Objectivering van de handicap

In module A objectiveert u de handicap.

Objectivering van de ondersteuningsnood

In module B objectiveert u de ondersteuningsnood.

Checklist prioritering

In module C bepaalt u de prioriteitengroep via de checklist prioritering.

Stap 1: methode van objectivering bepalen

Om module B van het multidisciplinair verslag op te kunnen maken, moet u eerst nagaan welke methode van objectivering nodig is om de ondersteuningsnood van de persoon in kaart te brengen. Er zijn twee manieren om de nood aan ondersteuning te objectiveren:

Welke methode u moet volgen, is afhankelijk van:

  • de vraag van de persoon met handicap
  • de vermoedelijke zorgzwaarte van de persoon

De ondersteuningsvraag die de persoon met een handicap stelt in het ondersteuningsplan persoonsvolgend budget, bepaalt mee welke methode van objectivering u moet gebruiken. Die vraag wordt uitgedrukt in ondersteuningsfuncties en bijhorende frequenties.

Van zodra een van onderstaande ondersteuningsfuncties (met bijhorende frequentie) wordt gevraagd, moet u bij de objectivering van de ondersteuningsnood een ZZI afnemen:

  • oproepbare permanentie
  • woonondersteuning (onafhankelijk van frequentie)
  • dagondersteuning (onafhankelijk van frequentie)
  • praktische hulp (vanaf 26 u per week)
  • globale individuele ondersteuning (vanaf 15 u per week)

Er wordt geen rekening gehouden met overige ondersteuningsfuncties en frequenties die bijkomend worden aangevraagd.

Wanneer een van onderstaande ondersteuningsfuncties (met bijhorende frequentie) wordt gevraagd, kan er mogelijks met een beschrijving gewerkt worden:

  • praktische hulp (minder dan 26 u per week)
  • globale individuele ondersteuning (minder dan 15 u per week)
  • psychosociale begeleiding

In bovenstaande gevallen is een ZZI verplicht zodra u inschat dat de persoon minimaal zal uitkomen op B3/P3.