Begeleidings- en permanentiewaarden: definities

'Zorgzwaarte’ is een term voor de hoeveelheid ondersteuning of hulp die een persoon met een handicap nodig hebt in zijn dagelijks leven. Die zorgzwaarte wordt gemeten met het zorgzwaarte-instrument (ZZI).

Het zorgzwaarte-instrument bestaat uit een aantal lijsten met vragen die door een multidisciplinair team (MDT) worden gesteld. De antwoorden op die vragen worden omgezet in scores. Op basis van die scores worden drie waarden berekend die samen de ‘zorgzwaarte’ vormen:

  • een inschatting van hoeveel begeleiding nodig is (B-waarde)
  • een inschatting van hoeveel permanentie of toezicht er tijdens de dag nodig is (P-waarde)
  • een inschatting van hoeveel permanentie of ondersteuning er tijdens de nacht nodig is (N-waarde)

Begeleidingsintensiteit (B-waarde): definities

Begeleidingsintensiteit gaat over de mate waarin de persoon met een handicap overdag ondersteuning nodig heeft van andere personen. We brengen daarbij alle ondersteuning in kaart, ongeacht wie die ondersteuning biedt. Er zijn zeven niveaus van begeleidingsintensiteit (B0 t.e.m. B6). Hoe hoger de waarde, hoe meer nood aan begeleiding:

Begeleidingsintensiteit niveau 0 (B0): Er is geen nood aan ondersteuning.

De persoon heeft zijn leven zo ingericht dat hij al dan niet met het gebruik van hulpmiddelen volledige zelfstandigheid heeft verworven. Er is overdag geen enkele ondersteuning door personen nodig.

Begeleidingsintensiteit niveau 1 (B1): Er wordt maximaal 1 keer per week ondersteuning geboden.

De persoon woont zelfstandig (alleen of samen met anderen) en heeft zijn leven zo georganiseerd dat hij zelf kan instaan voor zijn verzorging, huishouden … Toch is het nodig dat er iemand maximaal een keer per week langskomt om ondersteuning te bieden.

Het kan bijvoorbeeld gaan om een persoon bij wie de begeleiding twee keer per maand langsgaat om te helpen met administratie, financiën en de organisatie van het dagelijks leven. Bij anderen kan de begeleiding eerder slaan op het oplossen van sociale problemen (ruzies) en het aanleren van de gepaste omgangsvormen met anderen. Ook een persoon die zijn leven zo heeft ingericht dat hij enkel nog nood heeft aan een wekelijkse hulp om de woning te helpen poetsen, zou onder waarde B1 kunnen vallen.

Begeleidingsintensiteit niveau 2 (B2): Er wordt niet elke dag, maar wel meerdere keren per week ondersteuning geboden. Er is hoofdzakelijk ‘opvolging’ nodig.

De persoon woont zelfstandig (alleen of samen met anderen) en heeft zijn leven zo georganiseerd dat hij zelf de meeste activiteiten van het dagelijks leven kan uitvoeren. Toch is het nodig dat er iemand meerdere keren per week ondersteuning biedt. Het gaat dan eerder over administratieve ondersteuning, gemaakte afspraken opvolgen en beperkte praktische ondersteuning (bijvoorbeeld koken voor enkele dagen).

Begeleidingsintensiteit niveau 3 (B3): Er wordt dagelijks ondersteuning geboden, de ondersteuning is beperkt in reikwijdte en intensiteit (geen continue ondersteuning).

De persoon woont zelfstandig (alleen of samen met anderen), maar heeft dagelijks ondersteuning nodig. Die ondersteuning is nodig op welbepaalde levensdomeinen (bijvoorbeeld zelfverzorging, huishouden …) maar niet op andere. Het komt niet vaak voor dat een activiteit volledig moet worden overgenomen of dat is alleen bij zeer specifieke deelactiviteiten nodig. Er is een eerder beperkte globale ondersteuningsnood.

Begeleidingsintensiteit niveau 4 (B4): Er wordt dagelijks en continu ondersteuning geboden. De ondersteuning is ruim in reikwijdte en intensiteit.

De persoon heeft dagelijks op zowat alle levensdomeinen (bijvoorbeeld zelfverzorging, huishouden, administratie …) enige ondersteuning nodig, maar beschikt ook nog over heel wat mogelijkheden. De persoon kan zelf op de meeste levensdomeinen nog een significante bijdrage leveren. De mate en de aard van de nodige ondersteuning kunnen sterk verschillen over de levensdomeinen heen, gaande van ‘aansporen’, ‘controleren’, ‘toezicht houden’, ‘meehelpen’ tot ‘overnemen’.

