Objectivering van de handicap

In module A objectiveert u de handicap.

Objectivering van de ondersteuningsnood

In module B objectiveert u de ondersteuningsnood.

Checklist prioritering

In module C bepaalt u de prioriteitengroep via de checklist prioritering.

Stap 2: ondersteuningsnood objectiveren

Stap 2a: Beschrijvende objectivering

Bij de beschrijvende methode wordt voor de volgende levensdomeinen nagegaan in welke mate een persoon met (een vermoeden van) een handicap daarbinnen beperkingen ervaart:

  • communicatie
  • zelfredzaamheid: hygiëne, huishouden, boodschappen, voeding, administratie, financiën, mentale functies, dagbesteding en varia
  • mobiliteit: binnenshuis / buitenshuis, trappen, transfers en vervoer
  • deelname aan het maatschappelijke leven: omgevingsfactoren en persoonlijke factoren
  • gedrag

Om u handvatten te geven bij het opstellen van de beschrijvende objectivering, is elk levensdomein en subdomein in het multidisciplinair verslag voorzien van enkele richtvragen. Daarnaast kunt per levensdomein een extra motivering geven in een optioneel tekstveld. Als een bepaald levensdomein niet van toepassing zou zijn voor een persoon, hoeft dat niet ingevuld te worden.

In een aantal gevallen moet de beschrijving worden aangevuld met een bijkomende schaal ter objectivering:

  • Als u van mening bent dat er beperkingen zijn op het vlak van ‘zelfredzaamheid’, moet het beschrijvende luik aangevuld worden met de ‘kernmodule zelfredzaamheid’.
  • Als u van mening bent dat er beperkingen zijn op het vlak van 'gedrag', moet bijkomstig de ‘gedragmatige en sociaal-emotionele module’ worden afgenomen.

Stap 2b: Objectivering door ZZI-afname

In een aantal gevallen volstaat het niet om de ondersteuningsnood te objectiveren aan de hand van louter beschrijvende informatie (al dan niet aangevuld met bepaalde schalen). Voor die situaties ontwikkelde het VAPH een instrument om de ondersteuningsnood van personen met een handicap op een zo objectief mogelijke manier in kaart te brengen: het zorgzwaarte-instrument.

Zorgzwaarte is de hoeveelheid ondersteuning die een persoon nodig heeft om net als andere burgers in onze maatschappij te kunnen functioneren in het dagelijks leven. Deze zorgzwaarte wordt steeds uitgedrukt in twee parameters, waarvoor telkens een aantal gradaties of intensiteiten onderscheiden kunnen worden:

Een afname van het zorgzwaarte-instrument (ZZI) bestaat uit een gesprek tussen een opgeleide inschaler, de in te schalen persoon zelf en een of meerdere personen die de in te schalen persoon goed kennen. Tijdens dat gesprek worden vragen gesteld over alle aspecten van het dagelijks leven. Aan de hand van de antwoorden wordt door de inschaler bepaald hoeveel ondersteuning de persoon in totaal nodig heeft om net als anderen in onze maatschappij te kunnen leven. Het resultaat van het ZZI levert een B- en P-waarde op. De waarde voor elk van die parameters bepaalt (mee) de budgetcategorie die maximaal kan toegekend worden aan een persoon voor de vraag die hij stelt.

Opleiding ZZI

Om ZZI-inschaler te worden moet u een officiële opleiding volgen. Bovendien moet u een diploma hebben in een menswetenschappelijke richting (master of bachelor) of een diploma master of bachelor in de ergotherapeutische wetenschappen. Ervaring en voeling met personen met een handicap en psychodiagnostiek vormen een grote meerwaarde voor de opleiding.

Jaarlijks worden door het VAPH verschillende momenten georganiseerd om opgeleid te worden tot ZZI-inschaler. Tijdens die opleiding wordt de handleiding van het ZZI, met alle nodige informatie omtrent het instrument, ter beschikking gesteld aan de deelnemers van de opleiding.

Een opleiding tot ZZI-inschaler verloopt in drie blokken.

  • opleidingsdag: er wordt gekeken naar de verschillende modules van het ZZI en geoefend op een goede interpretatie van de items en een goede inschatting van de B- en P-waarden.
  • terugkomdag: de ervaringen met het ZZI (oefeninschalingen) worden besproken en er wordt eventueel verder geoefend met casusmateriaal. De praktische afspraken worden overlopen. De oefeninschalingen zijn belangrijk om informatie tijdens de opleidingsdag in te oefenen en zijn een voorwaarde om te kunnen deelnemen aan de terugkomdag.
  • intervisiedag: elk jaar worden intervisies georganiseerd. Daarmee willen we drie zaken bereiken:
    • inschalers de kans bieden om met elkaar in gesprek te gaan;
    • inschalers terug op één lijn brengen wat betreft de scoring en interpretatie van de items en de B- en P-waarden;
    • inschalers individuele feedback geven en daarmee zorgen voor blijvende kwaliteitsvolle inschalingen.

Als de opleidingsdag, de oefeninschalingen en de terugkomdag succesvol werden afgerond, ontvangt u een ZZI-certificaat. Dat hebt u nodig om inschalingen te mogen uitvoeren.

Het certificaat is persoonlijk, dus niet voor het hele MDT. Het certificaat is niet overdraagbaar (bijvoorbeeld naar een andere collega die u zou opvolgen), maar wel meeneembaar (mocht u bijvoorbeeld van werkplaats veranderen). Om de geldigheid van het ZZI-certificaat te behouden, moet u minstens één intervisiemoment per jaar bijwonen. Als u door omstandigheden geen intervisie kon bijwonen, kunt u het certificaat opnieuw behalen door een opleiding te volgen.

Meer informatie vindt u op de opleidingspagina.