Toezicht

De vergunde bijstandsorganisaties leggen verantwoording af over de besteding van de terbeschikkinggestelde middelen. Uit die verantwoording moet blijken dat de terbeschikkinggestelde middelen zijn aangewend voor de doelstellingen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015.

Zorginspectie controleert ter plaatse of de kwaliteitseisen en de voorschriften uit dat besluit worden nageleefd en houdt toezicht op het naleven van het Ministerieel besluit van 19 juni 2018.

Als vastgesteld wordt dat een bijstandsorganisatie niet voldoet aan de kwaliteitseisen of andere voorschriften, dan kan het VAPH:

  • een vertegenwoordiger laten deelnemen aan de raad van bestuur van de bijstandsorganisatie. Die vertegenwoordiger van het VAPH heeft het recht om te spreken en aanbevelingen te doen;
  • de periodiciteit van de rapportering opdrijven en bijkomende elementen vaststellen waarover gerapporteerd moet worden;
  • de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen;
  • de vergunning van de bijstandsorganisatie intrekken.

Het VAPH bepaalt welke sanctie het meest aangewezen is en betekent de beslissing aan de bijstandsorganisatie. De beslissing wordt gemotiveerd en in een aangetekende brief meegedeeld.

De bijstandsorganisatie neemt die mogelijkheid op in zijn statuten.

De bijstandsorganisatie kan schriftelijk bezwaar indienen bij de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, op straffe van verval binnen veertien dagen na de ontvangst van de betekening. Na onderzoek van de bezwaren bevestigt of ontkracht de minister de sanctie.

Tegen een beslissing tot intrekking van de vergunning kan beroep worden aangetekend conform de bepalingen van artikel 17 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 opent dialoogvenster.

Ook het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 opent dialoogvenster, Hoofdstuk 10, afdeling 1 is  van toepassing op de bijstandsorganisaties.