Begeleidingsintensiteit niveau 5 (B5): Er wordt dagelijks continu en intensief ondersteuning geboden op alle levensdomeinen.

De persoon heeft dagelijks continue en (zeer) intensieve ondersteuning nodig op alle levensdomeinen. De bijdrage die de persoon zelf nog kan leveren aan activiteiten is eerder gering tot verwaarloosbaar. Er is een zeer grote globale ondersteuningsnood. Die hoge totale ondersteuningsnood kan mede bepaald worden door specifieke (bijvoorbeeld medische of gedragsmatige) problemen.

Uitzonderingswaarde: Begeleidingsintensiteit niveau 6 (B6): Er wordt dagelijks zeer intensieve ondersteuning geboden in functie van uitzonderlijke ondersteuningsbehoeften. Deze waarde wordt enkel in zeer specifieke situaties toegekend.

De persoon heeft bovenop de dagelijkse continue en intensieve ondersteuning nog bijkomende ‘uitzonderlijke ondersteuningsbehoeften’. De behoeften zijn het gevolg van specifieke medische problemen of ernstige gedragsproblemen. Als die uitzonderlijke intensieve ondersteuning niet geboden wordt, verkeert de persoon met een handicap in levensgevaar. De persoon heeft meestal een combinatie van ernstige problemen, waaronder zeker medische of gedragsmatige problemen.

Voorbeelden van ernstige medische problemen zijn personen met infectieziekten (MRSA), beademingsproblemen, complexe chronische wondverzorging, doorgaans in combinatie met zeer lage cognitieve mogelijkheden of een zeer lage bewustzijnstoestand.

Bij personen met een extreem ernstige gedragsproblematiek kan het zowel om internaliserend (naar zichzelf gericht) als externaliserend (naar anderen toe gericht) probleemgedrag gaan, waarvoor zeer veel preventieve of reactieve ondersteuning nodig is.

Nood aan permantie overdag (P-waarde)

Permanentienood gaat over de mate waarin de persoon met een handicap overdag nood heeft aan toezicht of oproepbaarheid van andere personen. Het gaat met andere woorden over de vraag of je de persoon voor kortere of langere periode alleen kan laten, eventueel zonder toezicht of zonder telefonische permanentie.

Wie nood heeft aan permanentie, heeft niet-planbare ondersteuning door personen nodig. Het gaat dus om ondersteuning wanneer zich iets onverwacht voordoet. Het gaat niet over de nood aan planbare interventies. Die worden bij de begeleidingsintensiteit in kaart gebracht.

Alle ondersteuning wordt in kaart gebracht, ongeacht door wie die ondersteuning geboden wordt. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat iemand voortdurende permanentie nodig heeft omwille van de mogelijkheid van een epileptische aanval. Wanneer de persoon in het gezelschap van andere personen met een handicap is, kan de professionele begeleider wel even weggaan. De andere personen roepen hulp in als er zich een aanval voordoet. De permanentie wordt dus gedeeltelijk opgenomen door medebewoners. Er zijn acht niveaus van nood aan permanentie overdag (P0 t.e.m. P7). Hoe hoger de waarde, hoe meer nood aan permanentie:

Permanentieniveau 0 (P0): De persoon heeft geen enkele vorm van permanentie nodig.

De persoon kan de hele dag zonder toezicht kan blijven. Het is ook niet nodig dat de persoon iemand kan oproepen wanneer zich iets onverwacht voordoet. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij personen met een louter fysieke handicap, die naast de planbare ondersteuningsmomenten geen toezicht of oproepbaarheid nodig hebben.

Permanentieniveau 1 (P1): De persoon kan op elk moment iemand telefonisch bereiken om raad te vragen.

De persoon heeft af en toe nood aan raad omwille van onverwachte gebeurtenissen of sociaal-emotionele problemen. Het is nodig dat er een permanentie georganiseerd wordt waarbij de persoon overdag op elk ogenblik onmiddellijk iemand telefonisch kan bereiken. Het probleem kan niet wachten tot de contactmomenten die er in het kader van de begeleidingsintensiteit al zijn. Er moet dus onmiddellijk iemand gebeld kunnen worden. Toch is het probleem niet van dien aard dat er iemand fysiek langs moet komen. Door middel van stap-voor-stapbegeleiding kan de persoon zijn probleem zelf opgelost krijgen.

