“Ik ben apetrots op mijn kinderen”

Kathleen Van Overbeke, mama van vier kinderen, vertelt over de impact van het persoonlijke-assistentiebudget (PAB) op haar gezin.

 

Ik ben heel dankbaar dat wij het PAB hebben. Het betekent de vrijheid, de zelfregie, het kunnen voort ontwikkelen op de talenten van de kinderen. Het is niet iets dat opgelegd is of dat je moet volgen. 

Hoe zoek ik mijn assistenten? Ik zet altijd een vacature op de VDAB-website. Ik kijk zowel voor mensen uit het kunstonderwijs als voor het opvoedend personeel en voor het onderwijzend personeel. Dan doe ik de selectie en in de laatste ronde beslissen de kinderen. Arne, Emelie en Arthur beslissen welke assistent zal aanvaard worden. 

Soms krijgen we de kritiek dat de assistenten niet lang blijven. Maar dat is bij ons echt niet het geval. De eerste was vijf jaar, de tweede was ook vijf jaar en de laatste was zeven jaar. Als je in een voorziening zit, heb je ook een groot verloop van personeel eigenlijk. In die twintig jaar valt dat best nog mee. 

De assistenten zijn eigenlijk de witte stok van mijn kinderen. Die moeten altijd achter hen staan, op het juiste moment een schouderklopje of een duwtje in de rug geven. Ze zijn echt zoals de witte stok van blinden en slechtzienden. Een machtspositie mag er zeker niet zijn. 

Wij zijn gestart in 2001 met het PAB. We stonden al op de wachtlijst van voor dat de wet goedgekeurd was. Ik had gehoord dat het in Nederland zo’n succes was. Het was ook mijn visie om uw zelfregie in uw gezin, met uw kinderen, met een ondersteuning thuis te kunnen. 

Je moet ook niet bang zijn om zelf uw administratie te doen. Als je alles maar direct betaalt en direct indient, dan verloopt dat echt makkelijk en vlot. Budgetbesteding is ook heel vlot bereikbaar en die mensen zijn echt vriendelijk, hebben heel veel geduld. Je kunt er altijd met je vragen terecht.