Wat is een bijstandsorganisatie?

Een bijstandsorganisatie helpt PVB-budgethouders bij de opstart en het beheer van hun persoonsvolgend budget (PVB)opent dialoogvenster en de organisatie van hun ondersteuning.

Een bijstandsorganisatie kan ook de houders van een persoonlijke-assistentiebudget (PAB)opent dialoogvenster deskundig advies verlenen over hun verplichtingen en activiteiten als werkgever (aanwerving van assistenten, richtlijnen van het VAPH, overeenkomsten, reglementering interimarbeid ...).

Het VAPH kan de taken concretiseren in een samenwerkingsovereenkomst met de bijstandsorganisatie.

Opdracht bijstandsorganisaties ten aanzien van budgethouders

De bijstandsorganisaties hebben een collectieve opdracht ten aanzien van alle budgethouders. Daarnaast bieden zij laagdrempelige en hoogdrempelige individuele bijstand. Die kunnen zij beperken tot hun eigen leden.

Collectieve opdracht

  • communicatiekanalen ontwikkelen zodat budgethouders op een eenvoudige wijze informatie kunnen ontvangen over de opstart, de bestedingsmogelijkheden, de bestedingsvoorwaarden en de verantwoordingsregels van het persoonsvolgend budget, alsook over het bestaande zorgaanbod;
  • hulpmiddelen ontwikkelen die het beheer van het persoonsvolgend budget vereenvoudigen, zoals modelbrieven en modelcontracten;
  • initiatieven nemen die ertoe bijdragen dat de ter beschikking gestelde persoonsvolgende budgetten ook werkelijk de bestaanskwaliteit van de persoon met een handicap en zijn gezin verhogen;
  • kennis opbouwen over de besteding en verantwoording van persoonsvolgende budgetten, zowel in de vorm van cash, voucher als de combinatie van beide;
  • kennis en expertise ontwikkelen over het intersectorale aanbod en een intersectorale samenwerking uitbouwen.

De bijstandsorganisaties richten zich bij de collectieve opdracht tot alle budgethouders en vragen geen bijdrage om die opdracht uit te voeren.

De bijstandsorganisaties richten zich bij de collectieve opdracht tot alle budgethouders en vragen geen bijdrage om die opdracht uit te voeren.

Laagdrempelige individuele bijstand

  • individueel advies verlenen vanop afstand over de opstart, de bestedingsmogelijkheden, de bestedingsvoorwaarden en de verantwoordingsregels van het persoonsvolgend budget, alsook over het bestaande zorgaanbod;
  • individueel advies verlenen over alle aspecten van het budgethouderschap, inclusief mogelijke beschermingsmaatregelen voor de persoon met een handicap;
  • een bemiddelende rol opnemen bij kortdurende geschillen op verzoek van de budgethouder;
  • vorming organiseren voor budgethouders om hen te versterken in verschillende aspecten van het budgethouderschap en werkgeverschap, inclusief het financieel-administratieve beheer, wensen en behoeften expliciteren, communiceren met aanbieders van zorg en ondersteuning en leiding en sturing geven aan assistenten.

De bijstandsorganisaties mogen de laagdrempelige individuele bijstand beperken tot hun leden. De bijstandsorganisaties vragen geen bijkomende bijdrage van de budgethouders om die bijstand uit te voeren.

Hoogdrempelige individuele bijstand

De meer hoogdrempelige individuele bijstand aan budgethouders bestaat uit:

  • het collectieve bemiddelingsoverleg binnen de regio's actief bijwonen;
  • het ondersteuningsplan vertalen in feitelijke zorg en ondersteuning;
  • concrete uitvoerings- en bijbehorende budgetplannen helpen opstellen;
  • mogelijke aanbieders van zorg en ondersteuning en assistenten zoeken, selecteren en met hen onderhandelen;
  • bijstand verlenen bij het sluiten van contracten;
  • bijstand verlenen bij het beheer van het persoonsvolgend budget;
  • bijstand verlenen bij het voldoen aan de verantwoordingsplicht voor de besteding van het persoonsvolgend budget ten aanzien van het VAPH;
  • een bemiddelende rol opnemen bij langlopende geschillen op verzoek van de budgethouder.

De bijstandsorganisaties mogen voor de uitvoering van hoogdrempelige individuele bijstand, een bijdrage vragen aan de budgethouders.

Opdracht bijstandsorganisaties ten aanzien van het VAPH

Collectieve opdracht

  • feedback geven over de ontwikkeling van de markt van zorgaanbieders en voorstellen doen om het systeem van de persoonsvolgende financiering te optimaliseren;
  • meewerken aan een systeem waarbij oneigenlijk gebruik van persoonsvolgende budgetten snel gesignaleerd kan worden;
  • situaties melden waarin er sprake is van misbruik of fraude met een persoonsvolgend budget;
  • kennis en expertise delen met het VAPH over het beschikbare aanbod van zorg en ondersteuning en de kostprijs ervan.

Het VAPH kan binnen de grenzen van de middelen die daarvoor vastgelegd zijn in zijn begroting bijstandsorganisaties vergunnen en subsidiëren. Er worden maximaal vijf bijstandsorganisaties vergund.