Het kan bijvoorbeeld gaan om een persoon die alleen woont, maar op het ogenblik dat de elektriciteit uitvalt iemand moet kunnen bereiken om te vragen hoe hij dit zelf kan oplossen. Met wat telefonische ondersteuning lukt het hem zelf om een oplossing te voorzien die volstaat tot het eerstvolgende geplande begeleidingsmoment.

Het kan ook gaan om ouders met een handicap, die bij problemen met hun kinderen telefonisch om raad vragen. Die vragen moeten onmiddellijk telefonisch beantwoord kunnen worden en kunnen niet wachten tot het eerstvolgende geplande begeleidingsmoment.

Ook een persoon die snel in paniek slaat, kan nood hebben aan telefonische ondersteuning om gerustgesteld te worden of advies te krijgen hoe hij een bepaalde situatie best aanpakt.

Permanentieniveau 2 (P2): De persoon kan iemand telefonisch bereiken die raad kan geven en indien nodig langs kan komen.

De persoon woont zelfstandig (alleen of samen met anderen). Wanneer er iets gebeurt, moet de persoon iemand onmiddellijk telefonisch kunnen bereiken. Bovendien is er de zekerheid nodig dat er diezelfde dag nog iemand langs kan komen om ondersteuning te bieden als dat nodig is. Dat hoeft echter niet onmiddellijk te zijn.

Daarnaast kan het zijn dat er bijkomend iemand regelmatig op eigen initiatief langs komt die de situatie kan inschatten, maar dat gebeurt niet elke dag.

Het verschil met P1 is dat telefonische stap-voor-stapbegeleiding niet altijd volstaat om het probleem opgelost te krijgen en er de zekerheid nodig is dat er diezelfde dag nog iemand langs kan komen om het probleem op te lossen.

Het kan bijvoorbeeld gaan om iemand die bij een onverwachte gebeurtenis zoals het uitvallen van de elektriciteit wel iemand kan opbellen, maar de problemen niet zelf opgelost krijgt, ook niet met telefonisch advies. Het is nodig dat er iemand fysiek langsgaat bij de persoon om het probleem op te lossen. Dat kan niet wachten tot het eerstvolgend gepland ondersteuningsmoment.

Een ander voorbeeld is iemand die door bepaalde gebeurtenissen zodanig uit zijn lood geslagen kan worden, dat hij niet altijd telefonisch voldoende gekalmeerd kan worden om zijn problemen opgelost te krijgen. De wetenschap dat er die dag nog iemand langskomt, brengt voldoende rust om nog even te kunnen wachten. Later op de dag zal hij samen met een begeleider zijn problemen opgelost krijgen.

Permanentieniveau 3 (P3): De persoon kan iemand telefonisch bereiken of oproepen die onmiddellijk (rekening houdend met de nodige verplaatsingstijd) fysiek aanwezig kan zijn om ondersteuning te bieden.

De persoon woont zelfstandig (alleen of samen met anderen). Wanneer er iets gebeurt, moet de persoon iemand onmiddellijk telefonisch kunnen bereiken, die direct ondersteuning kan komen bieden. Er is dus geen dagelijkse aanwezigheid nodig, maar wel de zekerheid dat er iemand snel beschikbaar is wanneer dat nodig is.

Daarnaast kan het zijn dat er bijkomend iemand regelmatig op eigen initiatief langskomt die de situatie kan inschatten, maar dat gebeurt niet elke dag. Het kan bijvoorbeeld gaan om personen met valgevaar. Wanneer zij vallen en hulp inroepen, moet er iemand onmiddellijk assistentie komen bieden. Of een persoon die iemand moeten kunnen oproepen voor (niet-planbare) assistentie bij toiletgang.

Permanentieniveau 4 (P4): Er moet gedurende grote delen van de dag iemand in de nabijheid van de persoon aanwezig zijn. Bij afwezigheid kan de persoon iemand telefonisch bereiken of oproepen die onmiddellijk (rekening houdend met de nodige verplaatsingstijd) fysiek aanwezig kan zijn om ondersteuning te bieden.

