersteuning (assistentie, coaching, begeleiding), deel kan nemen aan het culturele leven en de vrije tijd naar eigen keuze kan invullen.
    • Materieel welbevinden wordt sterk bepaald door de financiële status en het onderdak die iemand heeft. Dat is sterk verbonden met onderwijs- en tewerkstellingskansen.

Belangrijke ontwikkelingskansen missen

  • Vertrek van de richtvraag: Als er nu geen extra ondersteuning geboden wordt, hoe zullen de ontwikkelingskansen dan evolueren?
  • Ondanks een zeker verband tussen levenskwaliteit en ontwikkelingskansen wordt - in tegenstelling tot het criterium omtrent de levenskwaliteit - bij ontwikkelingskansen gekeken naar de meer objectief gedefinieerde levensfasen.
  • Stem de inhoudelijke invulling van ontwikkelingskansen af naargelang de leeftijd en het handicapprofiel van de persoon met een handicap.
  • Verduidelijk eventuele verschillen tussen de objectieve elementen en de wensen van de persoon met een handicap.
  • Bij dit criterium worden enkel de ontwikkelingskansen van de persoon met handicap beschreven, niet de ontwikkelingskansen van de mantelzorger.