De persoon woont niet zelfstandig. Er moet gedurende grote delen van de dag iemand aanwezig zijn in de woning. Toch kan de persoon in goed geregelde omstandigheden enige tijd (maximum vier uur) zonder toezicht gelaten worden, maar niet gedurende grote delen van de dag. Op het ogenblik dat de persoon alleen gelaten wordt, is een permanentie op niveau 3 aangewezen.

Het kan daarbij gaan om personen die doorgaans iemand in de buurt moeten hebben bij wie ze terecht kunnen, maar die mits goede afspraken en voorbereiding gerust een of meerdere uren alleen kunnen blijven met een oproepsysteem (telefoon, personenalarm …) in de buurt.

Permanentieniveau 5 (P5): Er moet voortdurend iemand aanwezig zijn, maar die persoon hoeft niet voortdurend toezicht uit te oefenen. Indien nodig moet onmiddellijk iemand fysiek aanwezig kunnen zijn om ondersteuning te bieden.

Het is steeds nodig dat er iemand in de buurt van de persoon aanwezig is. Die persoon moet aanwezig zijn in (de dichte nabijheid van) dezelfde woning, maar niet noodzakelijk in dezelfde ruimte. De persoon hoeft niet in voortdurend contact te staan met de persoon met een handicap, maar houdt regelmatig ‘een oogje in het zeil’ en gaat op eigen initiatief kijken of alles in orde is. Wanneer er iets gebeurt, moet de persoon onmiddellijk ondersteuning kunnen bieden. De mogelijke ondersteuning die moet worden geboden, kan zowel op vlak van zelfredzaamheid, als medisch als gedragsmatig zijn.

Het kan bijvoorbeeld zijn dat de persoon met een handicap in de eigen kamer bezig is, terwijl de ‘permanentieverlener’ een verdieping lager het huishouden doet. Of de persoon met een handicap is in de woning en de ‘permanentieverlener’ is in de tuin aan het werk. De permanentieverlener maakt geen gebruik van een monitoringsysteem (videofoon, audiofoon), maar komt wel regelmatig kijken in de kamer of alles in orde is. Als bij dergelijke controlemomenten blijkt dat er ondersteuning nodig is (bijvoorbeeld: persoon geeft aan assistentie nodig te hebben bij de toiletgang), kan die onmiddellijk geboden worden.

Permanentieniveau 6 (P6): Er moet voortdurend iemand aanwezig zijn en toezicht uitoefenen. Dat betekent dat er op elk ogenblik iemand in contact staat met de persoon, ofwel rechtstreeks ofwel onrechtstreeks (via babyfoon, webcam of andere middelen).

Het is steeds nodig dat er iemand in de buurt van de persoon aanwezig is. Die persoon moet in dezelfde ruimte als de persoon zijn en direct toezicht uitoefenen. Wanneer de persoon de ruimte verlaat, blijft hij in contact met de persoon met een handicap, door op gehoorafstand te blijven of gebruik te maken van monitoringsystemen (audiofoon, videofoon). Wanneer er iets onverwacht gebeurt, kan de permanentieverlener onmiddellijk ingrijpen.

Ter illustratie kan het hier gaan om personen met:

  • een specifieke medische problematiek: beademing, zware (onvoorspelbare) epilepsie, dementie …
  • een zeer ernstige gedragsmatige problematiek, die effectief toezicht vergt, zoals automutilatie, slaan naar andere bewoners, hoog risico voor seksueel grensoverschrijdend gedrag -…
  • een zeer lage bewustzijnstoestand of een zeer laag niveau van functioneren

Uitzonderingswaarde: Permanentieniveau 7 (P7): De persoon heeft nood aan voortdurend toezicht en dat binnen een beveiligende infrastructuur en omkadering. Dat impliceert een gespecialiseerde setting. Deze waarde wordt enkel in zeer specifieke situaties toegekend.

De doelgroep bestaat uit personen met zeer ernstige externaliserende gedragsproblemen die een acuut gevaar opleveren voor zichzelf, voor medebewoners en/of voor personeel. Ook personen die op een dusdanig intensieve manier aangepakt worden (fixeren/ separeren) dat dergelijke problemen worden vermeden, maar die zonder die aanpak dezelfde problemen opnieuw zouden veroorzaken vallen onder dit permanentieniveau.

Nood aan nachtpermanentie (N-waarde)

Nachtpermanentie: de mate waarin de persoon met een handicap tijdens de nacht nood heeft aan begeleiding en/of permanentie. Er worden vijf niveaus van nood aan nachtpermanentie weerhouden (N0 t.e.m. N4):

Nachtpermanentie niveau 0 (N0): Gedurende de nacht wordt geen ondersteuning geboden; er is niemand aanwezig noch stand-by.

Er is geen enkele vorm van ondersteuning door personen nodig tijdens de nacht. Eens de persoon in bed ligt om te gaan slapen kan die de hele nacht zonder toezicht blijven, tot het ogenblik waarop hij opstaat. Het is niet nodig dat er permanentie georganiseerd wordt zodat de persoon iemand kan oproepen wanneer zich iets onverwacht voordoet.

Nachtpermanentie niveau 1 (N1): Tijdens de nacht is iemand stand-by, bij oproep kan binnen het uur ondersteuning geboden worden. Er wordt sporadisch (niet elke nacht) ondersteuning geboden.

Er is geen nood aan planbare ondersteuning tijdens de nacht. Toch is het nodig dat er een permanentie georganiseerd wordt zodat de persoon op ieder ogenblik van de nacht onmiddellijk iemand telefonisch kan bereiken, die binnen het uur ondersteuning kan komen bieden. De persoon met handicap hoeft niet elke nacht beroep te doen op deze ondersteuning.

Het kan hier bijvoorbeeld gaan om mensen die sporadisch medische ondersteuning nodig hebben tijdens de nacht (zoals hulp bij losgekomen stomaplaten, een hypo doormaken bij diabetes ...).

Een ander voorbeeld betreft mensen met een sociaal-emotionele problematiek of verstandelijke handicap, die ’s nachts soms iemand nodig hebben om hen te kalmeren wanneer er iets onverwacht gebeurt (nachtmerrie, piekeren …).

Nachtpermanentie niveau 2 (N2): Tijdens de nacht is iemand fysiek aanwezig, indien nodig kan onmiddellijke ondersteuning geboden worden. Er wordt geen toezicht uitgeoefend; er kan maximaal één keer per nacht ondersteuning geboden worden.

Er is ’s nachts nood aan planbare ondersteuning of aan de fysieke aanwezigheid van een persoon. Die persoon oefent geen toezicht uit. Wanneer de persoon wordt geroepen kan die wel onmiddellijk ondersteuning bieden. Er is maximum één keer per nacht ondersteuning nodig.

Het kan hier bijvoorbeeld gaan om personen met een fysieke handicap die elke nacht één keer van houding moeten gewisseld worden. Of personen die ’s nachts ondersteuning nodig hebben bij de toiletgang.

Nachtpermanentie niveau 3 (N3): Tijdens de nacht is iemand fysiek aanwezig, er wordt toezicht uitgeoefend en er wordt meermaals per nacht feitelijke ondersteuning geboden.

Er is ’s nachts nood aan fysieke aanwezigheid van een persoon. Die oefent toezicht uit (bijvoorbeeld via monitoringsysteem, alarmsysteem, videofoon of audiofoon) en kan onmiddellijk ondersteuning bieden wanneer dat nodig is. Er moet meerdere keren per nacht ondersteuning geboden worden.

Het kan hier bijvoorbeeld gaan om personen die meerdere keren per nacht behandeling nodig hebben op (para)medisch vlak (doorligwonden, sondevoeding, medicatie …) of wat betreft zelfredzaamheid (toiletgang …) of bij nachtelijke gedragsproblemen.

Nachtpermanentie niveau 4 (N4): Tijdens de nacht is iemand fysiek aanwezig, er wordt toezicht uitgeoefend en er wordt meermaals per nacht intensieve ondersteuning geboden in functie van gedrag en/of verzorging of verpleging.

De ondersteuning die geboden moet worden is intensiever dan bij ‘planbare’ (para)medische handelingen of puur ondersteuning in zelfredzaamheid (zie N3). Het kan bijvoorbeeld gaan om ingrijpen bij ernstige nachtelijke gedragsproblemen.

Belangrijk

Het resultaat van de afname van het zorgzwaarte-instrument (ZZI) is een maat van de ‘individuele zorgzwaarte’ van een persoon met een handicap, uitgedrukt als een unieke combinatie van de elementen begeleidingsintensiteit (B), permanentie overdag (P) en nachtpermanentie (N).

We kunnen niet genoeg benadrukken dat de zorgzwaarte door het ZZI wordt gemeten onafhankelijk van de personen of instanties die de ondersteuning aanbieden.